Gedurende de Syrische burgeroorlog zijn tussen 2011 en 2024 tientallen archeologische vindplaatsen verwoest. Onderzoekers hebben nu de balans opgemaakt.
Van de oude Romeinse nederzettingen in Palmyra tot de middeleeuwse soek in Aleppo, de Syrische burgeroorlog heeft onherstelbare schade aangericht aan belangrijke historische plekken. De omvang van deze schade is recent in kaart gebracht door onderzoekers van Dartmouth College (VS) met behulp van satellietbeelden. Zo konden ze aantonen dat er niet alleen veel geplunderd is, maar ook dat gebieden systematisch zijn gebulldozerd door het Turkse leger.
Lees ook:
- Oorlogen in Irak hebben geleid tot ‘catastrofaal’ hoge antibioticaresistentie
- Drie Romeinse militaire kampen ontdekt via Google Earth
Plundering nam toe
Het is niet het eerste onderzoek dat is gedaan naar het verlies van archeologische vindplaatsen (ook wel sites genoemd) vanwege de burgeroorlog. Maar de laatste uitgebreide analyse werd gepubliceerd in 2017, wat betekent dat de meer recente verwoestingen daarin niet zijn meegenomen.
De onderzoekers van Dartmouth voerden daarom een nieuwe analyse uit om de verwoestingen vanaf 2016 in kaart te brengen. Daarvoor gebruikten ze satellietbeelden van Google Earth en het observatiesysteem Pléiades van het Europees ruimtevaartagentschap (ESA).
Ze deelden de schade die ze aantroffen op in vier categorieën: traditionele plundering (individuele gegraven gaten), gemechaniseerde plundering (bulldozer), militarisering (aanleg van o.a. schuilplaatsen) en kampementen (bouw van tijdelijke onderkomens).
Uit de resultaten blijkt dat tussen 2015 en 2025 maar liefst 59 procent van de locaties werd geplunderd, vergeleken met 13 procent tussen 2011 en 2016.
Ambitieuze plundering
“De gemechaniseerde plundering in Syrië en de verbanden met militaire activiteiten zijn erg verontrustend”, zegt onderzoeksleider en archeoloog Jesse Casana. “Het leger moet de mensen juist beschermen, niet de archeologische sites verwoesten. Dat is een oorlogsmisdaad.”
Dat legers in het Midden-Oosten er vaak voor kiezen om een militaire basis op een archeologische site te bouwen, komt omdat deze vaak op een hoge heuvel liggen. Dat geeft een strategisch voordeel.
“Deze plekken kregen hun vorm door continue bewoning op dezelfde plek”, legt Casana uit. Mensen die een huis bouwden van modderstenen en het zagen instorten, bouwden op diezelfde plek een nieuwe woning. “Dit ging duizenden jaren zo door, wat resulteert in een heuvel die meer dan dertig meter hoog kan zijn, vol archeologische schatten.”
Bij gemechaniseerde plundering schrapen bulldozers de hele bovenste laag van zo’n archeologische heuvel. Daarna zoeken mensen naar artefacten en wordt de volgende laag eraf geschraapt. Vaak zoeken plunderaars naar goud, wat Casana ‘ambitieuze plundering’ noemt, omdat het meestal gaat om mensen met weinig financiële middelen.
Schade in Ain Dara
Een van de archeologische locaties die door de onderzoekers is bekeken, is Ain Dara. Deze site ligt 67 kilometer ten noordwesten van Aleppo en staat bekend om zijn tempel uit de ijzertijd en grote leeuwenstandbeelden. Tot 2014 was daar geen oorlogsschade te bespeuren, maar uit de beelden vanaf 2016 bleek dat er een militaire basis in aanbouw was.

In februari 2019 waren duidelijk de sporen van een bulldozer zichtbaar. Ooggetuigen verklaarden dat het leger, gesteund door de Turken, waarschijnlijk achter de plundering zat. In januari 2022 was vrijwel het hele oppervlak met de grond gelijk gemaakt, op één stenen tempelcomplex na, dat uit de achtste tot twaalfde eeuw voor Christus stamt.
Schade beperken
De Syrische burgeroorlog kwam in 2024 tot een eind. De nieuwe studie kan nu volgens Casana als routekaart dienen om verdere schade te beperken. “Voordat archeologen in deze gebieden opgravingen gaan uitvoeren, moet er systematisch onderzoek plaatsvinden op al deze locaties, omdat er allerlei objecten liggen die beschadigd zijn”, zegt hij. “We moeten weten waar we prioriteit aan moeten geven en hoe deze inspanningen eruit moeten zien.”
Bronnen: EurekAlert!, Heritage