‘Over vijf jaar kunnen we een testreactor hebben’

KIJK-redactie

2016-08-18 13:00:21

Kirk Sorensen

Kernsplitsing kan slimmer, stelt Kirk Sorensen, als we gebruik gaan maken van gesmolten zout, met bijvoorbeeld thorium als brandstof. 

Een kernreactor die ruim veertig jaar in de ontwikkelingsfase is blijven steken, krijgt een nieuwe kans. De zogeheten gesmoltenzoutreactor kan en moet
de ouderwetse, gevaarlijke en vervuilende kerncentrales vervangen, vindt
de Amerikaanse energiedeskundige Kirk Sorensen. KIJK sprak met hem.

KIJK: Wat is het voordeel van een kernreactor die met gesmolten zout werkt?

Kirk Sorensen: “Een gesmoltenzoutreactor kan bij hogere temperaturen werken dan een conventionele watergekoelde kernreactor, waardoor het rendement hoger komt te liggen. Hij kan bovendien bij atmosferische druk functioneren, in plaats van bij een hogere druk. Hierdoor krijgt het zout niet de kans zich bij incidenten te verspreiden. En zelfs bij een lekkage zal het koelmiddel tegelijk met de brandstof uit de reactor wegstromen. Hierdoor komen de splijtingsreacties in de reactor tot stilstand. De zoutoplossing stolt en al het radioactief materiaal blijft in het zout zitten. Dit maakt dat de centrale uit zichzelf veilig is; de reactie kan niet uit de hand lopen. Een zogenoemde meltdown – het gevreesde rampscenario bij een gangbare kerncentrale, waarbij de kern oververhit raakt en in de grond zakt – is bij een gesmoltenzoutreactor dan ook onmogelijk.”

En het afval?

“Daarvan blijft een stuk minder over. Doordat de splijtstof continu wordt bestraald, verbrandt het grootste deel van de brandstof. Dit staat in schril contrast tot conventionele kerncentrales, die maar zo’n 5 procent van de brandstof gebruiken. Het niet gebruikte brandstofmateriaal uit een gesmoltenzoutcentrale is daarnaast veel minder lang radioactief: een paar honderd jaar in plaats van duizenden jaren.”

Wat zijn de belangrijkste uitdagingen?

“We moeten onder meer nog een goede techniek ontwikkelen om het zout te zuiveren en de zoutsamenstelling te controleren. Ook zijn er nieuwe materialen voor de reactor nodig die de hoge temperatuur van het zout kunnen weerstaan. We weten uit experimenten met de eerste reactor dat het gebruikte materiaal vijftien jaar mee kan. Maar dat is te kort: je moet materiaal hebben met een levensduur van minstens veertig jaar. Dat vraagt om veel onderzoek, maar geen tovenarij; we moeten gewoon veel werk verzetten, dat is alles.”

Een van de kritiekpunten is dat de ontwikkeling van de thoriumreactor dertig tot veertig jaar gaat duren. Wat vindt u daarvan?

“Dat is zwaar overdreven. Ik denk dat we over vijf jaar een eerste testreactor van 10 megawatt kunnen realiseren, vijf jaar later gevolgd door een installatie van 100 megawatt, om uiteindelijk rond het jaar 2030 de eerste grote thoriumreactoren van 1000 megawatt in werking te hebben. En ja, dat is een grensverleggend project. Maar je moet niet vergeten dat rond 1965 een dergelijke kleine centrale al binnen een zeer korte periode van vijf jaar ontwikkeld was. Zo ingewikkeld is deze techniek nu ook weer niet.”

Dit is een fragment van een interview dat je in zijn geheel kunt lezen in KIJK 9/2016. Dit nummer ligt in de winkel van 25 augustus tot en met 21 september. 

TEDx-praatje van Kirk Sorensen over kernsplitsing met thorium:

Uw cookieinstellingen laten het tonen van deze content niet toe. De volgende cookies zijn nodig: Marketing. Wijzig uw instellingen om deze content te zien.

Tekst en beeld: Rijkert Knoppers







Podcast KIJK en luister via JUKE



Meer Achtergronden