Op een vlooienmarkt koop je tweedehands spullen. Hoe komen deze markten aan hun opmerkelijke naam?
De eerste tweedehandsmarkt vond plaats in 1885 in Parijs. Stel je geen hippe loods met chique snuisterijen voor: de verkopers trokken spullen uit het afval van welgestelde Parijzenaren en ‘etaleerden’ die op het overige vuilnis. De koopwaar zat vol ongedierte en daarom werden de verkopers puciers genoemd; vlooienhandelaars. Toen de plaatselijke autoriteiten besloten de boel enigszins te reguleren, veranderde de smerige chaos in de modieuze markten van tegenwoordig. Het fenomeen verspreidde zich, inclusief spottende term, naar andere landen en talen.
Later kwam het woord ‘tweedehands’ in zwang, vanuit de handelswereld waar goederen van hand tot hand (van koper naar koper) gaan. Nog recenter is de term ‘vintage’. In het vijftiende-eeuwse Engels betekende dat ‘wijnoogst’. Die betekenis veranderde via ‘wijn van uitzonderlijke kwaliteit’ naar ‘iets wat oud en dus mooi is’.
De ontwikkeling van vlooienmarkt naar tweedehands naar vintage is een mooi voorbeeld van een taalwet die de ‘tredmolen van het eufemisme’ heet: een woord met een negatieve bijklank wordt vervangen, maar ook het nieuwe woord krijgt die vervelende associatie, dus komt er een nieuw woord, enzovoort. Dat proces is oneindig. Het woord ‘vintage’ staat dan ook in de uitverkoop – tegenwoordig koop je op een vlooienmarkt ‘pre-loved’ spullen.
Lees ook:
- Hoe spreek je vanille uit?
- Wat is het verschil tussen ‘niet te onderschatten’ en ‘niet te overschatten’?
Deze vraag kon je vinden in KIJK 6/2025.
Ook een vraag voor de rubriek ‘KIJK Antwoordt’? Mail hem naar info@kijkmagazine.nl. En in onze special geven we antwoord op 172 bijzondere, verrassende en boeiende vragen! Bestel hem hier! Of eenvoudig via de knop hieronder.
Tekst: Sterre Leufkens
Beeld: Manfred Gottschalk/Getty Images