Volgens een recente veranderen wasberen langzaam in huiswasberen. Maar volgens onze columnist Ronald Veldhuizen is dat een beetje wensdenken.

Welk dier maakt binnenkort de volgende grote stap in evolutie? Misschien wel de wasbeer. Althans afgaande op recent wetenschapsnieuws. Wasberen snuffelen in Noord-Amerika langs tuinhekjes en vuilnisemmers, en hier en daar bedelen ze al bij voordeuren om chicken nuggets. Voor je het weet evolueren ze tot huiswasberen, aldus een nieuw onderzoek. Zo is het immers ook begonnen met de voorouder van de hond, de wolf, die langs de tentenkampen in de steentijd patrouilleerde in ruil voor voedsel. Langzaam raakte het dier zo gedomesticeerd tot hond met korte snuit en flaporen.
Lees ook:
Wasbeerfoto’s
Leuk nieuwtje natuurlijk. Het schopte het tot nieuwskoppen bij de BBC, Quest en Scientific American. Kom maar door met die huiswasbeer, was ook de reactie op internet. Maar pak de studie er zelf bij, en het verhaal lijkt toch wat rommelig.
De biologen verzamelden 249 duidelijke wasbeerfoto’s via een waarnemingswebsite. Op die foto’s zagen de biologen dat de snuiten van wasberen in de stad 3 procent korter waren dan die in het bos. Alleen: dat kan ook een toevalsvondst zijn. Veruit de meeste wasbeerfoto’s kwamen uit woonwijken, terwijl slechts een handjevol in het bos was gemaakt.
Dat maakt vergelijken met statistiek moeilijk. Stel, je komt twee wasberen tegen. Een met een lange en een met een korte snuit. Welke komt dan uit het bos en welke uit de stad? Op basis van de foto’s uit de studie blijft de kans kleiner dan 5 procent dat je met enige zekerheid kunt zeggen dat de wasbeer met korte snuit een stadswasbeer is. Naar andere typische domesticatie trekjes (flaporen, tam gedrag) hebben de biologen niet kunnen kijken.
Wensdenken
Natuurlijk: de onderzoekers zelf schrijven óók dat ze liever geen stevige conclusies trekken. Zo’n slag om de arm is heel netjes. Maar het zijn kleine lettertjes waarachter onderzoekers zich makkelijk kunnen verschuilen. Intussen druipt hun studie namelijk wél van de suggestieve analyses en wankele statistiek. Bovendien spreken de biologen in de media uitgebreid over hoe hun onderzoek mogelijk laat zien dat wasberen misschien wel tammer worden in de buurt van mensen.
Tsja. Kijk, ik snap het. Wasberen zijn superaandoenlijk. Met hun dikke pluimstaarten waggelen ze heel wat af. En die handjes, waarmee ze voedsel naar binnen proppen, steken maar nauwelijks uit die belachelijk bolle vacht van ze. Een beetje huisdierliefhebber tekent daar direct voor natuurlijk.
Maar dat de ene diersoort zich wel laat domesticeren, opent niet zomaar het luikje voor de wasbeer. Soms is ook wetenschapsnieuws gewoon een beetje wensdenken.
Ronald Veldhuizen is wetenschapsjournalist en schrijft onder meer voor de Volkskrant. Daarnaast is hij hoofdredacteur van Skepter. In deze column prikt hij elke maand een mythe door.
Deze column staat ook in KIJK editie 6 van 2026.
Beeld: Joshua J. Cotten/Unsplash