Deze week is het Wereld Suïcide Preventie Week 2026. In heel Nederland word extra aandacht aan suïcidepreventie besteed. Eerder dit jaar schreven wij een verhaal over zes mythes over zelfdoding. Het volledige artikel kun je hieronder nu gratis lezen.
Zelfdoding. De meeste mensen praten er niet graag over, maar ze hebben er vaak wel allerlei ideeën bij. Opvallend genoeg blijken veel van deze overtuigingen niet te kloppen, zo laten deze zes voorbeelden zien.
‘Zelfdoding is vaak impulsief’
Hoeveel tijd zit er tussen de eerste gedachte aan zelfdoding en het doen van een zelfdodingspoging? Australische wetenschappers plozen dat uit, door 82 patiënten van een psychiatrisch ziekenhuis te interviewen binnen drie dagen na hun opname voor een poging. Daarbij zei 47,6 procent van de cliënten dat er minder dan tien minuten waren verstreken tussen de eerste gedachte en de uiteindelijke poging. En maar liefst 74,4 procent zei dat er minder dan tien minuten waren verstreken tussen het daadwerkelijke besluit en de poging. Conclusie van de onderzoekers: de tijd is kort.
Onzin, denkt de Amerikaanse suïcidoloog Thomas Joiner. Dit soort zelfrapportage, waarbij mensen verslag doen van hun eigen wel en wee, is niet bepaald betrouwbaar – en al zeker niet bij mensen die net een zelfdodingspoging hebben ondernomen. Bovendien zeggen de cijfers hooguit iets over de momenten vlak voor de vreselijke beslissing, maar niet over de uren, dagen, weken, maanden of zelfs jaren die daaraan voorafgingen. En hoe impulsief kunnen die pogingen nu echt zijn, als 65,9 procent van de geïnterviewden aangeeft eerder ook al een of meerdere pogingen te hebben gedaan?
Zelfdoding is moeilijker dan mensen vaak denken, stelt Joiner. Als de evolutie ons één eigenschap heeft opgeleverd, dan is het de aangeboren drang tot zelfbehoud. Er is heel wat voor nodig om die te overwinnen. Uit allerlei onderzoeken en anekdotes blijkt dan ook dat mensen vaak maanden- tot jarenlang toewerken naar hun poging: ze wennen aan het idee, ze onderzoeken de methodes, ze treffen voorbereidingen. En zelfs na zo’n aanloop is minder dan een op de twintig pogingen ook echt fataal. Iets wat zo lastig is, kan bijna niet impulsief zijn.
“Behalve in de fictie van auteurs zoals Shakespeare en Tolstoj sterven mensen niet impulsief door zelfdoding”, schreef Joiner vijftien jaar geleden al in zijn invloedrijke boek Myths about Suicide. “Integendeel: aan het uiterst angstaanjagende en vaak pijnlijke vooruitzicht om een einde aan het eigen leven te maken, gaan maandenlange ervaringen en psychologische processen vooraf. Mensen die uiteindelijk door zelfdoding om het leven komen, hebben de daad al vele malen doordacht, vaak tot in detail. Alleen dit stelt hen in staat om iets te doen wat zo drastisch en zo definitief is.”
‘Rond de feestdagen zijn er meer zelfdodingen’

Een piek op de kerstboom en een piek in het aantal zelfdodingen. Rond de feestdagen maken opvallend veel mensen een einde aan hun leven. December is immers een koude en donkere maand. De familiebijeenkomsten kunnen stressvol zijn. Er ontstaan financiële zorgen, vanwege kosten voor de kapper en de outfits en de etentjes en de cadeaus.
Vaak is er meer alcohol, maar minder slaap. En hulpverleners, van huisartsen tot crisisdiensten, zijn tijdens de vakantie toch moeilijker bereikbaar. Bijna logisch dus dat ook een toename van het aantal zelfdodingen helaas een vast eindejaarsritueel is.
Deze gedachtegang lijkt aannemelijk. En toch klopt er niets van. “Er zijn veel studies gedaan naar de effecten van seizoenen op nationale zelfmoordcijfers”, schrijft klinisch psycholoog Derek de Beurs in zijn boek Mythen over zelfmoord. “Analyses van nationale statistieken over de hele wereld wijzen uit dat het aantal zelfmoorden niet toeneemt rond de kerstdagen. Wetenschappelijk onderzoek laat opvallend genoeg een piek in de lente zien. Dit zien we in nagenoeg alle landen, van Europa tot Australië.”
Een mogelijke verklaring hiervoor wordt wel het ‘effect van de verbroken belofte’ genoemd. Die theorie werkt zo. Mensen die denken aan zelfdoding houden in december vaak een sprankje hoop. Bijvoorbeeld dat de vakantie eindelijk wat rust zal brengen. Of dat het nieuwe jaar echt beter zal worden. Soms zijn die verwachtingen echter onrealistisch, en het niet uitkomen ervan zorgt voor teleurstelling en frustratie. Terwijl iedereen om hen heen weer vrolijk en levenslustig wordt door de ontluikende lente, lijkt er voor mensen met zelfdodingsgedachten niets te veranderen. En dan barst de kruik.
Dat het aantal zelfdodingen fluctueert met de seizoenen, is belangrijk voor de hulpverlening. “Voor zelfmoordpreventie betekent dit dat het nuttig kan zijn extra publiekscampagnes op te zetten rond de start van de lente, omdat het risico op zelfmoord dan het grootst is”, schrijft De Beurs. “Ook voor de planning op een spoedeisende hulp kan kennis over variatie in het aantal zelfmoorden gedurende het jaar van belang zijn. Verwacht juist meer zelfmoordpogingen in de lente.”
‘Wie erover praat, doet het niet’

“Na een zelfdoding herinneren familieleden en vrienden zich vaak de recente gesprekken die ze met de overledene hebben gehad”, schrijft de Amerikaanse auteur John Bateson, die zich al jaren inzet voor zelfdodingspreventie. “Het zijn gesprekken waarin de persoon gedachten uitsprak die, achteraf gezien, onheilspellend waren. Helaas komt dat besef dan te laat. Elke verwijzing naar zelfdoding moet daarom serieus worden genomen. Het is vaak een roep om hulp, misschien wel de enige die de persoon uit. Als niemand erop reageert, is de boodschap dat niemand om hem of haar geeft.”
De mythe stelt anders, maar ongeveer de helft van de mensen die overlijdt door zelfdoding heeft vooraf signalen gegeven. Soms spreken ze hun gedachten vrij letterlijk uit: “Ik maak er een eind aan”, of: “Ik kan maar beter dood zijn.” Soms is de aanpak wat cryptischer: “Jullie zullen geen last meer van mij hebben”, of: “Het heeft geen zin meer.” Niet alleen bekenden worden aangesproken, maar ook hulpverleners: uit Nederlandse tellingen blijkt dat maar liefst 40 procent van de mensen die overlijden door zelfdoding in behandeling is bij een zorgverlener.
“Wanneer iemand een drankprobleem of een drugsprobleem heeft, dan geven anderen advies of praten ze er op z’n minst over”, schrijft Bateson in zijn recentste boek Suicide. Understanding and Ending a National Tragedy. “Maar bij zelfdoding is dat vaak niet het geval. Mensen vermijden het gesprek, omdat ze niet weten wat ze moeten zeggen tegen iemand die serieus aan zelfdoding denkt. Daardoor zeggen familieleden en vrienden vaak helemaal niets – wat meestal erger is. Het zorgt ervoor dat de persoon zich niet meer aan hen blootgeeft en zich nog verder terugtrekt.”
‘Er is altijd een afscheidsbrief’

To Boddah. Met die woorden begon Kurt Cobain ooit een lange brief. De frontman van de populaire grungeband Nirvana schreef zijn denkbeeldige jeugdvriend over passie en punkrock, over verdriet en buikpijn, over zijn vrouw en zijn dochter, over mensenliefde en mensenhaat. “It’s better to burn out than to fade away”, stelde hij tegen het einde. Op vrijdag 8 april 1994, drie dagen na het schrijven ervan, werd Cobains epistel gevonden – vlak naast zijn levenloze lichaam.
Afscheidsbrieven lijken krachtige symbolen, onlosmakelijk verbonden met zelfdoding. Maar eigenlijk zijn ze vrij zeldzaam. De schattingen variëren, maar volgens suïcidoloog Thomas Joiner komen ze slechts in een op de vier gevallen voor. Veel mensen vinden het onvoorstelbaar dat iemand uit het leven stapt zonder een bericht achter te laten voor vrienden of familieleden, maar deze verontwaardiging gaat voorbij aan de extreme gemoedstoestand waarin die persoon zich bevindt. Joiner stelt dan ook dat mensen die overlijden door zelfdoding zich vaak simpelweg te eenzaam voelen om zich nog tot anderen te richten.
Wanneer er toch een boodschap wordt neergepend, dan is die zelden zo uitgebreid en emotioneel als die van Cobain. Vaak zijn de berichten opvallend kort en afstandelijk. In zijn boek Myths about Suicide geeft Joiner voorbeelden van ‘afscheidsbrieven’ die enkel informatie gaven over waar de autosleutels lagen, welke rekeningen nog betaald moesten worden of wat er met het spaargeld moest gebeuren. De onderzoeker kan hier uit eigen ervaring over spreken: zijn vader stierf namelijk door zelfdoding, met naast zich alleen een post-it met de raadselachtige woorden “Could this be the answer?” erop gekrabbeld.
‘Vooral jongeren lopen gevaar’
Zelfdoding is de belangrijkste doodsoorzaak bij tieners en twintigers. Dat klopt. Maar dit komt vooral doordat ze relatief weinig overlijden aan andere oorzaken, zoals een ziekte of hartstilstand. Dat blijkt opnieuw bij een duik in de recentste cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek, gepubliceerd in juni 2026.
In 2025 maakten 1758 inwoners van Nederland een einde aan hun leven. Gemiddeld zijn dat dus 5 zelfdodingen per dag. Het zogenoemde zelfdodingscijfer, het aantal zelfdodingen per 100.000 inwoners, is daarmee vrij stabiel: tussen 2018 en 2025 schommelde het steeds ergens tussen de 9,7 en de 10,9 per 100.000 inwoners.
Van alle tieners die in 2025 om het leven kwamen, overleed 22 procent aan zelfdoding. Bij twintigers ging het zelfs om 28 procent. Maar met respectievelijk 70 en 212 zelfdodingen kwamen hun zelfdodingscijfers neer op 3,6 en 8,9 per 100.000. Te hoog, natuurlijk – maar relatief laag vergeleken met andere leeftijdscategorieën.
De grootste risicogroep voor zelfdoding wordt al sinds 2007 namelijk gevormd door mensen tussen de vijftig en zestig jaar. Vorig jaar was een vijfde van alle mensen die overleden door zelfdoding een vijftiger. Met 332 zelfdodingen kwam het zelfdodingscijfer voor deze leeftijdsgroep neer op maar liefst 13,6 per 100.000.
‘Zelfdoding is niet tegen te gaan’

Mensen staken simpelweg hun hoofd in de oven. In Engeland en Wales was zelfvergassing halverwege de vorige eeuw verreweg de meest gekozen vorm van zelfdoding, goed voor zo’n 40 procent van alle gevallen. Maar toen werden er in de Noordzee nieuwe energiebronnen ontdekt, en switchten veel huishoudens van het zeer giftige koolgas naar het veel minder giftige aardgas. Als gevolg hiervan daalde het totale aantal zelfdodingen met meer dan 35 procent. Want anders dan je misschien zou verwachten: toen zelfvergassing lastiger werd, stapten mensen niet massaal over op andere methodes.
“Sommige mensen denken dat zelfdoding niet voorkomen kan worden”, schrijft de Amerikaanse auteur John Bateson, die zestien jaar uitvoerend directeur van een centrum voor crisisinterventie en zelfdodingspreventie was. “Ze denken dat als iemand wil sterven door zelfdoding, het aanvankelijk misschien mogelijk is om hem of haar tegen te houden – maar dat de persoon vroeg of laat toch wel een manier zal vinden.” Een mythe, beweert hij in zijn recentste boek Suicide. Understanding and Ending a National Tragedy. Het heeft immers wel degelijk zin om de mogelijkheden tot zelfdoding te beperken.
Een indrukwekkend voorbeeld daarvan biedt de Grafton Bridge in Auckland (zie foto), op het Noordereiland in Nieuw-Zeeland. In 1937 werd deze brug voorzien van stalen wanden, om het hoge aantal zelfdodingen door springen te verminderen. En dat werkte. Zo goed zelfs dat de lokale overheid in 1996 besloot dat de wanden wel weer weg konden, aangezien er toch geen zelfdodingen meer plaatsvonden op deze locatie. Meteen doken er nieuwe springers op. In 2003 werden de wanden teruggeplaatst, waarna de zelfdodingen op die plek wederom verdwenen. En belangrijk: van verplaatsing naar andere bruggen leek in al die tijd geen sprake.
Er zijn meer illustraties. In Australië werd besloten om automatische en semiautomatische wapens te verbieden en de controle op niet-automatische wapens aan te scherpen, waardoor het aantal zelfdodingen met vuurwapens halveerde. In Engeland werd besloten dat apotheken hun klanten niet meer ongelimiteerd pijnstillers mochten verkopen, waardoor het aantal zelfdodingen door overdoses met 43 procent zakte. In Japan werd besloten dat hoofdstedelijke stations voorzien worden van automatische perrondeuren, waardoor het aantal zelfdodingen door treinen wel 76 procent kan dalen. En in geen van deze gevallen stegen de cijfers van andere methoden.
“Wanneer iemand het gevoel heeft dat het leven ondraaglijk is en dat zelfdoding de enige uitweg is, dan kan het beperken van de toegang tot dodelijke middelen – zoals wapens, drugs of plekken om te springen – echt een groot verschil maken”, schrijft Bateson dan ook stellig. “Het beperken van de toegang tot zulke dodelijke middelen kan extra tijd creëren tussen de beslissing en het daadwerkelijke plegen van zelfdoding – en hierdoor ontstaan extra kansen voor de impuls om weg te ebben of voor alarmsignalen om herkend te worden.”
Denk jij aan zelfdoding? Neem contact op met 113 Zelfmoordpreventie via 113 of 0800-113 (gratis), of de chat.
Deze tekst is geschreven door journalist Rik Peters. Hij liet dit stuk controleren op zorgvuldigheid door de persvoorlichting van 113 Zelfmoordpreventie.