Wie ruimt onze kosmische voortuin op?

KIJK-redactie

2013-02-02 16:00:19

Sinds de ruimtevaart in 1957 begon, is rond de aarde een ware vuilnisbelt ontstaan. Uitgebrande rakettrappen, ander afgedankt materieel en ettelijke kleine metaalsplinters vormen een groot gevaar voor astronauten en satellieten. Hoog tijd om die puinhoop aan te pakken.

International Space Station, 24 maart 2012, 04:11. Code rood wordt in werking gesteld. Een brokstuk van een oude Russische satelliet is te laat opgemerkt en raast met een duizelingwekkende snelheid richting het ruimtestation. Hoewel het puin waarschijnlijk op een veilige afstand langs zal vliegen, nemen André Kuipers en zijn collega’s het zekere voor het onzekere. Ze kruipen in de aangekoppelde Sojoez-capsule en wachten het moment suprême af. Om 06:38:33 uur slaakt de Nederlander een zucht van verlichting. Het gevaarlijke object heeft het ISS niet geraakt en Kuipers kan zijn missie gewoon voortzetten.

Tot nu toe gaat het meestal goed, maar het is een feit dat space junk een steeds grotere bedreiging vormt voor de ruimtevaart. Sinds de lancering van de Russische Spoetnik op 4 oktober 1957 is in het heelal een complete vuilnisbelt ontstaan. Rond de aarde draaien op dit moment 17.000 brokstukken die groter dan 10 centimeter zijn, en 700.000 objecten van tussen de 1 en 10 centimeter. Om nog maar te zwijgen over het echt kleine grut: miljoenen schroefjes, boutjes en verfschilfers razen kriskras door elkaar. Ze bereiken snelheden van 28.000 kilometer per uur – dat is ongeveer tien keer zo snel als een afgevuurde kogel. En ze zijn amper via de radar te volgen.

Dit is het eerste gedeelte van een artikel uit KIJK 3/2013. Dit nummer ligt in de winkel van 8 februari tot en met 7 maart.

Uw cookieinstellingen laten het tonen van deze content niet toe. De volgende cookies zijn nodig: Marketing. Wijzig uw instellingen om deze content te zien.

Meer informatie:

Tekst: Stef Meijers

Beeld: NASA







Podcast KIJK en luister via JUKE



Meer Artikelen