In een 2850 jaar oud massagraf lagen vooral vrouwen en kinderen. Ze kwamen door geweld om het leven.
In 1971 ontdekten archeologen een massagraf uit de ijzertijd in Servië. Ze zagen de doden aanvankelijk als slachtoffers van een pandemie. Nieuw onderzoek van onder andere de University of Edinburgh vond geen sporen van een besmettelijke ziekte. Wel van bruut geweld.
In het massagraf telden de archeologen 77 lichamen. Van veertig slachtoffers konden ze vaststellen dat het kinderen waren van één tot twaalf jaar oud. Elf waren adolescenten van dertien tot zeventien jaar oud en er lagen 24 volwassenen. Daarnaast was er een baby.
Lees ook:
- Archeologen ontdekken een 5000 jaar oude hond die in een meer begraven lag
- Wat was het doel van deze ruim 5000 jaar oude hunebedden in Jordanië?
Veel vrouwen
Opvallend is dat er veel vrouwen in het graf lagen. Van 72 slachtoffers konden de archeologen het geslacht achterhalen, door te kijken naar het skelet, het DNA of de tanden. 64 procent van de kinderen was vrouw en 87 procent van de volwassenen. De baby was een jongetje.
Aan bijna een op de vijf overledenen is te zien dat ze een gewelddadig einde hadden. Veel schedels hadden schade die veroorzaakt wordt door een klap met een stomp voorwerp. In werkelijkheid zullen er veel meer verwondingen geweest zijn, denken de archeologen. Van steekwapens bijvoorbeeld. Niet alle wonden laten sporen na die te zien zijn op een skelet.
Geen familie
DNA-onderzoek liet nog iets aparts zien. De onderzoekers verwachtten dat de slachtoffers dezelfde achtergrond hadden en nauw verwant zouden zijn aan elkaar. Dat was niet het geval. Veel van de doden waren niet eens verre familieleden. Isotopenanalyse van de botten toonde aan dat ze een verschillend menu hadden gehad en dus uit verschillende gebieden afkomstig waren.
En dan was er nog iets. De slachtoffers zijn niet zomaar in een kuil gerommeld en bedekt met aarde, zoals vaak in massagraven. Ze zijn gevonden in de restanten van een huis. Onderop lagen de botten van een kalf dat was geslacht. Tussen de menselijke skeletten lagen resten van nog meer runderen, varkens en geiten of schapen. Bovenop lagen zaden en gebroken maalstenen.
Begraven met giften
Daar komt bij dat de doden grafgiften bij zich hadden, zoals bronzen voorwerpen en potten van aardewerk. Dat verwacht je niet bij oorlogszuchtige stammen die net hun vijanden hebben afgeslacht. Ondanks het grote aantal skeletten en het gebruikte geweld zijn er toch aanwijzingen die horen bij een rituele begrafenis.
De botten zijn gedateerd op ongeveer 850 voor Christus. In die tijd bouwden mensen versterkingen om hun nederzettingen, schrijven de archeologen. Ook verhuisden ze terug naar oudere nederzettingen uit de bronstijd die goed te verdedigen waren. Het wijst op sociale onrust.
Het is uitzonderlijk dat er zo veel vrouwen gevonden worden in een prehistorisch massagraf. Meestal zijn het mannen die worden afgeslacht en haastig worden begraven. De vondst van zo veel vrouwen en kinderen in een graf wijst er mogelijk op dat er een dominante groep was die wilde laten weten: wij zijn nu de baas hier en met ons valt niet te sollen.