Veel dieren ruiken niet alleen met hun neus, maar ook met het orgaan van Jacobson. Wat is dit voor orgaan?
De meeste dieren ruiken met speciale reukreceptorcellen in de neus, maar sommige hebben een extra reukorgaan: het orgaan van Jacobson, ook wel het vomeronasaal orgaan genoemd. Het ligt in de mond- of neusholte en is gespecialiseerd in het waarnemen van feromonen, chemische stoffen die sociale signalen geven, bijvoorbeeld om te laten weten dat een dier geslachtsrijp is of om een territorium te claimen.
Lees ook:
- Herkennen katten de geur van hun baasjes?
- Wetenschappers vangen de geur van mummiebalsem in een potje
Het orgaan van Jacobson kan goed feromonen opvangen
De basis van het orgaan is terug te vinden in de embryo’s van alle Tetrapoda of viervoeters (amfibieën, reptielen, vogels en zoogdieren), maar ontwikkelt zich bij lang niet alle dieren tot een functionele structuur. Slangen, de meeste hagedissen en veel zoogdieren – waaronder katten, honden, paarden, beren en muizen – hebben wel een werkend orgaan van Jacobson. Bij mensen zijn soms restanten te vinden, maar die hebben geen functie.
Waarom is zo’n extra reukorgaan nodig? De receptorcellen in de neus zijn vooral goed in het detecteren van vluchtige moleculen, geuren die als gas makkelijk door de lucht bewegen. Het orgaan van Jacobson neemt vooral niet-vluchtige moleculen waar, zoals veel feromonen. Die zitten opgelost in een vloeistof en verspreiden niet goed door de lucht. Dieren moeten dus alsnog erg dicht bij de bron zijn om ze te ruiken.
Onbewust ruiken
Sommige zoogdieren – waaronder katten, paarden en giraffen – hebben een speciale tactiek om de moleculen effectiever naar het orgaan van Jacobson te leiden. Ze trekken hun bovenlip omhoog en ademen via hun mond in, dit gedrag heet flemen (zie openingsfoto). Feromonen en andere moleculen kunnen dan via een kanaal in de mond naar het orgaan van Jacobson reizen. Soms gebruiken ze hun tong om extra moleculen naar hun mondholte te brengen.
Slangen en hagedissen gebruiken het orgaan om andere dieren, zoals soortgenoten of prooien, op te sporen. Ze steken hun gespleten tong uit en vegen daarmee moleculen op die andere dieren op de grond of in de lucht hebben achtergelaten. Vervolgens duwen ze hun tong tegen twee kleine openingen in hun gehemelte, de ingangen naar het orgaan van Jacobson. Beide tongpunten verzamelen moleculen apart, waardoor de slangen en hagedissen links-rechtsinformatie krijgen en het geurspoor beter kunnen volgen.

Het orgaan van Jacobson stuurt signalen naar gebieden in de hersenen die gedrag en lichaamsfuncties automatisch aansturen; dieren ruiken de geuren dus niet bewust. Als een kat bijvoorbeeld via feromonen ruikt dat een andere kat krols is, activeert dat automatisch seksueel gedrag.
Deze vraag kon je vinden in KIJK 10/2025.
Ook een vraag voor de rubriek ‘KIJK Antwoordt’? Mail hem naar info@kijkmagazine.nl. En in onze special geven we antwoord op 172 bijzondere, verrassende en boeiende vragen! Bestel hem hier!