Mogen menselijke haren in de gft-bak?

KIJK-redactie

2018-09-17 12:59:48

haren gft-bak

Een flink deel van ons afval valt onder groente-, fruit- of tuinafval (gft) wat uiteindelijk wordt verwerkt tot onder andere compost. Mogen onze haren ook in de gft-bak?

Nee, dat is niet de bedoeling. Haar verteert uiteindelijk wel, maar niet snel genoeg voor de composteringsinstallaties waar ons gft-afval naartoe gaat. Daar geldt een verwerkingstijd van één tot acht weken, afhankelijk van het type installatie.

Hyenapoep

Haar is nogal taai. Het bestaat voornamelijk uit keratine, een vezeleiwit. Hoe lang het duurt om het af te breken, hangt af van de omstandigheden waarin je het bewaart. Met zware chemicaliën kun je haar vrijwel meteen afbreken, maar in een grafkist kan het jarenlang blijven bestaan. Mummies hebben meestal ook nog haar. Als je haar lekker snel wilt laten verteren, moet je het in ieder geval niet in hyenapoep stoppen: de oudste menselijke haren die ooit zijn gevonden, van 200.000 jaar geleden, kwamen daar namelijk in voor.

Hoe dan ook, haren moeten bij het restafval, net als haren van andere dieren, hout en katoen – ook allemaal van die lastig te verteren natuurlijke producten. Maar als je een eigen composthoop voor je tuin hebt, kun je daar je haren wel in kwijt. Best een aanrader, want er zit veel stikstof in haar, dat je grond vruchtbaar maakt. Zorg er wel voor dat je de haren niet op een dotje in de composthoop stopt, maar schep ze goed door het andere gft-afval heen. Na ongeveer een maand kun je je behaarde compost dan over je tuintje strooien.

Deze vraag kon je vinden in KIJK 3/2018.

Ook een vraag voor de rubriek ‘KIJK antwoordt’? Laat hem via onderstaand formulier achter.

[contact-form-7 id=”141402″ title=”Vraag antwoord formulier”]

Tekst: Diana de Veld

Beeld: iStock

KIJK 9/2018Ben je geïnteresseerd in de wereld van wetenschap & technologie en wil je hier graag meer over lezen? Bestel dan hier ons nieuwste nummer. Abonnee worden? Dat kan hier!







De nieuwste editie!

Editie 2-2020




Meer KIJK antwoordt