Toengoeska: het Russische Roswell

André Kesseler

2018-06-30 12:59:21

Toengoeska

Het is vandaag 110 jaar geleden dat de Toengoeska-explosie, waarover een hoop samenzweringstheorieën de ronde doen, plaatsvond. Daarom een gratis longread van de Complot!-aflevering over het mysterie van de meteoriet zonder inslagkrater in de Russische taiga.

De zaak

Het is 30 juni 1908, kwart over zeven en Semjon Semjonov, een boer in Siberië, maakt zich klaar voor het ontbijt. “Ik keek naar het noorden en zag opeens dat de hemel in tweeën spleet. Er verscheen een vuurbal boven het bos, het gat in de lucht werd groter en de hele noordkant stond in brand. Tegelijkertijd werd het zo heet, dat ik het bijna niet kon verdragen. Ik wilde mijn kleren van mijn lichaam rukken, maar opeens sloot de hemel zich weer. Er klonk een harde klap en ik werd een paar meter achteruit geworpen. Ik was bewusteloos, maar mijn vrouw kwam naar buiten rennen en nam me mee naar binnen. Daarna volgde een geluid dat klonk als vallende rotsen of het afvuren van kanonnen en begon de aarde te schudden.”

Leonid Koelik (rechts vooraan met bril) en zijn team. De Russische mineraloog was de eerste die het gebied, negentien jaar na de inslag, aan een onderzoek onderwierp.

Wat Semjonov beschrijft, zal later de geschiedenis ingaan als de Grote Siberische Explosie of de Toengoeska-explosie. Ze veroorzaakt schokgolven die tot op honderden kilometers afstand ramen aan diggelen slaan en door seismische apparatuur over de hele wereld worden opgevangen. Het observatorium van het Amerikaanse Smithsonian heeft nog maanden last van de verhoogde hoeveelheid stof in de atmosfeer. De stofdeeltjes weerkaatsen het zonlicht naar de aarde, zodat het ’s nachts in heel Europa zo licht blijft dat je gemakkelijk de krant kunt lezen.

Omdat de raadselachtige gebeurtenissen zich in 1908 en ver van de beschaving afspelen, duurt het vrij lang voordat iemand aanbiedt om te onderzoeken wat er zich daar in de buurt van de Toengoeskarivier precies heeft voorgedaan. In 1921 is mineraloog Leonid Koelik in het gebied voor een ander onderzoek in opdracht van de Russische Academie van Wetenschappen. Op basis van getuigenverklaringen, waaronder die van boer Semjonov, concludeert Koelik dat er waarschijnlijk een meteoriet is neergekomen.

Tijdens de eerste expeditie in 1927 deed Leonid Koelik verwoede pogingen om de inslagkrater te vinden. In plaats daarvan trof hij in het epicentrum “een bos van telegraafpalen” aan.

Terug in Moskou weet hij de Russische overheid ervan te overtuigen om geld vrij te maken voor een expeditie. Een meteoriet zou namelijk van onschatbare waarde kunnen zijn voor de Russische wetenschap en industrie. In 1927 is het dan zover. Na een lange, zware tocht is het team van twintig man ter plaatse. Vanaf de Shakramaberg overziet Koelik een zwartgeblakerd landschap van zo’n 70 bij 55 kilometer waarin meer dan 30 miljoen bomen vanuit een epicentrum naar buiten zijn gedrukt. In het drassige terrein zoeken de mannen naar de inslagkrater, maar als ze op de plek aankomen, doen ze een bizarre ontdekking. Uitgerekend daar waar de meteoriet een enorm gat in de aarde zou moeten hebben geslagen, staan tientallen boomstammen nog star overeind. Half verkoold en zonder takken, maar toch…

De geruchten

Inmiddels zijn er tientallen expedities geweest en zijn er meer dan duizend onderzoeksrapporten verschenen over Toengoeska. De reguliere wetenschap houdt het erop dat de gebeurtenissen in Siberië zijn veroorzaakt door een meteoriet of een komeet. Maar er zijn mensen die vermoeden – sterker, die zeggen te kunnen bewijzen – dat er iets heel anders is gebeurd. In hun ogen is het incident niets anders dan een Russisch Roswell. Volgens hen is er geen sprake van een buitenaards rotsblok, maar van een ruimtevaartuig en van een duistere samenzwering van de KGB.

Door de jaren heen bleken heel wat mensen, onder wie Russische wetenschappers, open te staan voor de mogelijkheid dat ‘Toengoeska’ was veroorzaakt door een buitenaards ruimteschip. Wat hen verdeelt, is de vraag wat de aliens hier kwamen doen. Sommigen zeggen dat het buitenaardse toestel zich in onmenselijke zelfopoffering voor een aanstormende meteoriet heeft geworpen om de aarde te beschermen.

Als de brok ruimtepuin 4 uur en 48 minuten later was ingeslagen had hij Sint-Petersburg, toen al een stad met honderdduizenden inwoners, vrijwel zeker in de as gelegd. Nog iets later was hij een serieuze bedreiging geweest voor verschillende grote steden in Scandinavië.

Maar er zijn ook mensen die denken dat er die dag twéé ruimteschepen waren, afkomstig van twee elkaar te vuur en te zwaard bestrijdende buitenaardse volkeren. Ze zouden boven Siberië een luchtgevecht hebben gevoerd, waarbij een van de toestellen werd neergeschoten en de ander ervandoor ging. En dan is er nog een groep die ervan overtuigd is dat de gigantische uitbarsting van de vulkaan Krakatau in 1883 ermee te maken heeft. De rookwolken die bij die uitbarsting de atmosfeer in werden geslingerd, zouden door aliens op de planeet 61 Cygni zijn opgevat als een poging van aardbewoners om met hen te communiceren. Als antwoord vuurden ze een blauwe laserstraal af die in Siberië miljoenen bomen velde.

Om de zoveel tijd steekt het Toengoeska- ufo-idee opnieuw de kop op. Zo werd in 1998 in Amerika de documentaire The secret KGB ufo files uitgezonden. Hierin wordt opnieuw beweerd dat in Siberië een ufo is neergestort en dat het Russische ministerie van Staatsveiligheid (de latere KGB) opgravingen heeft gedaan en informatie daarover heeft achtergehouden. “Een kolonel in geheime dienst van de voormalige Sovjet-Unie,” zo meldt de commentaarstem, “geeft toe dat hij medeplichtig is aan een doofpotaffaire met als doel belangrijke bewijzen te verbergen.”

“Hij beschrijft verder hoe hij betrokken was bij pogingen om conclusies van Russische wetenschappers over de werkelijke achtergrond van de explosie uit de openbaarheid te houden. Volgens die wetenschappers is Toengoeska een crash site van een buitenaards ruimteschip. Het feit dat er maar geen eenduidige verklaring komt voor wat zich daar heeft afgespeeld, doet denken aan de gebeurtenissen in 1947 bij Roswell, New Mexico.” Daar stortte volgens sommigen ooit een ufo neer die over werd gebracht naar Area 51 en de basis vormde voor het Amerikaanse ruimtevaartprogramma. (Zie: ‘Area 51: Een goede basis voor een complot’ in KIJK 1/2003.)

De rol van de KGB zou dezelfde zijn als die van de CIA in Roswell: het onder de pet houden van de kennis over buitenaardse aandrijfsystemen en de samenwerking met de buitenaardsen. En net als bij het Roswellincident klinkt de verontwaardiging door over het feit dat die kennis niet met de wereld wordt gedeeld. Volgens sommige bronnen is de Russische voorsprong in de beginperiode van de ruimtevaart een direct gevolg van de ontdekkingen die in Siberië werden gedaan.

Bij elkaar werden in Toengoeska meer dan 30 miljoen bomen tegen de vlakte geslagen. De dennen, met stammen van soms een meter dik, waren vanuit een middelpunt naar buiten gedrukt. Vanuit de lucht zag het gehavende gebied eruit als een enorme vlinder.

Een paar jaar geleden was daar ineens Joeri Lavbin. De wetenschapper doet naar eigen zeggen al meer dan vijftien jaar onderzoek naar het mysterie van Toengoeska en is ervan overtuigd dat een ufo het antwoord is. Lavbin is oprichter van de Tunguska Spatial Phenomenon Foundation, een stichting met ongeveer vijftien enthousiaste leden, onder wie geologen, chemici, mineralogen en natuurkundigen, die al sinds 1994 allerlei expedities naar het gebied ondernemen.

In 2004 kondigde Lavbin aan dat hij opnieuw naar Siberië zou afreizen. Dit keer, zo had hij zich voorgenomen, ging hij bewijzen vinden voor zijn lang gekoesterde theorie. En verdomd, het lukte. In augustus van dat jaar maakte de Rus bekend dat hij tussen twee dorpen twee vreemde stukken steen had gevonden. Ze waren vierkant, anderhalve meter hoog. “Het materiaal doet denken aan een legering die wordt gebruikt om raketten van te maken, maar aan het begin van de twintigste eeuw bestonden er alleen nog maar vliegtuigen van triplex”, liet Lavbin weten.

En hij had nog iets anders gevonden: een gigantische witte steen “ter grootte van een boerenhut”. Bij de lokale bevolking stond de rots bekend als de rendiersteen, maar volgens Lavbin was de kans groot dat het de kern van een komeet betrof.

Zoals een goed wetenschapper betaamt, had hij monsters van zijn vondsten naar een laboratorium gestuurd. Het resultaat van dat onderzoek hoefde hij schijnbaar niet af te wachten, want hij liet weten: “Ik kan officieel aankondigen dat we destijds zijn gered door krachten van een buitenaardse samenleving. Ze vernietigden de enorme meteoriet die met een geweldige snelheid op ons afkwam. En wij hebben het grootse object gevonden dat die meteoriet liet exploderen.”

Lavbin herhaalde zijn claims vorig jaar nog eens, toen hij en zijn team tijdens een nieuwe expeditie een paar platen kwarts (een soort mineraal) hadden opgegraven. Op de platen, zo beweerde Lavbin, waren vreemde tekens te vinden en volgens hem kon het bijna niet anders dan dat ze ooit onderdeel hebben uitgemaakt van het instrumentenpaneel in een buitenaards ruimteschip.

De feiten

Vlak na de Tweede Wereldoorlog was sciencefictionschrijver Alexander Kazantsev in zijn auto op weg naar een afspraak. Op de radio luisterde hij naar een gedetailleerde beschrijving van de verwoesting die de Amerikaanse atoombom in Hiroshima had aangericht. Vooral het feit dat de bom op 550 meter hoogte boven de stad was geëxplodeerd, deed Kazantsev ineens aan Toengoeska denken.

Maar in 1908 waren er nog geen aardse atoombommen. Misschien, zo fantaseerde hij, was het wel een buitenaards ruimteschip geweest. Die gedachtegang leidde uiteindelijk tot een kort verhaal, De explosie, dat in 1946 werd gepubliceerd. De schrijver had heel slim allerlei sciencefiction-elementen (ufo redt wereld van meteoriet) vermengd met citaten uit de rapporten van Leonid Koelik en allerlei getuigenverklaringen. Het is opvallend hoeveel details uit Kazantsevs verhaal terug zijn te vinden in allerlei complottheorieën en het is goed voor te stellen hoe feit en fictie in de loop van de tijd door elkaar zijn gaan lopen.

Dat de Russen over buitenaardse ruimtevaarttechnologie konden beschikken en dat stil hebben gehouden, lijkt niet hard te maken. De Sovjet-Unie had dan wel een voorsprong, maar de Russische ruimtevaartuigen waren niet ‘buitenaards beter’ dan die van de Amerikanen. Het was heel aardse technologie die Joeri Gagarin in 1961 als eerste mens naar de ruimte bracht.

En Lavbin? Die riep dan wel heel hard dat hij het mysterie had opgelost, maar van het onderzoek naar de kwartsplaten en de andere brokken die hij had gevonden, werd nooit meer iets vernomen. Ook de Amerikaanse documentaire uit 1998 blijft enorm vaag. Hoe de Russische kolonel heet en om wat voor informatie het precies gaat, wordt niet bekendgemaakt.

Andere meteorieten hebben tenminste het fatsoen om een flinke krater achter te laten. Maar in het epicentrum in Siberië staat “een bos van telegraafpalen”, zoals Koelik het noemde. De Britse onderzoeker Francis Whipple legde in 1934 de basis voor de theorie dat het Toengoeska-incident was veroorzaakt door een kleine komeet. Die zou door de enorme snelheid een paar kilometer boven de grond zijn geëxplodeerd en dat zou verklaren waarom er nooit een krater werd gevonden. Een bewering die kort daarna door andere wetenschappers werd tegengesproken. Het zou geen komeet zijn, maar een meteoriet. En die controverse bestaat nog steeds. Kometen bestaan uit ijs, gas en stof; meteorieten bestaan vaak uit ijzer, steen of een combinatie van beide.

In de loop der jaren zijn er sporen gevonden die erop wijzen dat de boosdoener in Toengoeska een stuk ruimtepuin moet zijn geweest. Tijdens expedities in de jaren vijftig en zestig werden bijvoorbeeld mineralen aangetroffen die hoge concentraties nikkel bevatten. Die komen vaker voor op plekken waar meteorieten zijn ingeslagen en ze zijn niet terug te vinden op andere plekken in Siberië.

In de Russische bodem (en later ook in boomringen die zich vormden in 1908) werden bolletjes mineralen gevonden met een hoge concentratie nikkel. Volgens sommige wetenschappers zijn die verenigbaar met een meteoriet of komeetinslag.

Bovendien werden dezelfde microscopische mineraalbolletjes ook gevonden in de boomringen die in 1908 werden gevormd. Chemische analyse van poeltjes in de regio bewijst dat het water een samenstelling heeft die verenigbaar is met een inslag. Ook zijn er afwijkingen gevonden in de aardlagen die in die tijd zijn gevormd. Russische experimenten uit de jaren zestig, met modelbossen van lucifers en een kleine explosieve lading, leverden dezelfde vlindervormige patronen op die ook op enorme schaal in Toengoeska te vinden zijn. En ook de verhoogde radioactiviteit in het gebied, die volgens complotdenkers afkomstig is van een buitenaards aandrijfsysteem, kan volgens wetenschappers het gevolg zijn van een meteoriet.

Op basis van die feiten denken de meeste wetenschappers nu dat de meteoriet (of komeet) tussen de 5 en 10 kilometer boven de grond is geëxplodeerd, met een kracht van 1000 Hiroshimabommen. De hoge snelheid zou de lucht vóór het stuk ruimtepuin, dat een middellijn van veertig tot zestig meter moet hebben gehad, zo hard hebben samengeperst (de zogenoemde ram pressure) dat de temperatuur ongekend hoog opliep en het ding uit elkaar klapte.

Zaak gesloten?

Vorig jaar verscheen het boek The Tunguska mystery van Vladimir Rubtsov, waarin de feiten rond het Toengoeskaraadsel nog eens gedetailleerd worden beschreven. Rubsov concludeert: “Het Toengoeskafort heeft zich nog niet overgegeven. Om het fort binnen te komen moeten we nog een laatste aanval doen en dan zal het wetenschapleger winnen.”

Maar, zo waarschuwt de schrijver, we moeten bepaalde zaken niet te snel als onzin afdoen. Hij pleit er dan ook voor om in de zoektocht naar de waarheid ook de mogelijkheid voor één of twee buitenaardse schepen mee te nemen… Misschien is het dan toch waar wat men zegt: als er één volk is dat nog goedgeloviger is over ufo’s dan de Amerikanen, dan zijn het de Russen.

Mark Bosloughen David Crawford van het Amerikaanse Sandia National Laboratories maakten een paar jaar geleden een computersimulatie van de mogelijke meteorietinslag bij Toengoeska. Te zien is de drukgolf als gevolg van de explosie en de vuurbal die ervoor zorgde dat een groot gebied werd platgebrand.

Deze Complot!-aflevering verscheen ook in KIJK 8/2010.

Ben je geïnteresseerd in de wereld van wetenschap & technologie en wil je hier graag meer over lezen? Bestel dan hier ons nieuwste nummer. Abonnee worden? Dat kan hier!







Podcast KIJK en luister via JUKE



Meer Mens