Uit een nieuwe genetische studie onder de inheemse volkeren in Maleisië blijkt dat het menselijk reukvermogen is geëvolueerd onder invloed van onze voedsel- en levensstijlkeuzes.
De reukzin is misschien wel ons meest ondergewaardeerde zintuig, en dat terwijl het een essentiële rol speelt in onze overleving. Onze neus maakt ons er bijvoorbeeld op attent dat er brand in de buurt is of dat voedsel rot is. Hoewel mensen doorgaans niet bekend staan om hun uitstekende neus, is het reukvermogen an sich een van de oudste zintuigen uit het dierenrijk.
In het verleden hadden mensen ook veel meer genen die coderen voor zogenaamde reukreceptoren, maar we zijn zo’n 60 procent van die genen verloren in onze evolutionaire geschiedenis. Dat betekent echter niet dat reuk geen belangrijke rol vervult in ons bestaan. Integendeel.
Lees ook:
- Zoogdieren die op grote hoogtes leven, kunnen slechter ruiken
- Mensen zonder reuk ademen anders – en dat kan problemen geven
Reukzin is samenspel van factoren
“Mensen denken soms dat we ons reukvermogen amper gebruiken voor onze overleving. Het zou zijn afgenomen naarmate we evolueerden en ons afsplitsten van andere primaten. Maar uit onze studie blijkt juist dat de menselijke reukzin is gevormd door een samenspel van genetica, omgevingsfactoren en menselijk gedrag”, zegt Lian Deng van de Fudan-universiteit in Shanghai. Ze is een van de onderzoekers die meewerkte aan een nieuwe studie naar de evolutie van ons reukvermogen.
Geurwoorden
Deng en haar team raakten geïnteresseerd in de evolutie van reukgenen, en keken daarvoor naar de genen van de inheemse volkeren in Maleisië, Orang Asli genaamd. Binnen de Orang Asli bestaan verschillende groepen met ieder hun eigen levensstijl, variërend van jagers-verzamelaars tot landbouwers.
Uit eerder onderzoek bleek al dat populaties met verschillende levensstijlen andere woorden voor geuren ontwikkelden. Een voorbeeld van een geurwoord is bijvoorbeeld ‘muf’, waarmee je de kenmerkende lucht van een vochtige kelder kunt omschrijven. Voor veel andere geuren bestaan in het Nederlands geen specifieke woorden, maar in de taal van de Orang Asli wel.
Deng: “Met name jagers-verzamelaars hebben een heel specifiek vocabulaire voor geurwoorden, terwijl wij vaak terugvallen op vergelijkingen. We zeggen bijvoorbeeld dat iets naar bloemen ruikt.”
Meer reukgenen in jagers-verzamelaars
Om te zien of er naast verschillen in taal ook verschillen in genen te vinden waren, analyseerden Deng en haar team de genen van vijftig leden van de Orang Asli. Deze vergeleken ze met de genetische informatie van mensen over de hele wereld.
Conclusie: de jagers-verzamelaars uit Maleisië hadden bijzonder goedbewaarde genen die coderen voor reukreceptoren. Zij droegen ook veel minder schadelijke mutaties met zich mee die een negatieve invloed hebben op ons reukvermogen. Veel van hen hadden daarnaast oudere versies van deze genen, geërfd van hun voorouders, die mogelijk beter functioneren.
De resultaten suggereren dat de evolutionaire druk om deze genen te bewaren in een populatie jagers-verzamelaars sterker is dan in andere populaties – waarschijnlijk omdat reuk een cruciale rol speelt in de jacht en het foerageren.
Jager-verzamelaar ruikt fruit beter
De jagers-verzamelaars droegen ook meer genen met zich mee die hen in staat stellen om aardse, fruitige en kruidige geuren te detecteren. Dit zijn allemaal geuren die veel voorkomen in het regenwoud en vaak worden geassocieerd met eetbare planten en rijp fruit.
Maar er is ook een groep binnen de Orang Asli die juist leunt op de landbouw. In die groep was een afwijking van het OR12D3-gen te zien. Dit gen wordt niet alleen gelinkt aan reukreceptoren, maar ook aan de insulinestofwisseling. Het opvallende is dat deze groep meer koolhydraatrijke producten eet, en dus ook meer baat heeft bij een gen dat de glucosespiegel reguleert. Dat is verder bewijs dat de levensstijl van een populatie van directe invloed is op het reukvermogen.
“Onze studie laat zien dat het menselijk reukvermogen wordt gevormd door de manier waarop mensen leven. Het is voor het eerst dat we dit op een genetisch niveau kunnen laten zien”, aldus Deng. “We beginnen te begrijpen hoe cultuur, leefomgeving en biologie samen evolueerden.”
Bronnen: EurekAlert!, Cell Press