Waar vind je meer microplastics: de stad of het platteland? Volgens nieuw onderzoek van de University of Leeds (VK) is het antwoord op die vraag het platteland.
Het is al langer een grote zorg: microplastics die zich in de atmosfeer bevinden en neerslaan op aarde. Hoewel deze stoffen volgens de European Environment Agency toxisch zijn – en zeer waarschijnlijk een negatieve impact hebben op het ecosysteem en de volksgezondheid – is het moeilijk om te onderzoeken wat de gevolgen precies zijn.
Maar waar slaan microplastics precies neer? En in welke hoeveelheden? Dat zochten onderzoekers van de University of Leeds in het Verenigd Koninkrijk uit en kwamen tot een opvallende conclusie: het platteland is er slechter aan toe dan de stad. Hoe kan dat?
Lees ook:
Meeste microplastics zo klein als bacterie
Voor het onderzoek vergeleken de onderzoekers drie nabijgelegen locaties met elkaar: het centrum van Oxford, de voorstad Summertown en het natuurgebied Wytham Woods, dat op zo’n vijf kilometer van Oxford ligt (te zien op de foto bovenaan). Van mei tot juli 2023 verzamelden ze hier iedere twee tot drie dagen microplastics.
Hun vangst deelden ze op in vier categorieën:
- 25–50 μm (de grootte van een grote bacterie)
- 50–75 μm (de grootte van pollen)
- 75–100 μm (de grootte van de kleinste zandkorrel)
- >100 μm (de dikte van een menselijke haar)
Iedere dag sloegen er twaalf tot vijfhonderd deeltjes neer op hun onderzoekslocaties. Verreweg de meeste microplastics (tot 99 procent) waren zo groot als een bacterie, en dus niet te zien met het blote oog.
“Dat de kleinste microplastics zo wijdverspreid zijn, levert zorgen op over mogelijke gezondheidsrisico’s door inademing, ongeacht of mensen in een stad of een plattelandsdorp wonen”, vertelt Gbotemi Adediran van de University of Leeds, hoofdauteur van de studie.
Bomen vangen plastic
Zoals gezegd was Wytham Woods vervuilder met plastic dan het centrum van Oxford. Dat komt volgens de onderzoekers doordat bomen en andere vegetatie de microplastics uit de atmosfeer opvangen en vervolgens laten neerslaan.
“Ons onderzoek laat zien dat rurale gebieden niet noodzakelijkerwijs veilig zijn voor zwevende microplastics. En het benadrukt dat natuurlijke elementen zoals bomen invloed hebben op de vervuilingspatronen”, vertelt Adediran.
Verschillende soorten microplastics
Hoewel de totale hoeveelheid plastic groter was in Wytham Woods, was de diversiteit aan microplastics groter in de stad. In het natuurgebied bestond de meerderheid van de microplastics uit polyetheentereftalaat (pet). Dat wordt veel gebruikt in kleding en voedselverpakkingen.
In de voorstad Summertown was de grootste boosdoener polyetheen, een van de meestvoorkomende plastics en bijvoorbeeld gebruikt in plastic tasjes. In het centrum bestond de meerheid van de plastics uit etheen-vinylalcohol, vooral gebruikt in voedselverpakkingen.
Weer heeft invloed op microplastics
De onderzoekers keken ook naar de invloed van het weer. Bij een hoge luchtdruk, wat mooi en zonnig weer oplevert, belandden er minder microplastics op de grond. Maar als de wind toenam, zeker vanuit het noordoosten, nam het aantal neergeslagen deeltjes toe. Tijdens een regenbui nam het aantal deeltjes op de grond af, maar degene die werden gevonden, waren groter.
Alles bij elkaar onderstrepen de onderzoekers het belang van meer onderzoek naar de link tussen het weer, de vegetatie en de verspreiding van microplastics. Hoe meer we weten, hoe beter we beleid kunnen maken dat de impact van microplastics op de volksgezondheid en het milieu beperkt.
Bronnen: Environmental Pollution, EurekAlert!
Beeld: University of Oxford