Vleesetende dino’s smikkelden massaal van kleine plantenetertjes die nog niet zo lang uit het ei waren, zo laat een nieuwe studie zien.
Zo’n 150 miljoen jaar geleden liepen er gigantische langnekdino’s rond. Tyrannosaurus rex bestond nog niet, maar er waren wel andere beruchte roofdino’s zoals Allosaurus. Zulke vleeseters hadden vooral pasgeboren langnekjes op het menu.
Een van de rijkste bodemlagen voor dinoresten is de Morrison Formation in de Verenigde Staten. De fossielen in deze gesteentelaag komen uit het late jura. Paleontologen van onder andere University College Londen bestudeerden de vondsten van één vindplaats, de Dry Mesa Dinosaur Quarry in Colorado. Doel: het voedselweb uit de dinotijd in kaart brengen.
Lees ook:
- Deze langnekdino woog slechts 75 kilo
- ‘Nooit eerder gezien’: extreem bepantserde dino had stekels van een meter lang
Schildpadden, langnekken en roofdino’s
In de Dry Mesa Quarry zijn resten gevonden van langnekdino’s als Diplodocus, Brachiosaurus en Supersaurus. Ook Stegosaurus liep er rond en er waren pterosauriërs, vliegende reptielen. Resten van schildpadden en een krokodil doken op en er waren vroege zoogdiertjes. Daarnaast vonden paleontologen een flinke lijst aan roofdino’s, die al gebouwd waren volgens het model T. rex: kleine armpjes, grote achterpoten, gemene kop.
Maar wie at wie? De nieuwe studie bracht het in kaart door te kijken naar bewaard gebleven maaginhoud, de isotopensamenstelling van de fossielen, slijtage aan tanden en bijtsporen op de botten. Langnekdino’s blijken centraal te staan in het voedselweb. Doordat ze zo veel planten aten, maar ook doordat de dieren zo veel gegeten werden.
Volwassen langnekdino’s zullen, door hun grootte, geen eenvoudige prooi geweest zijn. Maar hun eieren zijn ongeveer zo groot als een schoen. Eenmaal uit het ei waren de kleintjes nogal weerloze wezentjes en het duurde jaren voordat ze het formaat van een touringcar bereikten.
Red jezelf maar
De paleontologen denken daarnaast dat vader en moeder langnek niet omkeken naar hun kroost. Het verschil in grootte zal het lastig gemaakt hebben om voor de jonkies te zorgen. De pasgeboren langnekjes werden aan hun lot overgelaten, zoals zeeschildpadjes vandaag de dag zichzelf moeten redden.
Langnekdino’s legden veel eieren, is het vermoeden. En hun jongen zullen massaal opgegeten zijn door de vele roofdieren die er rondliepen. Zo konden allerlei vleesetende dino’s floreren. Andere planteneters, zoals de gepantserde stegosaurus, stonden minder vaak op het menu, denken de onderzoekers. Ze zullen door hun versterkte huid en venijnige stekelstaart een minder makkelijke prooi geweest zijn.
Meer bescherming, grotere rover
Tijdens het krijt, het laatste deel van de dinotijd, liepen er minder makkelijke maaltijden rond, voegen de onderzoekers nog toe. Zo had de Triceratops zijn stevige hoorns. De ontwikkeling naar beter beschermde prooien zal ervoor gezorgd hebben dat een rover als T. rex groter werd en meer bijtkracht kreeg.
Dan had de Allosaurus het makkelijk. Die kon snoepen van babydino’s. Er zijn fossielen gevonden van roofdino’s die een ernstige wond moeten hebben gehad na een voltreffer met een stekelige stegosaurusstaart. De roofdieren konden overleven, denken de onderzoekers, doordat ze zich te goed konden doen aan hulpeloze langnekpeuters.
Bronnen: University College London, New Mexico Museum of Natural History and Science Bulletin