De vondst van een ritueel begraven dingo onthult de bijzondere relatie tussen dit dier en de Barkindji, een van de inheemse volken in Australië.
De relatie tussen dingo’s en moderne Australiërs is in vele opzichten moeizaam te noemen. De hond valt regelmatig vee aan en soms ook mensen. Dat de inheemse bevolking er een hele andere band op nahield, is te zien aan een graf dat is gevonden langs de rivier Darling (Baaka in de inheemse taal). Daar werden de resten gevonden van een mannelijke dingo die daar met de grootste zorg was neergelegd.
Lees ook:
- Archeologen ontdekken een 5000 jaar oude hond die in een meer begraven lag
- Begraven dieren hun soortgenoten ook?
Dingo werd gevoerd na zijn dood
De dingo werd gevonden in een afvalhoop, een archeologische term waarmee de plek bedoeld wordt waar in het verleden (huishoudelijke) resten werden verzameld. In Australië vind je bijvoorbeeld grote schelpenhopen langs de kust, waar gedurende duizenden jaren de oorspronkelijke bewoners hun gegeten schelp- en schaaldieren hebben gedumpt.
Het gaat om een mannetje van 4 tot 7 jaar oud, wat een respectabele leeftijd is voor een dingo. Uit koolstofdatering blijkt dat hij hier 963 tot 916 jaar geleden is begraven. Volgens de archeologen is hij in de honderden jaren na zijn dood nog “gevoerd” met mosselschelpen.
Die suggestie kwam van zogeheten custodians – de afstammelingen van inheemse volken, die een diepe verantwoordelijkheid voelen om zorg te dragen voor het land waar zij op wonen. Projectleider en archeoloog Amy Way werkt al vijf jaar samen met custodians van de Barkindji, een inheems volk in het Nationaal park Kinchega.
Projectleider Amy Way: “De Barkindji hebben altijd al van dit culturele gebruik afgeweten, maar de ontdekking is alsnog heel bijzonder, omdat hij nieuwe details onthult over hoe diep de relatie was tussen de Barkindji en de dingo’s.”
Dingo werd verzorgd
Volgens hoofdonderzoeker en dingospecialist Loukas Koungoulas van de University of Western Australia werden dingo’s tam gemaakt door de inheemse bevolking en leefden ze met hen samen. Bewijs daarvan is ook terug te vinden in dit skelet.
Zijn tanden waren namelijk sterk versleten, wat duidt op een lang leven. Ook had hij geheelde verwondingen, zoals gebroken ribben en een gebroken onderpoot. Dat laat zien dat hij langdurig verzorgd is. “Het bewijst dat hij onder de mensen leefde en dat er heel bewust en met respect bij zijn dood is stilgestaan”, aldus Koungoulas.
Volgens de onderzoekers komen zijn verwondingen overeen met de schop van een kangoeroe. Vermoedelijk was hij op jacht toen hij er eentje tegenkwam.
Diepe band
Deze dingo – garli in de inheemse taal – moet volgens de archeologen heel geliefd zijn geweest. Dat hij eeuwenlang “gevoerd” is na zijn dood, betekent dat deze praktijk van generatie op generatie is doorgegeven. De Elders (leiders van de Barkindji) vermoeden dat de garli vereerd werd als een voorouder.
“Dit onderzoek bevestigt datgene wat de Barkindji altijd al geweten hebben”, zegt Way. “Deze verbindingen met dieren, voorouders en het land waren diep, bewust en voortdurend.”
Bronnen: EurekAlert!, Australian Archeology
Beeld: Dr Amy Way, Australian Museum