Net als chimpansees vertonen hommels probleemoplossend gedrag: ze rollen een balletje naar precies de juiste positie om een nepbloem te bereiken.
Zet een chimpansee in een kamer met een onbereikbare banaan en een paar losse kisten, en hij stapelt de boel op om bij zijn snack te komen. Dat gold ruim een eeuw als hét ultieme bewijs voor intelligentie bij grote zoogdieren. Maar Finse onderzoekers laten zien dat hommels er ook wat van kunnen. Zij publiceerden hun opzienbarende resultaten in het toonaangevende wetenschappelijke tijdschrift Science.
Lees ook:
- Wetenschappers leren hommels ‘morsecode’
- Hommels kunnen elkaar trucjes leren
- Hommels laten zich op de grond vallen om aanvallende hoornaars af te schudden
Slimme voorgangers
Van hommels werd al eerder gedacht dat ze over verrassend complexe hersencapaciteiten beschikken. Zo toonden biologen de afgelopen jaren aan dat de insecten elkaar kunstjes kunnen aanleren (zoals het trekken aan een touwtje voor voedsel), dat ze efficiënt met gereedschap kunnen omgaan, en dat ze zelfs balletjes rollen puur als vorm van ‘spel’.
Maar waar het in die eerdere studies altijd ging om intensieve training of het afkijken van hoe het moet, moesten de Finse hommels de ‘bananenpuzzel’ nu volledig zelfstandig en vanaf nul oplossen.
Suikershot bereiken
De insecten leerden wel eerst dat de nepbloem (een blauwe ring) een suikerbeloning herbergde. En dat er piepschuim-balletjes in de arena lagen die niet gevaarlijk waren en konden worden bewogen.
Vervolgens hingen de onderzoekers, onder leiding van Olli Loukola, de ‘bloem’ aan het plafond, buiten bereik. Veel hommels slaagden erin het balletje naar de juiste plek (in een klein kuiltje) te ‘sturen’, om daar vervolgens op te klimmen en hun suikershot te kunnen drinken.
De controle-hommels – die geen eerdere ervaring hadden met bal of bloem – waren niet succesvol. Dit bewijst dat de insecten specifieke herinneringen aan beide objecten moesten combineren om tot de oplossing te komen.
In onderstaande video zie je hoe een hommel een bal gebruikt om bij de nepbloem te komen.
Geen gokwerk
De onderzoekers keken trouwens kritisch naar de manier waarop de hommels bewogen. Zo konden ze alternatieve verklaringen voor het gedrag van de insecten uitsluiten. Bij trial-and-error zou je bijvoorbeeld een chaotisch bewegingspatroon zien, maar daar was hier geen sprake van.
Zelfs toen de onderzoekers de taak een stukje moeilijker maakten – door de bloem buiten het zicht te houden op het moment dat de hommels de bal rolden – wisten de hommels de bloem te bereiken. Er was dus geen sprake van ‘gokwerk’.
Om uit te sluiten dat de hommels simpelweg aan het spelen waren, keken de onderzoekers ook naar de motivatie. Hoewel sommige hommels de bal ook weleens rolden als er géén beloning was, was het gedrag zeer doelgericht en stopte het zodra het doel (de bloem) bereikt was.
Genialiteit of geurspoor?
Toch zal niet elke bioloog direct overtuigd zijn van het probleemoplossend vermogen van de hommel. Zo kun je stellen dat de insecten via de pre-training al flink op weg waren geholpen met de losse elementen. Oftewel: het is toch echt anders dan dat een dier in de natuur wordt geconfronteerd met een vreemd object en daar ter plekke het nut van inziet.
Daarnaast zijn hommels erg goed in het ruiken van subtiele chemische sporen. Het kan ook simpelweg zo zijn dat de insecten een geurspoor volgden naar de suikerbeloning, in plaats van dat ze een mentaal ‘meesterplan’ uitvoerden.
Loukola is zich bewust van deze kritische noten. “We claimen ook niet dat hommels net als mensen denken”, zegt hij dan ook in een persbericht. “Maar onze bevindingen laten wel zien dat miniatuurhersenen flexibele oplossingen kunnen bedenken voor nieuwe problemen op manieren die we nu pas beginnen te begrijpen.” En dat zal ongetwijfeld voer zijn voor vele mooie vervolgonderzoeken.
Bronnen: Science, University of Oulu, Finland via EurekAlert!
Beeld: Seppo Leinonen