Vanuit de ruimte kijken wetenschappers naar pinguïnpoep. Daaraan zien ze dat de vogels het moeilijk hebben.
De kleine adeliepinguïns op Antarctica hebben het zwaar. Dat zien onderzoekers aan hun poep. Op satellietbeelden houden ze de kleur van de uitwerpselen in de gaten. Het laat zien dat het voor de vogels lastiger wordt om voedsel te vinden.
Aan de kleur van pinguïnpoep kun je zien wat de dieren gegeten hebben. Wetenschappers van onder andere de University of California, Santa Cruz besloten vervolgens om het groots aan te pakken. Ze bestudeerden poepvlekken op satellietbeelden die de Amerikaanse ruimtevaartorganisatie NASA de afgelopen dertig jaar maakte van Antarctica.
Lees ook:
- Krill vlucht voor de geur van pinguïnpoep
- Zuid-Afrikaanse pinguïnkolonies stierven massaal van de honger
Weinig ijs, weinig vis
Adeliepinguïns eten bij voorkeur vis. Om op vis te kunnen jagen, zijn de dieren afhankelijk van zee-ijs. Is er weinig zee-ijs, dan kiezen de vogels een ander menu. Ze eten dan meer krill.
Op Antarctica verzamelden de biologen pinguïnpoep. Ze gingen na wat de dieren gegeten hadden en ze legden nauwkeurig het kleurenspectrum van de uitwerpselen vast. Zo zagen ze dat de mest van vogels die veel krill gegeten hebben andere kleuren heeft dan pinguïnpoep met vis als hoofdingrediënt.
Op basis van de verzamelde kleurenspectrums ontwikkelden de biologen een model dat kan aanwijzen hoeveel krill of hoeveel vis er in de uitwerpselen van pinguïns zit. Met dat model keken ze naar satellietbeelden uit de periode van 1984 tot 2013. Ze konden zo vrijwel het hele verspreidingsgebied van de vogels monitoren.
Kleiner met krill
In jaren met weinig zee-ijs, eten de vogels meer krill. Dat is geen goed nieuws, want kuikens met een kindermenu van krill groeien minder goed dan kuikens die vis eten. De voedingswaarde is lager zodat hun overlevingskansen kleiner zijn. Het nieuwe onderzoek laat zien dat het minder goed gaat met kolonies die meer krill eten in plaats van vis.
De studie toont nog iets aan, namelijk dat het mogelijk is om met satellieten het wel en wee van een diersoort met een groot verspreidingsgebied in de gaten te houden. Alle kolonies afzonderlijk bezoeken en in de gaten houden zou veel meer werk zijn. Op deze manier zijn de vogels ook een indicator voor de situatie op Antarctica. Door klimaatverandering is er steeds minder zee-ijs. Dat zal het voor adeliepinguïns lastiger maken om vis te vangen, met krimpende kolonies als gevolg.
Bronnen: University of California, Santa Cruz, Current Biology
Beeld: Michael Polito, UC Santa Cruz