Miracinonyx trumani gold als de Amerikaanse tegenhanger van het Afrikaanse jachtluipaard. Maar nu blijkt hij eigenlijk een visetende poema te zijn geweest.
Een kudde gaffelbokken graast nietsvermoedend in het hoge gras in Noord-Amerika. Dan schiet in een flits een slanke, gespierde schim uit de dekking van een drooggevallen rivierbedding. Met lange, krachtige passen raast Miracinonyx trumani over de open vlakte, op weg naar zijn slachtoffer.
Dit beeld uit de prehistorie doet sterk denken aan de iconische jacht van de cheeta op de Afrikaanse savanne in het heden. En inderdaad, lang dachten wetenschappers dat in het vroegere Canada en de VS ook een jachtluipaard, genaamd M. trumani, leefde.
Maar nu blijkt dat deze katachtige helemaal geen ‘Amerikaanse cheeta’ was, maar een lid van de poema-familie. Zo concluderen genetici van de University of California in Santa Cruz in het vakblad Current Biology.
Lees ook:
- Picture Perfect: gemummificeerde cheeta’s
- Waarom vroeger zoveel dieren sabeltanden hadden – en nu niet meer
- Waarom kunnen huiskatten niet brullen?
Geen familie
Een gaffelbok kan wel 100 kilometer per uur rennen. Die eigenschap moet zijn ontwikkeld als reactie op de veronderstelde fenomenale sprintcapaciteiten van M. trumani. Je moet wel evolueren, anders word je opgegeten. Deze theorie heet de Ghost of Predators Past. Want hoewel M. trumani inmiddels is uitgestorven, kan de gaffelbok nog steeds hard lopen.
Maar was M. trumani wel een soort cheeta? De onderzoekers, onder leiding van Molly Cassatt-Johnstone, wilden dat nagaan. Ze analyseerden drie M. trumani-fossielen uit Yukon, het meest noordwestelijke gebied van Canada, en één uit het Amerikaanse Wyoming.
Vervolgens vergeleken ze het uitgelezen DNA-profiel met dat van negen andere katachtigen. Het resultaat: M. trumani was géén familie van de Afrikaanse cheeta, maar wel van de poema. Zo’n 2,6 miljoen jaar geleden splitste hij zich af van de gezamenlijke voorouder van de poema.

Exclusief vis
At het ‘Amerikaanse jachtluipaard’ dan wel gaffelbokken? Dat zochten de onderzoekers uit aan de hand van isotopenonderzoek: ze keken naar de verhoudingen tussen chemische elementen in de kiezen. Daaruit bleek dat de poema-achtige uit Yukon exclusief vis at.
Het dier dat in Wyoming leefde, jaagde wel op landdieren, vergelijkbaar met leeuwen. Dus mogelijk ook op gaffelbokken. Volgens Cassatt-Johnstone en collega’s suggereren deze nieuwe inzichten dat M. trumani ongelofelijk flexibel moet zijn geweest in zijn dieet.

Uitgeschakelde genen
De onderzoekers deden nog meer opvallende genetische ontdekkingen. Zo vonden ze uitgeschakelde genen voor het biologische ritme. Dat zou M. trumani mogelijk hebben geholpen bij de extreme wisselingen tussen dag en nacht in het hoge noorden.
Ook ontbrak het gen voor het kunnen proeven van ‘zuur’. Dat geldt voor meer katachtigen, maar hier hebben onderzoekers specifiek de inactivatie van die eigenschap aangetoond. Mogelijk kan dit hebben geholpen bij de specialisatie van zijn dieet.
Klimaatverandering
Een sombere ontdekking was dan weer de lage genetische diversiteit van de ‘Amerikaanse cheeta’. Deze nam langzaam af over honderdduizenden jaren, zonder dat er sprake was van inteelt. Toen het klimaat aan het einde van de laatste ijstijd (zo’n 11.700 jaar geleden) veranderde, kon de soort dat niet meer bijbenen en stierf hij uit.
Toch laat het verhaal van M. trumani vooral zien dat schijn kan bedriegen, zelfs tot miljoenen jaren na dato. Een uitgestorven dier beoordelen op alleen zijn uiterlijk doet de grillige diversiteit van de natuur tekort. Want wie had ooit gedacht dat de veronderstelde snelheidsduivel van de prairie diep van binnen gewoon een kat was die het liefst een visje ving?
Bronnen: Current Biology, Cell Press via EurekAlert!, University of California – Santa Cruz via EurekAlert!
Beeld: Julius Csotonyi