Redactiechef Naomi Vreeburg vertelt hoe het taalgebruik van de Unabomber ervoor zorgde dat zijn identiteit werd ontrafeld.

Op 25 mei 1978 krijgt Buckley Crist Jr., hoogleraar materiaalkunde aan de Northwestern University, een pakketje dat is gevonden op de parkeerplaats van een andere universiteit. Zijn retouradres staat erop. Vreemd, want Crist Jr. kan zich niet herinneren het pakketje te hebben verstuurd. Hij roept daarom beveiligingsmedewerker Terry Marker erbij, die de doos opent. Het unheimische gevoel van Crist Jr. blijkt te kloppen: onmiddelijk na het openen explodeert het pakket – Marker loopt verwondingen op.
Het markeert het begin van een reeks bombrieven die uiteindelijk voor drie doden en ruim twintig gewonden zorgen. Autoriteiten tasten in het duister naar de identiteit van de dader. De enige aanknopingspunten zijn een paar brieven die de Unabomber – zo luidt de bijnaam van de terrorist – naar de media heeft gestuurd, en wat krabbels op de geëxplodeerde pakketjes.
Woordkeuze en spelfouten
Maar daar komt in 1995 verandering in, als de verzender aanbiedt zijn aanvallen te staken als een krant zijn 35.000 woorden tellende manifest – over de kwaadaardige mensen in de moderne samenleving – publiceert. The Washington Post doet dit; met steun van de FBI die hoopt dat iemand de schrijfstijl van de Unabomber herkent.
En dat gebeurt. De woordkeuze en spelfouten in het manuscript doen de New Yorkse Linda Patrik denken aan die van haar zwager. Ze deelt haar vermoedens met haar echtgenoot David Kaczynski, die op zijn beurt contact opneemt met de FBI. En inderdaad: zijn broer Ted Kaczynski blijkt de afzender van de bombrieven te zijn. Hij wordt in 1998 schuldig bevonden en brengt de rest van zijn leven door in de gevangenis, tot zijn dood op 81-jarige leeftijd.
In het artikel van freelancejournalist Romy Veul in KIJK editie 4 van 2026 vind je meer voorbeelden van mensen die tegen de lamp zijn gelopen door hun manier van schrijven. Ook lees je hoe forensisch experts stap voor stap (of beter gezegd: woord voor woord) tot doorslaggevende conclusies komen.

Deze redactioneel en het artikel over forensische taalkunde Onnes staan in KIJK editie 4 van 2026. Bestel dit nummer in onze webshop, met gratis verzending binnen Nederland.