Forensische taalkunde: hoe kunnen handschrift en taalgebruik leiden tot een veroordeling?

KIJK-redactie

14 maart 2026 06:00

loep zoomt in op tekst, ter illustratie van forensische taalkunde

Boodschappenlijstjes, losse krabbels of whatsappjes zijn soms belangrijk bewijsmateriaal. Een spelfout of haperend handschrift kan een politieonderzoek in een andere richting sturen. Hoe komen experts op basis van een paar teksten tot doorslaggevende conclusies?

Even terug naar de strafzaak tegen Marco Borsato, waarin werd gekeken of er overtuigend bewijs was dat de zanger ontucht had gepleegd met een minderjarige. Niet alleen wat er precies was gebeurd speelde een rol in deze zaak, maar ook wat er was opgeschreven; het dagboek van het vermeende slachtoffer vormde belangrijk steunbewijs in het onderzoek.

De verdediging uitte daarentegen twijfels of het dagboek echt door het meisje was geschreven en of sommige fragmenten niet later waren toegevoegd. Een handschriftdeskundige bestudeerde tot in detail de inkt en pennenstreken in het dagboek.

In dit geval was die analyse niet doorslaggevend voor de uitspraak van de zaak, maar soms is dat wel het geval. Forensisch taalkundigen en handschriftdeskundigen buigen zich continu over de vraag wie de auteur is van een tekst. Ze vergelijken bijvoorbeeld een afscheidsbrief met eerdere e-mails van de overledene, leggen dreigberichten naast andere teksten van de verdachte of vergelijken – zoals in de zaak Borsato – dagboekfragmenten met ander schrijfwerk.

Lees ook:

Fatale taalfouten

Een bekende zaak waarin forensische taalkunde een doorslaggevende rol speelde, was de dood van de Nederlandse sciencefictionschrijver Paul Harland in 2003. Hij werd in bed aangetroffen met een plastic zak over zijn hoofd en een hoge dosis slaappillen in zijn bloed. Naast Harlands bed lag een geprinte afscheidsbrief aan zijn Bosnische partner Tarik D., waarin stond dat Harland zelfmoord had gepleegd omdat hij hiv-positief zou zijn.

Alles leek op zelfdoding te wijzen – totdat vrienden vraagtekens zetten bij de afscheidsbrief, die in het Engels was geschreven. De tekst stond vol taalfouten, opvallend voor een auteur die een Engels talige roman had geschreven. Het Openbaar Ministerie schakelde daarom een forensisch taalkundige in die de brief vergeleek met meerdere Engelstalige e-mails van Harland. Daaruit bleek dat zijn geschreven Engels uitzonderlijk goed was, terwijl de zelfmoordbrief duidelijk afkomstig was van een minder vaardige schrijver.

Het taalgebruik in de brief vertoonde wel sterke overeenkomsten met teksten die zijn partner had geschreven. In zowel de afscheidsbrief als de vergelijkingsteksten doken fouten op die passen bij iemand met een Slavische moedertaal, zoals ‘I didn’t believed’ en ‘we went for check-up’ (ontbrekende lidwoorden). De forensisch taalkundige concludeerde dat het veel waarschijnlijker was dat Tarik D. de afscheidsbrief had geschreven. Zijn taalfouten hadden hem ontmaskerd en hoewel hij altijd is blijven ontkennen, werd hij veroordeeld tot twaalf jaar gevangenisstraf.

Stalkers

Forensische taalkunde gaat verder dan de analyse van afscheidsbrieven. Meike de Boer, werkzaam als forensisch taalkundige, wordt regelmatig gevraagd om schriftelijk bewijsmateriaal – zoals brieven of whatsappjes, en af en toe gespreksopnamen – te analyseren. Vaak schakelt de politie haar in, maar soms ook particulieren die aangifte willen doen.

Dit is het begin van het artikel over forensische taalkunde. Het hele verhaal lees je in KIJK editie van 4 van 2026.

Cover KIJK 4-2026

Bestel KIJK editie 4 van 2026 in onze webshop, met gratis verzending binnen Nederland.

Tekst: Romy Veul

Beeld: Imageselect/N/A/Purebudget

Reageren? Plaats een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

PODCAST

De inhoud op deze pagina wordt momenteel geblokkeerd om jouw cookie-keuzes te respecteren. Klik hier om jouw cookie-voorkeuren aan te passen en de inhoud te bekijken.
Je kan jouw keuzes op elk moment wijzigen door onderaan de site op "Cookie-instellingen" te klikken."