Katten: in huis poeslief, buiten een moordmachine

KIJK-redactie

2019-08-01 12:59:32

katten kattenplaag vogels

Katten hebben een hoog Jekyll & Hyde-gehalte. Aan de ene kant zijn het schattige huisdieren, aan de andere kant meedogenloze moordenaars. Het jachtinstinct van de kat is zo’n tienduizend jaar na zijn inburgering bij de mens nog altijd springlevend.

Een Amerikaans onderzoek uit 2013 stelde een formule op om het aantal slachtoffers van katten in kaart te brengen. De meest nauwkeurige schattingen wat betreft het percentage katten dat buiten jaagt en het gemiddelde aantal prooien per kat werden met elkaar vermenigvuldigd. De onderzoekers concludeerden dat alle huis- en zwerfkatten in de VS bij elkaar per jaar ongeveer 2,4 miljard vogels, 12,3 miljard zoogdieren (zoals muizen) en enkele honderden miljoenen amfibieën en reptielen doden.

Vooral voor vogelliefhebbers waren de cijfers schokkend. Katten bleken elke andere oorzaak van vogelsterfte te overtroeven; ze maken meer slachtoffers dan alle overige onnatuurlijke doodsoorzaken, zoals windturbines, pesticiden en raambotsingen, bij elkaar. Met uitzondering dan van klimaatveranderingen en verlies van habitat, nog altijd de twee hoofdoorzaken van vogelsterfte.

Huisarrest

Ook in Nederland is de moordlust van de kat een probleem. Hoewel er geen nauwkeurige cijfers zijn voor het aantal slachtoffers dat de naar schatting 4 miljoen katten hier jaarlijks maken, gaat het waarschijnlijk om enkele honderden miljoenen. Ongeveer een kwart daarvan zijn vogels.

“In Nederland zijn er geen vogelsoorten die door toedoen van katten verdwijnen,” zegt ecoloog Lars Soerink, woordvoerder van Vogelbescherming Nederland, “maar er zijn wel soorten die het moeilijk hebben en waarvoor katten een bijkomend probleem zijn, zoals de grutto en andere weidevogels.”

Het argument dat kattenliefhebbers vaak te berde brengen, is dat katten bij de natuur horen, inclusief hun moordinstinct. Een denkfout, zegt Soerink. In een ecosysteem ligt het natuurlijk evenwicht op vijf tot tien kleine roofdieren per vierkante kilometer, terwijl Nederland gemiddeld honderd katten per vierkante kilometer telt. “Onze huiskatten maken absoluut geen deel uit van de Nederlandse wilde natuur. Het zijn aan mensen verbonden roofdieren, die in een ongelofelijk hoge dichtheid in de natuur worden losgelaten.”

Volgens Soerink kunnen kattenbezitters de schade beperken door hun huisdier zoveel mogelijk binnen te houden. En dan vooral in de late avond en de vroege ochtend, wanneer katten het meest jagen. Maar katten blijven dieren die graag naar buiten gaan. Dat moet kunnen, vindt ook Soerink, maar bind ze dan wel een belletje om.

In deze faciliteit worden wilde katten gesteriliseerd en daarna in de natuur teruggezet met als doel een wilde kattenpopulatie beheersbaar te houden. Een omstreden methode, maar in de meeste Nederlandse provincies is hij beleid. © MANDEL NGAN/AFP/ANP

De TNR-methode

Naast huiskatten vormen ook verwilderde katten, waaronder zwerfkatten, een bedreiging voor de vogelstand. Ze doden een veelvoud van het aantal prooien dat een huiskat buitmaakt. Het is onbekend hoeveel verwilderde katten er in Nederland rondlopen. Schattingen variëren van 135.000 tot meer dan 1 miljoen. Iedereen, van welzijnsorganisaties voor katten tot vogelbeschermers en jagers, is het erover eens dat ze een ecologisch probleem vormen. Tot een consensus komen om dat probleem op te lossen, is echter niet zo makkelijk.

De meeste dierenwelzijnsorganisaties zijn voorstander van de zogenoemde trap-neuter-return-methode, oftewel TNR. Hierbij worden verwilderde katten gevangen, daarna gesteriliseerd of gecastreerd en vervolgens teruggeplaatst in de natuur. De gedachte is dat door de voortplanting te blokkeren de populatie verwilderde katten vanzelf afneemt.

In Nederland is TNR als beleidsmaatregel door negen van de twaalf provincies omarmd. Het alternatief is afschot, wat in Nederland alleen nog in Limburg, Utrecht en Friesland gebeurt. Volgens cijfers van de Jagersvereniging worden er in Nederland jaarlijks tussen de 8000 en 13.500 verwilderde katten doodgeschoten.

Grootschalig castreren

Hoewel TNR de meest diervriendelijke oplossing lijkt, is er veel kritiek op. Volgens het weinige wetenschappelijke onderzoek dat ernaar is gedaan werkt de maatregel alleen als minstens driekwart van alle verwilderde katten in een populatie wordt gevangen en ‘geholpen’. Maar aangezien katten zich moeilijk laten vangen en TNR het van vrijwilligers moet hebben, is 75 procent in de praktijk een schier onhaalbaar percentage. Bovendien is de vogelstand weinig geholpen met katten die worden teruggeplaatst. Lars Soerink van Vogelbescherming Nederland is dan ook tegen TNR. Andere opties – hoe impopulair ook – moeten bespreekbaar blijven, vindt Soerink.

“In kwetsbare natuurgebieden is het afschieten van verwilderde katten helaas nodig om vogels waar het dramatisch slecht mee gaat te kunnen beschermen. Het is een lastig vraagstuk, maar heel veel andere opties heb je niet.” Frank Wassenberg, bioloog en Tweede Kamerlid voor de Partij voor de Dieren, is tegen afschot en voor TNR. “TNR werkt wel degelijk, maar er is een heel belangrijke voorwaarde: het moet consequent, grootschalig en op lange termijn worden toegepast.” En daar schort het in de praktijk vaak aan, zegt Wassenberg. In gebieden waar TNR wel jaar in jaar uit wordt toegepast, is het aantal verwilderde katten verminderd, zegt hij. Wassenberg noemt regio’s in Zeeland en het Rijnmondgebied als succesvolle voorbeelden.

Om de minimale vangst van 75 procent te halen, moet je TNR groot uitrollen, vindt de politicus. “Niet alleen met een groepje vrijwilligers, maar met sturing vanuit de overheid.” Als het bij TNR blijft, is dat onvoldoende, zegt Wassenberg. Het moet samengaan met het verplicht castreren en steriliseren van huiskatten, anders krijg je weer nieuwe aanwas. “Castratie van huiskatten alleen helpt niet, en TNR bij verwilderde katten alleen helpt niet, maar samen is het een gouden combinatie.”

Vacuümeffect

Onderzoeker Dolfi Debrot van Wageningen Marine Research denkt daar anders over. In 2012 deed hij onderzoek op het Caribische eiland Saba naar de roodsnavelkeerkringvogel, een tropische broedvogel die door toedoen van verwilderde katten op het eiland massaal het loodje legde. Een lokale dierenwelzijnsorganisatie behandelde de katten met een TNR-programma, zonder dat dit hun moordlust verminderde.

Op het Caribische eiland Saba legden zeldzame roodsnavelkeerkringvogels massaal het loodje door toedoen van wilde katten. Deze vogels leggen eieren op de grond, waar katten met gemak bij kunnen komen. © SHARP PHOTOGRAPHY CC 4.0

Nadat het Wageningse onderzoek de schade in kaart had gebracht, besloot de welzijnsorganisatie haar koers te wijzigen. Ongewenste katten die door eilandbewoners werden aangeleverd, kregen sindsdien een spuitje om ze in te laten slapen. Het TNR-programma werd opgeschort en in het broedgebied werden de verwilderde katten door jagers neergeschoten. Daarna ging het met de populatie broedvogels langzaam weer beter.

“Persoonlijk vind ik een zuiver schot door de kop humaner dan de veel duurdere optie van het vangen en terugplaatsen”, zegt Debrot. “Katten hebben in het wild een ontzettend zwaar leven. De katten die wij op Saba bestudeerden, waren vermagerd en leden aan abcessen, infecties en verwondingen.” Toch blijft Frank Wassenberg erbij dat TNR op de lange termijn de beste oplossing is. Hij noemt het zogeheten vacuümeffect als argument om verwilderde katten na sterilisatie terug te plaatsen. Volgens dit biologische principe bepaalt de beschikbare hoeveelheid voedsel de grootte van een dierenpopulatie in het wild.

“Op het moment dat je katten gaat schieten, wordt de voedseldruk een stuk gunstiger voor de overblijvers. Dan zul je zien dat de voortplanting toeneemt en de populatie stijgt.” Een ‘geholpen’ kat die wordt teruggeplaatst, houdt de kolonie stabiel én onvruchtbaar. Uiteindelijk zal die kolonie door natuurlijke sterfte vanzelf kleiner worden,

is de theorie. “Aperte onzin”, reageert Soerink. “Wat Wassenberg vergeet, is dat roofdieren ook van prooi kunnen switchen en niet afhankelijk zijn van één voedselbron. Het is een veel te naïeve interpretatie van hoe ecologie in elkaar steekt.” Volgens anderen vertoont de logica van het vacuümeffect nog meer gebreken. Verwilderde katten die een natuurlijke dood sterven, maken immers net zo goed ruimte vrij voor nieuwkomers, zeggen deze critici.

© SABA CONSERVATION FOUNDATION

Katten chippen

Er is nog te weinig onderzoek gedaan om de meest effectieve methode aan te kunnen wijzen. Over één ding zijn alle betrokken partijen het in elk geval eens: mensen zijn de oorzaak van het verwilderde-katten-probleem. Omdat katten zich in het wild kunnen redden, is de verleiding groot om een kat die ongewenst is geworden in de vrije natuur te dumpen. De Partij voor de Dieren wil daarom dat huiskatten verplicht worden gechipt, zodat een gedumpte kat kan worden herleid naar zijn of haar eigenaar.

“Het belangrijkste is je kat steriliseren en jonge kittens meegeven aan een verantwoordelijk baasje”, vindt onderzoeker Debrot. Hij heeft zelf ook een kat, die hij bewust zoveel mogelijk binnen houdt. Maar het bloed kruipt waar het niet gaan kan. “Vorige lente heeft mijn kat mijn favoriete lijster uit mijn tuin gedood. Ik heb het haar vergeven.”

Dit artikel staat ook in KIJK 1/2018.

Meer informatie:

Tekst: Hidde Tangerman

Openingsbeeld: Luc Hoogenstein/Buitenbeeld/HH

Ben je geïnteresseerd in de wereld van wetenschap & technologie en wil je hier graag meer over lezen? Word dan lid van KIJK







De nieuwste editie

ook online te bestellen




Meer Mens