Sterft religie uit of juist niet?

KIJK-redactie

2018-04-02 12:59:51

Pasen gelovig

Het is Pasen en dan viert men dat Jezus uit de dood is opgestaan, nadat hij enkele dagen eerder als oproerkraaier aan het kruis was gestorven. Maar kleine kans dat je ook een paasdienst hebt bijgewoond. En als je dat wél hebt gedaan, hoefde je waarschijnlijk niet te vechten voor een goede zitplaats. We worden immers steeds minder gelovig, en godsdienst sterft langzaam uit. Toch?

Toen de Dominicaner Kerk in de Limburgse hoofdstad Maastricht leegliep, werd er een boekhandel van gemaakt.

De Dominicanenkerk in Maastricht ligt op nog geen honderd meter van het Vrijthof, het plein waar André Rieu jaarlijks zijn beroemde concerten geeft. Critici vinden dat de langharige violist de verheven klassieke muziek maar plat en commercieel maakt, en eigenlijk geldt iets soortgelijks voor dat nabijgelegen gebedshuis. Tweehonderd jaar geleden verloor het rijksmonument zijn sacrale functie en daarna diende het onder meer als slangenhuis, fietsenstalling en carnavalstempel. Nu heeft een boekhandel er zijn onderkomen. Volgens de Britse krant The Guardian weliswaar de mooiste boekhandel ter wereld, maar echt ‘verheven’ lijkt het gebouw niet meer.

Het geval van de Dominicanenkerk staat niet op zichzelf. Nederland mag dan wel beroemd zijn om zijn molens, ons land telt ongeveer zes keer zoveel kerken, alleen trekken die steeds minder bezoekers. Volgens de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed gingen tussen 1975 en 2011 maar liefst 1340 Nederlandse kerkgebouwen met pensioen. Ruim duizend kregen een nieuwe invulling, de rest werd gesloopt. Dat lijkt logisch: steeds minder mensen zijn gelovig, dus zijn er ook steeds minder geloofsgebouwen nodig. Ontkerkelijking, letterlijk en figuurlijk. Maar net als in de Hof van Eden ligt er een kleine adder onder het gras…

Theologische these

Een interessante theorie hierover is de zogenoemde secularisatiethese: het idee dat moderniteit, vooruitgang en wetenschap de rol van religie zullen verminderen. Klinkt plausibel. In een individualistische samenleving is weinig behoefte aan het wij-gevoel van de zondagsmis. Wie van de oerknal weet, gelooft minder snel dat Allah in zes dagen hemel en aarde knutselde. Medicijnen en inentingen blijken toch echt effectiever tegen ziektes dan dansrituelen voor boze bosgoden. En een goede portie ecstacy geeft je dezelfde ervaring van zelftranscendentie die je ooit kreeg door het jarenlang zingen van de Gāyatrī-mantra in vochtige grotten.

Sommige denkers gaan nog verder en stellen dat kennis het einde van godsdienst kan betekenen. Een beroemd voorbeeld daarvan is de Britse evolutiebioloog Richard Dawkins. In zijn boek God als misvatting zet hij “mensen die denken dat ze creationisten zijn” eenvoudig op hun plaats: “Ze hebben gewoon niet degelijk genoeg les gehad in Darwins verbluffende alternatief.” Zijn stelling is duidelijk: vooruitgang, inzicht en wetenschap zouden bij iedereen moeten leiden tot ongeloof. Maar hoe fel die redenering ook wordt verwoord, belangrijker is natuurlijk wat de cijfers zeggen.

Maria is gedaald

Duidelijke cijfers zijn te vinden in God in Nederland, een onderzoek naar het christendom in ons land, uitgevoerd door de Vrije Universiteit Amsterdam en de Radboud Universiteit Nijmegen. In 1966 hoorde 35 procent van de Nederlanders bij de Rooms-Katholieke Kerk en 25 procent bij de Protestantse Kerk; in 2015 nog maar 11,7 en 8,6 procent. En de 50 procent die in 1966 nog regelmatig de kerk bezocht, is gezakt tot 12 procent. Ook de grafieklijnen voor behoefte aan kerkrituelen, geloven in wonderen, bidfrequentie en Bijbellezen dalen als engelen die uit de hemel vallen.

Tegelijkertijd stegen tussen 1966 en 2015 de percentages buitenkerkelijken (van 33 naar 67,8 procent) en mensen die nooit een kerk bezoeken (van 35 naar 59 procent), zichzelf agnost of atheïst noemen (van 22 naar 58 procent), geloven dat de Bijbel niet het woord van God is (van 27 naar 43 procent) en denken dat Christus een gewoon mens was of nooit heeft bestaan (van 23 naar 49 procent). Het percentage Nederlanders dat niet eens een bijbel in huis heeft, groeide tussen 1979 en 2015 van 35 naar 67 procent.

Andere onderzoeken ondersteunen dit beeld. Het Centraal Bureau voor de Statistiek merkt dat minder mensen religieuze diensten bezoeken of zichzelf tot een religieuze groepering rekenen. De Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid beaamt de stelling dat de traditionele religies in hun instituties, gezag en ledental sterk ondermijnd zijn geraakt. Het Sociaal en Cultureel Planbureau wijst op een afname van het aantal kerkgangers, kinderdopen, communies, gezegende huwelijken, priesterwijdingen, kloosterintredingen en kerkelijke begrafenissen. En was Maria in 1870 nog de populairste meisjesnaam, nu staat hij op plek 59.

De God in Nederland-onderzoekers concluderen dan ook dat buitenkerkelijken niet alleen in aantal toenemen, maar ook steeds minder geloofsgebouwen bezoeken én weinigen nog raakvlakken zien tussen hun eigen leven en het religieuze leven. Godsdienst is eigenlijk een soort oude sok die niet meer past en vol gaten zit; hij ligt in een hoekje van de kamer te verstoffen totdat hij definitief in de vuilbak belandt – al gebruiken de wetenschappers iets terughoudender bewoordingen. Zij spreken over een “toegenomen marginalisering” van de kerk.

Moslim 2.0

Nederlandse moslimjongeren zijn niet zo streng in de leer als hun ouders. Regels rond hoofddoekjes, moskeebezoek en de ramadan worden steeds minder strikt nageleefd.

Maar goed, dan hebben we het alleen over de christenen. De moslims – die zijn toch nog altijd even hardcore? Nou, nee. Nederlandse moslims vertonen een vergelijkbaar patroon, alleen wat trager. Recent sociologisch onderzoek van de Universiteit Utrecht laat zien dat moslimjongeren geloof minder belangrijk vinden dan hun ouders en dat ze islamitische regels en gebruiken spaarzamer in de praktijk brengen.

Ongeveer een derde van de jongens gaat niet zo vaak naar de moskee als hun vader; ruim een derde van de meisjes wier moeder een hoofddoek draagt, doet dat zelf niet. Een groot deel van de moslimjeugd drinkt alcohol, eet varkensvlees en vast minder tijdens de ramadan – want ook secularisatie gaat uiteindelijk gewoon door de maag.

Het Sociaal en Cultureel Planbureau had in 2012 al iets soortgelijks geconstateerd. Destijds wezen de onderzoekers erop dat bijna alle moslims in Nederland een migratieachtergrond hebben: zijzelf of hun ouders zijn elders geboren. Dat maakt vergelijken makkelijk: van de eerste generatie Marokkaans-Nederlandse moslims gaf 83 procent aan vijf keer per dag te bidden, van de tweede generatie maar 63 procent. En van de eerste generatie Turks-Nederlandse moslims ging 35 procent vijfmaal daags op de knieën, van de tweede generatie slechts 10 procent. Behalve ontkerkelijking is er dus ook ontmoskeeïng.

Buitenbeentjes

Maar helaas voor Richard Dawkins en voor de 24 procent van onze landgenoten die zichzelf atheïst noemen, is het nog te vroeg om de goddeloze vlag uit te hangen en in een geseculariseerde polonaise door de straten te trekken om te vieren dat alle kerken en moskeeën binnenkort worden vervangen door slangenhuizen, fietsenstallingen, carnavalstempels en boekhandels. Er is namelijk een probleem met deze cijfers: zoals wel vaker is Nederland weer eens de uitzondering op de regel.

In Geloven binnen en buiten verband, een publicatie van het Sociaal en Cultureel Planbureau uit 2014, maakt geloofsonderzoeker Joep de Hart duidelijk dat wereldwijd nog altijd zo’n 90 procent van de mensen zichzelf tot een religie rekent. “Als je het beeld voor de hele wereld bekijkt, dan kun je moeilijk zeggen dat godsdienst is verdwenen”, laat hij KIJK weten. “In grote delen van West-Europa zijn godsdienstige organisaties en godsdienstige gebruiken de afgelopen vijftig jaar geleidelijk afgebrokkeld. Hun invloed op de samenleving werd ook geringer. Maar op wereldschaal en in sommige gebieden van Europa ziet dat er heel anders uit.”

Ook de groep zelfverklaarde agnosten en atheïsten is volgens De Hart veel minder indrukwekkend dan die aanvankelijk misschien lijkt. “Hun aantal nam de afgelopen eeuw sterk toe, maar in 2010 ging het nog steeds om niet meer dan naar schatting respectievelijk 10 en 2 procent van de totale wereldbevolking”, licht hij toe. “En hoewel in de westerse wereld het percentage mensen toenam dat niet in een God gelooft of zegt niet te weten of hij bestaat, daalde dit percentage sindsdien wereldwijd. Kun je op basis van de cijfers tussen 1910 en 1970 spreken van een teruggang van de godsdienstigheid, als we het hebben over de hele wereldbevolking is er eerder sprake van een groei.”

Gelovigen baren

Het Amerikaanse Pew Research Center kwam in 2015 met een rapport met vergelijkbare gegevens plus een paar toekomstvoorspellingen. Huidige trends doortrekkend, denken de glazenbolkijkers dat we enkel nóg godsdienstiger worden: wereldwijd zullen, op het boeddhisme na, alle grote religies groeien. Het sterkst is de islam met een toename van 73 procent, gevolgd door het christendom met 35 procent. In 2050 zijn er naar schatting zo’n 2,8 miljard moslims en 2,9 miljard christenen – waardoor de islam het christendom bijna heeft ingehaald als grootste geloofsvereniging.

Het aantal ongelovigen zal procentueel alleen maar dalen. De reden daarvoor heeft weinig te maken met theologie of secularisatie, maar vooral met demografie, oftewel: bevolkingsaantallen. Religies groeien namelijk vooral in ontwikkelingslanden, waar de geboortecijfers nu eenmaal hoger zijn dan elders. Wereldwijd hebben moslims een voortplantingscijfer van 3,1 kinderen per vrouw – hoger dan de 2,7 van christenen en de 2,1 die nodig is voor een stabiele bevolking – en zeker hoger dan de 1,7 van ongelovigen.

Wereldwijd groeit de islam sneller dan het christendom. Met theologische superioriteit hoeft dat niet per se iets te maken te hebben; het blijkt vooral dat mensen in islamitische landen zich sneller voortplanten.

Het aanstormende succes van de islam komt dus simpelweg doordat moslimouders meer moslimkinderen krijgen. Het aloude motto: gaat heen en vermenigvuldigt u. Ook wanneer we opnieuw op Nederland inzoomen, blijken de genoemde cijfers maar een half verhaal te vertellen. Want hoewel het gezag van ‘officiële’ kerken afneemt, zegt 93 van onze landgenoten nog steeds dat ‘spiritualiteit’ voor hen een rol van betekenis speelt. Sommigen noemen zich ‘ietsist’, anderen spreken over karma of reïncarnatie of energiestromen. En deze spiri’s scharrelen vrolijk rond in wat de diverse wereldvisies te bieden hebben: 77 procent van de Nederlanders herkent zich in de uitspraak ‘je kunt verschillende levenswijsheden en praktijken combineren tot wat het beste bij je past’.

De God in Nederland-onderzoekers concluderen dat landgenoten zich niet bekeren tot wereldreligies, maar zelf een persoonlijke vorm van spiritualiteit creëren. “Het bestaan van definitieve religieuze waarheden wordt überhaupt massaal in twijfel getrokken”, schrijven ze. “Men neemt slechts delen van het geloof voor waar aan, en dat blijken in de praktijk de delen te zijn met nadruk op de optimistische kant, zoals het geloof in de hemel, maar niet in de hel.” Oftewel: we gaan vrijer om met het traditionele gedachtegoed, en kiezen gewoon de geloofsbrokjes die onszelf het beste uitkomen.

In De Dans!kerk in Alkmaar dient beweging in een geloofsgebouw als een vorm van meditatie. Een mooi voorbeeld van hoe geloof steeds persoonlijker wordt.

Rise and shine

Dat brengt ons bij de redenen voor de ontwikkelingen. In Nederland wordt religie individualistischer, veelzijdiger en losser – verschijnselen die te koppelen zijn aan een breed begrip van ‘moderniteit’. Maar in geen enkel onderzoek kom je gedachtegangen tegen als: “Toen ik de theorie van evolutie door natuurlijke selectie begreep, snapte ik dat God niet de oorzaak was van de aardse soortenrijkdom en verliet ik mijn geloof.” De secularisatiethese is leuk en aardig, maar kennis en wetenschap lijken niet direct tot atheïsme te leiden. Hoogstens spelen ze mee in een veel complexer geheel van factoren.

Wereldwijd is religie on the rise. En in Nederland lijkt geloof eerder te veranderen dan echt te verdwijnen. Van een verheven en eenduidige groepsboodschap, verandert godsdienst in een individuele zoektocht naar antwoorden. Hoewel de oude garde dat misschien maar plat en commercieel vindt, wordt religie een persoonlijk project waarbij flink kan worden geshopt in allerlei tradities en overtuigingen.

De perfecte metafoor voor de godsdienst in ons land? Dat is misschien wel een eeuwenoude kerk die zijn sacrale functie verliest, maar wel nog dienst mag doen als een verheven boekhandel.

Dit artikel staat ook in KIJK 1/2017.

Meer informatie:

Tekst: Rik Peters

Beeld: Flip Franssen/Hollandse Hoogte

Ben je geïnteresseerd in de wereld van wetenschap & technologie en wil je hier graag meer over lezen? Bestel dan hier ons nieuwste nummer. Abonnee worden? Dat kan hier!







Podcast KIJK en luister via JUKE



Meer Artikelen