Waarom vliegen vliegende vissen?

KIJK-redactie

2018-06-18 10:59:09

vliegende vissen

Het is een vreemde combinatie: vissen die het ruime sop onder zich laten om een stukje te vliegen. Hoe doen ze dat?

We weten allemaal dat vissen het niet lang volhouden op het droge. Dus waarom kiezen vliegende vissen er dan toch voor om af en toe de sprong te wagen? En hoe flikken ze dat?

Eat or be eaten

De tropische zeeën waarin vliegende vissen voorkomen, is een plek van eten of gegeten worden. Vliegende vissen vinden hun voedsel vlak onder het wateroppervlak. Maar dit is niet de veiligste plek van de oceaan. Vanaf het oppervlak kunnen vissen immers maar één kant op en dat is naar beneden. En laten daar nu precies de roofvissen zwemmen die het op de vliegende vissen hebben gemunt.

De vliegende vis brak echter de regels en ontwikkelde in de loop van de tijd een indrukwekkend paar vleugelachtige borstvinnen. Deze vinnen zijn bijna even lang als de vis zelf. Zodra een roofvis vanuit de diepte opduikt, zet devliegende vis een sprintje in en stijgt hij op vanuit het water. Bij een gunstige wind legt hij dan wel een paar honderd meter boven het wateroppervlak af, een eind bij de hongerig rovers vandaan. Tijdens zijn vlucht moet de vliegende vis het hebben van zijn gestroomlijnde lichaam en zijn grote, lichtgewicht vleugelvinnen.

Maar om echt ver te komen, moet er ook een stevig briesje staan dat de vis in de lucht houdt. Fladderen als vogels doen vliegende vissen namelijk niet. Een betere benaming zou dus ‘zwevende vissen’ zijn, maar dat staat misschien wat minder stoer.

Deze vraag kon je vinden in KIJK 1/2018.

Ook een vraag voor de rubriek ‘KIJK antwoordt’? Laat hem via onderstaand formulier achter.

[contact-form-7 id=”141402″ title=”Vraag antwoord formulier”]

Tekst: Jasper Verhaar

Beeld: NOAA

Lees ook:

KIJK 6/2018Ben je geïnteresseerd in de wereld van wetenschap & technologie en wil je hier graag meer over lezen? Bestel dan hier ons nieuwste nummer. Abonnee worden? Dat kan hier!







Podcast KIJK en luister via JUKE



Meer KIJK antwoordt