Wie zich blij en gelukkig voelt, beweegt vaak sneller dan mensen die zich somber voelen. Nieuw onderzoek legt de rol die dopamine in onze bewegingen speelt bloot.
De neurotransmitter dopamine zorgt ervoor dat we ons tevreden en beloond voelen als er iets leuks gebeurt. Uit nieuw onderzoek van de University of Colorado Boulder (VS) blijkt ook dat we er sneller van gaan bewegen. Althans, de link die uit het onderzoek blijkt, is erg sterk. Mogelijk gaan de bevindingen, gepubliceerd in Science Advances, in de toekomst helpen bij de behandeling of zelfs diagnose van de ziekte van Parkinson en depressies.
Lees ook:
- Getrainde honden kunnen ruiken of iemand parkinson heeft
- Pen met magnetische inkt herkent parkinson aan je handschrift
Sneller bewegen door dopamine
Stel je voor dat je je ouders of geliefde gaat ophalen van het vliegveld. Waarschijnlijk loop je snel en verwachtingsvol naar de gate. Maar als er een collega op je wacht, dan loop je waarschijnlijk op een normaal tempo door de vlieghal.
Hoogleraar Alaa Ahmed van de University of Colorado Boulder en een voormalig student aan die universiteit, Colin Korbisch, onderzochten het hersennetwerk dat dit soort gedrag stuurt. Daarvoor ontwikkelden ze een simpel experiment: proefpersonen moesten met een joystickachtig apparaat naar een object grijpen op een computerscherm. Daarna kregen een beloning in de vorm een korte lichtflits of een piepje.

Het team zag dat de mate waarin deze beloningen de verwachtingen van de proefpersonen overtroffen of juist niet waarmaakten, invloed had op de snelheid van hun bewegingen. Soms gaven ze hun beweging net dat zetje extra om hun doel te bereiken.
Deze bewegingspatronen passen bij wat wetenschappers weten over het gedrag van zogeheten dopaminerge zenuwcellen. Deze cellen maken dopamine aan en beïnvloeden een breed scala aan menselijke gedragingen.
“Bewegingen zijn een venster naar de geest”, zegt Korbisch. “Normaal gesproken kun je niet in het brein kijken om te zien wat de dopaminerge zenuwcellen doen, maar bewegingen kunnen een afspiegeling zijn van de neurale berekeningen die zo moeilijk te ontrafelen zijn.”
Leren met dopamine
We weten al decennia dat dopamine een belangrijke rol speelt in hoe dieren nieuw gedrag aanleren. Al in de jaren negentig leerde neurowetenschapper Wolfram Schultz aan aapjes dat ze een beloning kregen als er een belletje afging. Na een poosje schoot hun dopamineniveau omhoog iedere keer als de bel ging.
Maar als het belletje ging en de beloning bleef uit, dan was de teleurstelling zichtbaar in hun brein: de initiële dopaminepiek daalde direct. Dit patroon noemen wetenschappers de zogeheten ‘beloning-voorspelling-error’.
In de huidige studie wilden Ahmed en Korbisch weten of deze patronen ook invloed hebben op hoe we bewegen. Dat is geen gekke gedachte: mensen met de ziekte van Parkinson ervaren een flinke afname van de dopaminerge zenuwcellen in hun hersenen, en hebben ook veel moeite met bewegen.
Het experiment
Dat brengt ons op het experiment. Met de joystick moesten de proefpersonen proberen om vier doelen in iedere hoek van het scherm te raken. Eén doel leverde iedere keer als de deelnemers hem raakten een beloning op. Er was ook een doel dat nooit een beloning opleverde, en het raken van de andere twee leidde soms tot een beloning.
Zoals verwacht maakten de deelnemers snellere bewegingen als ze het beloningsdoel wilden raken. Maar de onderzoekers zagen iets interessants: als deelnemers onverwachts een beloning kregen, maakten ze een snellere grijpbeweging, ook als de beloning al binnen was.
Deze snelheidstoename vond slechts 220 milliseconden na het horen van het piepje plaats. Het effect was subtiel en met het blote oog zou je het niet kunnen zien. Maar uit deze vondst blijkt dat een positieve verrassing mensen een extra zetje geeft.
Dopamine geeft energie
De onderzoekers kunnen niet met zekerheid vaststellen wat er achter deze extra energiestoot zit, maar Ahmed en Korbisch vermoeden dat hun proefpersonen een extra shot dopamine kregen door de onverwachte beloning.
Op momenten dat de deelnemers zeker wisten dat ze een beloning kregen, bleef die tweede versnelling namelijk uit. “Het effect lag dus niet aan het krijgen van de beloning alleen”, legt Korbisch uit.
Eerdere ervaringen telden ook mee in de bewegingssnelheid. Als patiënten een reeks beloningen op rij kregen, begonnen ze in het algemeen sneller te bewegen. Als ze alleen maar pech hadden, vertraagden ze juist.
Ahmed merkt op dat veel medische aandoeningen effect hebben op hoe iemand beweegt. Mensen met een depressie bewegen doorgaans langzamer dan anderen. Ze stelt zich voor dat medische professionals aan de hand van iemands veranderende beweegpatroon hun patiënten kunnen helpen.
Bron: Science Advances
Hoofdbeeld: Jesse Morgan Petersen/CU Boulder College of Engineering and Applied Science