DNA-analyses van mammoetbotten onthullen dat mensen in de ijstijd het vooral op vrouwtjesmammoeten hadden gemunt.
Mammoeten waren enorm belangrijk voor mensen uit de laatste ijstijd. Ze vormden niet alleen een goede voedselbron, maar hun huiden en botten werden ook gebruikt om mee te bouwen of om kleding en gereedschap mee te maken. Op verschillende archeologische vindplaatsen uit de ijstijd zijn dan ook grote verzamelingen van mammoetbotten gevonden.
Wetenschappers hebben nu het DNA in die botten geanalyseerd en iets verrassends ontdekt. Ze schreven erover in het vakblad Current Biology.
Lees ook:
- Voor het eerst mammoet-RNA geïsoleerd en geanalyseerd
- Was hooikoorts de laatste nagel aan de doodskist van de mammoet?
Voornamelijk vrouwtjes
De onderzoekers hebben botten bestudeerd uit elf archeologische vindplaatsen in Europa en Azië. Deze waren zo’n 20.000 tot 30.000 jaar oud. Ze troffen daarin het DNA aan van honderd verschillende mammoeten. Ze analyseerden ook het DNA uit mammoetbotten die gewoon in de natuur zijn gevonden. Zo identificeerden ze nog eens 421 mammoeten.
De mammoetresten uit de natuur bleken voornamelijk afkomstig te zijn van mannetjes (66 procent). Dat was niet verrassend. Solitaire mannetjes hadden een grotere kans om te sterven in natuurlijke vallen, zoals zinkgaten en landverschuivingen, wat ervoor zorgde dat hun botten vaker fossiliseerden. Het was wel opvallend dat de mammoetresten op de archeologische vindplaatsen juist voornamelijk van vrouwtjes waren (70 procent).

Kuddes
“We weten dat jagers-verzamelaars uit de ijstijd soms actief jaagden op mammoeten”, zegt onderzoeker Jarosław Wilczyński in een persbericht. “Dat blijkt uit projectielpunten die in mammoetbotten zijn gevonden.” Maar mogelijk verzamelden ze daarnaast ook materiaal van mammoeten die al dood waren.
“Hoewel het verleidelijk is om te denken dat jagers zich richtten op vrouwtjes omdat zij kleiner waren dan volwassen mannetjes, was de werkelijkheid misschien complexer”, zegt mede-onderzoeker Hannah M. Moots. Als mammoeten zich gedroegen zoals moderne olifanten, leefden vrouwtjes in matriarchale kuddes. Het jagen op zo’n kudde zou net zo gevaarlijk of zelfs gevaarlijker kunnen zijn geweest dan het jagen op een mannetje.
“Een andere mogelijkheid is dat de door vrouwtjes geleide kuddes zich op voorspelbaardere manieren door het landschap verplaatsten dan solitaire mannetjes, wat betekent dat jagers-verzamelaars ze wellicht gewoon vaker tegenkwamen, of dat nu was om op ze te jagen of om aas te verzamelen.”
Syndroom van Turner
Net als mensen hebben biologische mannetjesmammoeten in iedere cel een X- en een Y-chromosoom (XY) en hebben biologische vrouwtjes twee X-chromosomen (XX). Maar bij een van de geanalyseerde mammoeten was de situatie anders. Die had in sommige cellen twee X-chromosomen en in andere cellen slechts één X-chromosoom (XX/X0). Bij mensen staat deze afwijking bekend als het syndroom van Turner. Het is de eerste keer dat dit is gedocumenteerd voor een uitgestorven diersoort.
Bronnen: Current Biology, Stockholm University via EurekAlert!
Beeld: Mikroman6/Getty Images