Denk je aan een ufo, dan denk je waarschijnlijk aan een schotelvormig toestel. Zo zag deze experimentele vliegmachine uit de Koude Oorlog er ook uit.
Na de Tweede Wereldoorlog vreesden militaire strategen dat een nieuwe oorlog zou beginnen met grootschalige aanvallen op vliegvelden. Als startbanen werden vernietigd, zouden gevechtsvliegtuigen niet meer kunnen opstijgen. Daarom ontstond veel belangstelling voor VTOL-toestellen: vliegtuigen die verticaal kunnen opstijgen en landen, maar tijdens de vlucht de snelheid en het bereik van een gewoon vliegtuig hebben.
In de beginjaren van de Koude Oorlog werkte vliegtuigbouwer Avro Canada aan een erg opmerkelijk VTOL-ontwerp. Het toestel was rond en plat en leek sterk op de vliegende schotels uit sciencefictionfilms. Tijdens de ontwikkeling kreeg het verschillende namen, maar uiteindelijk werd het bekend als de VZ-9AV Avrocar.
Lees ook:
- Deze vijf militaire vliegtuigen verpletterden records
- NASA’s stille supersonische vliegtuig X-59 doorbreekt voor het eerst de geluidsbarrière
Twee verschillende wensen
De ontwikkeling begon in 1952 met Canadese steun, maar de regering trok zich terug toen het project te duur werd. Avro bood het ontwerp vervolgens aan de Amerikaanse regering aan. In 1958 namen het Amerikaanse leger en de Amerikaanse luchtmacht de financiering over.
Maar de twee krijgsmachtonderdelen wilden heel verschillende voertuigen. Het leger zag de Avrocar als een terreinonafhankelijk transport- en verkenningstoestel dat laag boven de grond kon vliegen – een soort vliegende jeep die ook kon opereren in gebieden waar geen wegen waren.
De luchtmacht stelde veel hogere eisen en wilde een toestel dat laag onder vijandelijke radar kon blijven, verticaal kon opstijgen en daarna tot zeer hoge – mogelijk zelfs supersonische – snelheden kon versnellen.
Avro dacht aan beide wensen te kunnen voldoen met één basisontwerp.

Twee cockpits
De Avrocar had een diameter van ongeveer 5,5 meter en was slechts een kleine 1,5 meter hoog. Aan weerszijden van het toestel bevond zich een kleine cockpit, waardoor er plaats was voor twee bemanningsleden.
De aandrijving bestond uit drie Continental J69-straalmotoren. Zij dreven een grote centrale ventilator aan, de zogenoemde turborotor, die lucht van bovenaf aanzoog. De zo opgewekte luchtstroom werd vervolgens via kanalen naar de buitenrand van de schotel geleid en daar krachtig naar beneden geblazen.

Zweven op een luchtkussen
Vlak boven de grond werd deze neerwaartse luchtstroom door het grondoppervlak afgeremd, waardoor onder het toestel een gebied met verhoogde luchtdruk ontstond. Dit wordt het grondeffect genoemd en vormde een soort luchtkussen waarop het toestel kon zweven. Door de richting van de luchtstroom te veranderen, kon de Avrocar vooruit of opzij bewegen. Dit werkte goed op een hoogte van 30 tot 60 centimeter. In deze toestand gedroeg het toestel zich eigenlijk meer als een hovercraft zonder rok dan als een vliegtuig.
Het uiteindelijke doel was veel ambitieuzer. Op grotere hoogte en bij een hogere snelheid zou het toestel minder afhankelijk moeten worden van de rechtstreeks omlaag geblazen lucht. De ronde romp zou dan als een vliegtuigvleugel gaan werken en zelf aerodynamische lift produceren. Maar die overgang naar echte vliegtuigvlucht is nooit gelukt.

Onbestuurbaar
Zodra de Avrocar hoger dan ongeveer 90 centimeter vloog, werd het luchtkussen instabiel en brachten drukverschillen het toestel uit evenwicht. Daardoor begon de Avrocar met zijn neus op en neer te bewegen en te rollen – vergelijkbaar met een wiebelende tol die bijna is uitgedraaid. Voor de piloot was de schommelende Avrocar bijna niet meer onder controle te krijgen. Verschillende aanpassingen aan de besturing en luchtstroom konden het probleem niet oplossen.
De eerste vrije vlucht van de Avrocar vond plaats op 12 november 1959. Maar de resultaten bleven ver achter bij de verwachtingen. In vrije vlucht bereikte de Avrocar een topsnelheid van ongeveer 56 kilometer per uur. Na enkele aanpassingen aan het ontwerp daalde dat zelfs naar 37 kilometer per uur. In plaats van een snelle VTOL-jager was het toestel vooral een luidruchtige en moeilijk bestuurbare brandstofslurper die alleen vlak boven de grond enigszins veilig functioneerde.
In 1961 werd het project dan ook beëindigd. De twee gebouwde prototypes zijn wel allebei bewaard gebleven. Het ene exemplaar is te zien in het National Museum of the United States Air Force en het andere bevindt zich in de collectie van het U.S. Army Transportation Museum.
Zie de Avrocar in actie in onderstaande video:
Bronnen: National Museum of the United States Air Force, MiGFlug