Na een enorme maaltijd eet een python maandenlang niks. Wetenschappers hebben een stof in zijn bloed ontdekt die daarbij helpt.
Hap, slik, weg. Het is ongelofelijk wat een python soms naar binnen werkt. Bijvoorbeeld een hele antilope. Om dan vervolgens maandenlang, tot wel meer dan een jaar, niets te eten. Uit onderzoek blijkt nu dat het bloed van de slang direct na zo’n copieuze maaltijd bijzondere stoffen in hoge concentraties bevat.
Eén van die moleculen remt het hongergevoel en zou dus bij mensen een nieuw afslankmedicijn kunnen worden. Dat opperen biologen van onder meer de University of Colorado en Stanford University in het vaktijdschrift Nature Metabolism.
Lees ook:
- Slangen eten soms maandenlang niets: hoe overleven ze dat?
- Je angst voor slangen is (deels) aangeleerd
- Een mRNA-vaccin werkt ook tegen slangengif
1000 maal verhoogd
De onderzoekers namen bloedmonsters van koningspythons en donkere tijgerpythons, direct voor én na hun maaltijd (na een vastenperiode van 28 dagen). Uit testen bleek dat de concentratie van 208 stoffen in het bloed flink waren gestegen na het eten.
Het gehalte para-tyramine-O-sulfaat (pTOS) steeg zelfs duizendmaal. Dit molecuul wordt gemaakt door een maagbacterie en is een bijproduct van de omzetting van de eiwitbouwsteen tyramine.
Niet zoveel honger
Dat pTOS na de maaltijd enorm belangrijk moet zijn voor de slang – getuige de enorme stijging in concentratie – is wel duidelijk. Maar wat doet het precies? De onderzoekers injecteerden de stof in hoge dosering in muizen met overgewicht en muizen met een gewond gewicht.
De zwaarlijvige muizen bleken plotseling niet zoveel honger te hebben. Ze aten beduidend minder knaagdiervoer dan hun soortgenoten van normaal postuur, en bleken na 28 dagen 7 procent van hun lichaamsgewicht te hebben verloren. Bij mensen zou dat neerkomen op een gewichtsverlies van ruim een kilogram per week.
In de urine
Het team onderzocht ook het werkingsmechanisme van pTOS. Het stofje bleek te binden aan hongerregulerende cellen in de hypothalamus in de hersenen. De dikke muizen hadden dus daadwerkelijk minder trek dankzij het pythonmolecuul.
Muizen maken van nature geen pTOS aan, maar hoe zit dat bij mensen? De onderzoekers analyseerden een al eerder gemaakte dataset van urinetest-uitslagen bij mensen. Daaruit bleek dat ook mensen (of beter gezegd de maagbacteriën van mensen) de stof aanmaken, maar dan wel in veel kleinere hoeveelheden en vooral na een maaltijd.
Tjokvol interessante moleculen
Of een veel hogere dosering pTOS ook bij mensen hongerstillend werkt, moet nog grondig worden onderzocht. Positief is ieder geval dat de stof bij muizen weinig bijwerkingen heeft. Geen tekenen van de maagdarmklachten, het spierverlies en de moeheid die het populaire afslankmedicijn Ozempic wel kan veroorzaken.
De onderzoekers hebben goede hoop en hebben het bedrijf Arkana Therapeutics opgericht om pTOS verder te onderzoek en vervolgens naar de markt te brengen. Maar er is meer: het bloed van slangen zit tjokvol met zeer interessante moleculen die een positief effect hebben op de stofwisseling en het hart- en vaatsysteem. Wordt dus ongetwijfeld vervolgd.
Bronnen: Nature Metabolism, University of Colorado via EurekAlert!, Stanford Medicine via EurekAlert!