Maximale pech: 5x rampspoed

André Kesseler

09 December 2019 12:59

rampen Bhopal

Het is 35 jaar geleden dat een van de ergste industriële rampen ter wereld heeft plaatsgevonden: de giframp in Bhopal, India. Hierbij vielen minstens 50.000 doden en honderdduizenden gewonden.

Bhopal

Union Carbide werd in de Indiase stad Bhopal binnengehaald als de verlosser. Het Amerikaanse bedrijf zou er welvaart en geluk brengen. In plaats daarvan bracht het de dood op grote schaal.

De fabriek werd in 1969 gebouwd en jaarlijks produceerde Union Carbide er allerlei onprettige chemische stoffen, waaronder carbaryl, een insecticide. Voor de productie daarvan is methyl-isocyanaat-gas (MIC) nodig en daar was een flinke hoeveelheid van in ondergrondse tanks opgeslagen. Eens in de zoveel dagen werden de aanvoerleidingen van die tanks met water schoongespoeld. Een routineklus, niks aan de hand. Alleen werd op 3 december 1984 vergeten de afsluiter naar de MIC-tanks dicht te draaien, waardoor er een hele zooi water in die tanks terechtkwam.

Een nare chemische reactie zorgde vervolgens voor een grote hoeveelheid giftig gas. Dat had geen ramp hoeven te zijn, ware het niet dat de chemische filters voor een reparatie afgesloten waren. En zo bleken er nog zes veiligheidsvoorzieningen niet te werken, waaronder een freon-installatie die het MIC in geval van nood had moeten koelen. Om geld te besparen was die afgebroken. Het freon had men verkocht.

Veertig kubieke ton MIC kwam in de lucht terecht. De dodelijke wolk dreef naar het nabijgelegen Bhopal, een stad met 900.000 inwoners. Een flink deel daarvan werd wakker met tranende en brandende ogen. Duizenden vluchtten in paniek de straat op. De dikke wolk gas verbrandde het weefsel in hun longen en ogen en ook het zenuwstelsel werd aangetast. Mensen verloren de controle over hun lichaamsfuncties, konden hun ontlasting niet ophouden en braakten onophoudelijk.

Hoeveel dodelijke slachtoffers er in de eerste uren na de ramp vielen, is niet duidelijk. Union Carbide beweert 3800, reddingswerkers die de lichamen naar massagraven droegen houden het op minstens 15.000. Er waren tussen de 150.000 tot 600.000 gewonden. Een van de overlevenden zei: “De ongelukkigen zijn de mensen die die nacht overleefden. De gelukkigen zijn die nacht gestorven.” Want de ramp-na-de-ramp betekende doodgeboren of mismaakte kinderen en een enorme toename van het aantal kankergevallen.

Union Carbide hield er in de nasleep een erg onfrisse houding op na. Toen artsen in de volstromende ziekenhuizen naar de fabriek belden om te achterhalen om wat voor gif het precies ging, kregen ze te horen dat het slechts een iets sterkere vorm van traangas was en dat afspoelen met water voldoende moest zijn. In een onderzoeksrapport kwam de door Union Carbide ingehuurde arts Thomas Petty aan het woord. Hij beweerde doodleuk dat het allemaal niet zo erg zou zijn geweest als de mensen maar niet waren weggerend. Als je rent, adem je dieper in en krijg je meer gas binnen, zo luidde zijn redenering.

Na vijf jaar juridisch getouwtrek schikte Union Carbide de zaak met de Indiase regering voor het schamele bedrag van 470 miljoen dollar. In ruil daarvoor zou het bedrijf niet verder vervolgd worden. Union Carbide, inmiddels onderdeel van de Dow Chemical Company, houdt overigens vol dat één werknemer (die overigens nooit bij naam genoemd is) verantwoordelijk was voor ‘het incident’, zoals ze de ramp noemen. De dader zou een waterslang rechtstreeks op de toevoerkraan van de tanks aangesloten hebben. Op een andere manier was er nooit zoveel water in de tanks terechtgekomen.

Geschat wordt dat in Bhopal en de omliggende dorpen en steden elke week nog steeds tien tot vijftien mensen aan de gevolgen van de ramp overlijden.

De chemische ramp in het Indiase Bhopal leidde tot hevige protesten. De pop stelt Warren Anderson voor, de toenmalige directeur van de Union Carbide- fabriek. Warren werd in 1991 aangeklaagd wegens doodslag, maar hij dook onder in Amerika. In 2002 spoorde Greenpeace hem op in de Hamptons, een poepsjiek gebied een eindje buiten New York, maar de VS noch India lijken van plan om de man aan te houden en voor het gerecht te brengen. © AFP/ANP

De volgende rampen bewijzen ook dat stom toeval en falende techniek catastrofale gevolgen kunnen hebben.


Explosie zonder terrorist

Toen op 21 september 2001 een kunstmestfabriek in Frankrijk de lucht in ging, dacht vrijwel iedereen aan een aanslag. Niet zo’n gekke reactie, anderhalve week na ‘9/11’. De kunstmestfabriek in de buurt van Toulouse was eigendom van het Franse bedrijf Grande Paroisse, een onderdeel van de chemische poot van TotalFinaElf. De explosie vond plaats in een loods met 300 ton ammonium-nitraat, een stof waar je vrij gemakkelijk een bom van kunt maken. Timothy McVeigh gebruikte het bijvoorbeeld voor de bom waarmee hij op 19 april 1995 het Alfred P. Murrah-gebouw in Oklahoma City opblies en 168 mensen de dood injoeg.

Door de klap werd een vijftig meter brede krater geslagen, dertig mensen vonden de dood, minstens 2500 mensen raakten gewond en duizenden woningen werden zwaar beschadigd. De vernietigende kracht was vergelijkbaar met een aardbeving van 3,2 op de schaal van Richter.

Een paar maanden na de ramp leek het er even op dat de explosie toch een terroristische aanslag was geweest. Tussen de lichamen was namelijk het lijk van de in Tunesië geboren Hassan Jandoubi gevonden. Hij droeg, net als bij zelfmoordterroristen voor schijnt te komen, nogal veel kleren: vier onderbroeken, twee broeken, verschillende shirts, en twee dikke gewaden. Later bleek dat Jandoubi niet bijzonder gelovig was en dat hij vaker verschillende lagen kleding droeg omdat hij zichzelf veel te dun vond. De ramp was waarschijnlijk veroorzaakt doordat twee verkeerde chemicaliën met elkaar gemengd werden.

De AZF-fabriek enige weken na de explosie. © CC BY-SA 3.0

Dodelijke veiligheidscontrole

De kerncentrale was onmisbaar voor de Sovjet-Unie. RBMK-1000, zo’n tachtig kilometer boven Kiev (Oekraïne), leverde namelijk plutonium. En die was van levensbelang voor de bouw van kernwapens waarmee de communistische wereld tegen de oorlogszuchtige Amerikanen beschermd kon worden. Bovendien zorgde hij ervoor dat de lampen in Kiev en omstreken bleven branden. De centrale bracht veel goeds, daar in Tsjernobyl.

Maar veel internationale deskundigen waren minder enthousiast. Ze hadden de regering van de Sovjet-Unie al meermalen gewaarschuwd dat er met vuur gespeeld werd. Het grote probleem was dat de reactor niet over de veiligheidssystemen beschikte die veel andere kerncentrales wel hadden. Als bij een ‘normale’ reactor de aanvoer van koelwater stagneert, wordt automatisch de hoeveelheid kernsplitsingen en daarmee de temperatuur in de reactorkern teruggebracht. Bij het Russische ontwerp liep de temperatuur in zo’n geval juist op.

Op 25 april 1986 werd Reactor 4 voor een onderhoudsbeurt stilgelegd. Een mooi moment om ook eens een veiligheidstest te doen. Men wilde weten of de centrale bij een storing voldoende elektriciteit leverde om de noodapparatuur aan de gang te houden totdat de dieselgeneratoren het over zouden nemen. Vlak voor middernacht draaide de reactor nog op halve kracht en besloten een paar mensen een experimentje toe te voegen: ze sloten het reactorkoelsysteem af. Het plan was de centrale terug te brengen naar een capaciteit van 25 procent, maar om onverklaarbare redenen viel die in één klap terug tot minder dan 1 procent. Terwijl uit alle macht geprobeerd werd de capaciteit weer langzaam op te voeren, ontstond er een raadselachtige stroompiek van naar schatting honderdmaal het normale vermogen.

De noodvoorziening die in zo’n geval de nucleaire kettingreactie moest stoppen, weigerde en in minder dan een seconde steeg de temperatuur in de reactor schrikbarend. Binnen drie seconden bliezen twee gigantische explosies het 1000 ton zware betonnen dak van de reactor. Bij een temperatuur van 2000 graden Celsius begonnen de brandstofstaven te smelten en de blokken grafiet die de reactor afdekten vlogen in brand. Met de rook werden grote hoeveelheden radioactief materiaal de atmosfeer in geblazen.

Bij de ramp kwamen in eerste instantie twee werknemers om en werden er 29 aan zoveel straling blootgesteld dat ze ten dode opgeschreven waren. Maar het dodental liep na de ramp veel hoger op. Alleen al onder de schoonmaakploegen zouden 7000 tot 8000 mensen aan de gevolgen van straling overlijden. En verwacht wordt dat ‘Tsjernobyl’ voor honderdduizenden nieuwe kankergevallen zal zorgen, waarvan er tienduizenden dodelijk zullen zijn.

De autoriteiten probeerden de ramp in eerste instantie stil te houden. Maar al snel maten wetenschappers in onder meer Zweden een verhoogde radioactiviteit in de atmosfeer en wisten die terug te voeren tot Tsjernobyl. Meer dan 600.000 mensen werkten aan het opruimen van de puinhopen en de bouw van de ‘sarcofaag’, een gigantisch betonnen bouwwerk waaronder de restanten van Reactor 4 weggestopt werden. Een paar jaar later bleek dat er toch radioactiviteit uit de sarcofaag lekte. Hoewel dat ‘lek’ toen gerepareerd werd, zijn er nog steeds twijfels over de veiligheid van de betonnen constructie.

Tegenwoordig is een ovaal gebied van bijna dertig kilometer rond Tsjernobyl verboden terrein. De bomen in het extreem besmette bos naast de reactor groeien in bizarre vormen en er leven dieren. Maar die zullen niet oud worden.

Reactor 4 in 2013. © CC BY 2.0

Onvermijdelijke vuurzee

Er hadden zich honderden mensen verzameld. Vanuit dorpen uit de verre omtrek waren ze met pannen, jerrycans en plastic bekers naar het Nigeriaanse dorp Jesse gekomen. Daar zat namelijk een gat in de benzineleiding die de kostbare vloeistof van de raffinaderij ten zuidoosten van Lagos naar de 600 kilometer noordelijker gelegen stad Kaduna bracht. Onder de pijpleiding had zich een soort meer van benzine gevormd. Het was een ramp waiting to happen…

Wat er die dag in oktober 1998 precies misging, is nooit duidelijk geworden. Misschien was het een weggegooide sigaret of een vonk van een of ander apparaat. Maar de benzine ontbrandde en de pijpleiding explodeerde. In het inferno kwamen 500 mensen om het leven en vielen er 100 gewonden. De meeste slachtoffers waren onherkenbaar verbrand.

In 2003 ging het op een andere plek in Nigeria opnieuw mis. Tientallen mensen hadden zich bij een gebarsten oliepijpleiding verzameld toen een vonk van een passerende motorfiets de boel in lichterlaaie zette. Bij die ramp kwamen 105 mensen om.

De kapitein had slaap

Op de lijst van ongelukken met olietankers staat die met de Exxon Valdez op een bescheiden vierenveertigste plek. Maar op de lijst met olierampen die de meeste schade berokkenden staat hij met afstand bovenaan. Hoewel het ongeluk al in 1989 plaatsvond, zijn sommige natuurgebieden in Alaska de klap nog steeds niet te boven.

De oorzaak van het ongeluk was nogal dom. De stuurman vergat een bocht naar rechts te maken, nadat kapitein Joseph Hazelwood een paar minuten eerder naar bed was gegaan. Om vier minuten over twaalf in de nacht van 24 maart 1989 liep het met 200 miljoen liter ruwe olie geladen schip voor de kust van Alaska op het Bligh-rif. De Exxon Valdez verloor 20 procent van de lading (125 olympische zwembaden vol). Daarvan werd naar schatting 5,7 miljoen liter door schoonmaakploegen opgeruimd, 5,5 miljoen liter zonk naar de bodem, bijna 820.000 liter belandde op de kust, en de rest is waarschijnlijk verspreid en op natuurlijke wijze afgebroken. Een kuststrook van zo’n 750 kilometer ongerepte natuur raakte met olie besmeurd.

Opruimactie na de ramp met de Exxon Valdez. © Chris Wilkins / AFP

Hoewel een proef uitwees dat de kapitein alcohol in zijn bloed had, werd hij toch niet schuldig bevonden aan ‘varen onder invloed’. Wel werd hem nalatigheid verweten. Dat leverde hem een boete van 50.000 dollar en duizend uur dienstverlening op. Oliemaatschappij Exxon moest 150 miljoen dollar betalen, waarvan 125 miljoen kwijtgescholden werd omdat het bedrijf er veel aan had gedaan om de troep op te ruimen. Het betaalde 100 miljoen boete voor de schade die de olie aan flora en fauna veroorzaakt had, en 900 miljoen uitgesmeerd over een periode van tien jaar om de schade te herstellen. Tegen de uitspraak dat Exxon onder andere aan plaatselijke vissers vijf miljard dollar schadevergoeding moet betalen, is het bedrijf al verschillende keren in beroep gegaan. Exxon vindt 25 miljoen meer dan genoeg.

De schattingen over hoeveel dieren door de ramp het loodje hebben gelegd lopen uiteen. Maar de meeste gaan uit van 250.000 zeevogels, 2800 zeeotters, 300 zeehonden, 250 zeearenden, 22 orka’s en ook nog eens miljarden zalm- en haring-eitjes.

Dit kaderverhaal staat ook in KIJK 4/2006.

KIJK 12-2019Ben je geïnteresseerd in de wereld van wetenschap & technologie en wil je hier graag meer over lezen? Word dan lid van KIJK










Meer Mens