We stampen wat uit de grond: steden, wegen, havens, wolkenkrabbers, vliegvelden… Maar soms maken mensenhanden iets dat je als een soort modern wereldwonder kunt beschouwen. In deze aflevering van de serie Wereldprojecten: de Trans-Alaskapijpleiding, het grootste en duurste project ooit uitgevoerd in het poolgebied.
Tien jaar lang hadden ze vruchteloos geboord, de meest geharde crews van BP, Humble Oil en Arco. De temperatuur op de plek waar ze werkten, in het onbewoonde noorden van Alaska, daalde soms tot wel -50 graden Celsius. BP gaf de moed uiteindelijk op en verkocht de meeste van zijn boorputten. Maar toen, op 12 maart 1968, was het alsnog raak: olie! Bij Prudhoe Bay State No. 1, een bron van Arco en Humble Oil samen, gutste het zwarte goud uit de grond. En niet zo’n beetje ook. Deskundigen berekenden snel dat het veld bij het plaatsje Prudhoe Bay maar liefst twee miljard vaten olie bevatte, de grootste vondst ooit op het Amerikaanse continent.
Lees ook:
- Hoe gaat olie ruimen op zee in zijn werk?
- ’s Werelds hoogste ge-3D-printe gebouw onthuld in Zwitserland
Er bleef maar één oplossing over
In de Texaanse hoofdkantoren van de oliebedrijven werd het bericht met gejuich ontvangen. Olie betekende immers geld, veel geld. Tegelijkertijd was er de prangende vraag: hoe moest al die olie uit het poolgebied ooit de bewoonde wereld bereiken? Er liep niet één onverharde weg naar Prudhoe Bay, laat staan verharde wegen. Al snel stroomden de suggesties binnen. Boeing stelde voor om gigantische twaalfmotorige tankervliegtuigen te bouwen, die olie van Alaska naar elders gelegen raffinaderijen konden brengen. Het bedrijf General Dynamics opperde de olie met tankerduikboten onder het pakijs van de poolzee door te transporteren. Amerikaanse politici zagen meer in de aanleg van een spoorlijn tussen Prudhoe Bay en Anchorage, in het zuiden van Alaska. Verder probeerde een hybride tanker-ijsbreker via de Beringstraat (tussen Siberië en Alaska) naar de olievelden te varen. Maar helaas: dit schip, de Manhattan, werd onderweg door het pakijs opengereten en moest door Canadese ijsbrekers worden bevrijd.
Nadat alle andere opties waren afgeschoten, bleef maar één oplossing over: een 1300 kilometer lange pijpleiding dwars door de bevroren toendra aanleggen, van Prudhoe Bay naar de ijsvrije haven van Valdez aan de zuidkust van Alaska. Het was een oplossing waar de oliemaatschappijen bekend mee waren. Je graaft een greppel in de grond, stopt er een dikke buis in, gooit het gat weer dicht en bouwt pompstations die de olie door de buis persen. Alyeska, het consortium dat hiervoor werd opgericht, twijfelde dan ook niet aan de haalbaarheid. Al in 1969 bestelde het bij verschillende Japanse staalbedrijven meer dan 1300 kilometer aan stalen buizen met een diameter van 120 centimeter. Het was een flinke investering, goed voor 100 miljoen Amerikaanse dollar (tegenwoordig zou dat ongeveer 760 miljoen euro zijn). Het werk aan de Trans-Alaskapijpleiding kon beginnen.

Het bleek te simpel gedacht. Waarom? Dat lees je in het volledige artikel in KIJK editie 2 van 2026. Bestel dit nummer in onze webshop.
Tekst: Teake Zuidema
Beeld: Aniel Acker/Bloomberg/Getty Images