Om meer te weten te komen over het smeltproces van de Doomsday-gletsjer, lieten wetenschappers instrumenten (en een camera) door een 1000 meter diep gat zakken. Dit verliep niet zonder haperingen.
De Thwaites-gletsjer, gelegen op de West-Antarctische ijskap, kennen we ook wel als de Doomsday-gletsjer. Inderdaad, een vrij apocalyptische naam. De reden: met een oppervlakte van maar liefst 192.000 vierkante meter smelt de gletsjer in een ongekend tempo. En dit kan impact hebben op de zeespiegel.
Om het ijs te onderzoeken, boorden wetenschappers van de British Antarctic Survey (BAS) en het Korea Polar Research Institute (KOPRI) onlangs een gat in de gletsjer en lieten instrumenten naar de bodem zakken. Een camera legde deze afdaling vast:
Lees ook:
- Oudste ijs ooit gevonden: het bevat luchtbellen van 6 miljoen jaar geleden
- Onderwatervoertuig kwijtgeraakt onder ‘Doomsday-gletsjer’
Grenzen van verkenning
De missie van BAS en KOPRI richt zich nu op de zogenoemde grondingslijn, het punt waar de gletsjer loskomt van de zeebodem en overgaat in een drijvende ijsplaat. Hier stroomt warm zeewater dat het smeltproces versnelt. Hoe dit precies gebeurt, is niet duidelijk.
Maar het laten afdalen van de instrumenten ging niet geheel volgens plan: een deel van de apparatuur kwam vast te zitten in het ijs. “Falen is altijd een optie wanneer je de grenzen van wetenschappelijke verkenning opzoekt”, relativeert oceonograaf bij BAS, Peter Davis, in een persbericht.
Heetwaterboor
Het gat, van 1000 meter diep en 30 centimeter in diameter, hebben de wetenschappers trouwens gemaakt met een heetwaterboor. Al zal de opening nu al lang dicht zijn: het gat bevriest binnen 48 tot 72 uur.
Beeld: Peter Davis/BAS