Zijn we van nature bang voor slangen of wordt die angst ons met de paplepel ingegeven? Onderzoek met kleuters toont aan dat ouders een belangrijke rol spelen.
Ongeveer de helft van de mensen is, in meer of mindere mate, bang voor slangen. Een deel van de slangen heeft een giftige beet dus met die dieren is het inderdaad oppassen. Maar giftig of niet, meestal loopt een ontmoeting met een slang goed af. Waarom zijn we toch bang?
Lees ook:
- Slangen eten soms maandenlang niets: hoe overleven ze dat?
- 202 keer gebeten door slangen voor de wetenschap
Donkere kijk op slangen
Met veel slangensoorten gaat het niet goed. Er staan er 450 op de lijst van dieren die met uitsterven worden bedreigd. Toch zal je niet gauw een geldinzamelingsactie voor slangen zien. De dieren zijn niet populair. Sterker: veel mensen hebben een ronduit negatieve kijk op de reptielen.
In veel culturen hebben slangen een slecht imago, schrijven onderzoekers van Oregon State University. Ook de gemiddelde Amerikaan moet er niets van hebben. Het is voor veel mensen in de VS niet heel raar om een slang op de weg expres dood te rijden, voegen ze nog toe. Terwijl de dieren belangrijk zijn in de natuur. Bijvoorbeeld om de aantallen muizen en ratten laag te houden.
Er is nog niet veel bekend over hoe we aan onze donkere kijk op slangen komen. De onderzoekers deden drie studies met kinderen van vijf jaar. Samen met hun ouders bladerden de kinderen door een plaatjesboek met slangen. Daarna hoorden ze een verhaal over een dag uit het leven van een slang. Er waren twee versies: in de ene had de slang geen gevoelens en werd het dier beschreven met het woordje ‘het’. In de andere was de slang een ‘zij’ en had ze wel gevoel.
Het zijn geen mensen
Zouden de kleuters slangen zien als anders dan mensen? En als anders dan andere dieren? Meer kinderen zien de reptielen als anders dan mensen wanneer de slang een ‘het’ is en geen gevoelens heeft. Ook negatieve opmerkingen van ouders vergroten het gat tussen mens en slang. Maar: na het plaatjesboek en het verhaaltje zien ze de dieren niet als anders dan andere dieren.
Dat laatste verbaasde de onderzoekers. Ze hadden verwacht dat kinderen slangen zouden zien als anders dan andere dieren. Misschien brachten het plaatjesboek en het verhaaltje de reptielen dichter bij de rest van het dierenrijk? Een tweede studie sloeg het plaatjesboek en het verhaaltje over. In een nieuwe groep vijfjarigen peilden de onderzoekers hoe zij tegen slangen aankeken. Zonder verhaaltje en zonder plaatjesboek zien de kleuters slangen als anders dan andere dieren. En als anders dan mensen.
Een derde groep kinderen kreeg wel weer een plaatjesboek te zien en ze hoorden het verhaal over de dag van een slang. Opnieuw zagen deze kleuters slangen als anders dan mensen, maar niet anders dan andere dieren.
Vertel wat leuks
Het lijkt erop, luidt de conclusie, dat kleuters slangen zien als anders dan andere dieren. Vertel je ze een verhaal over een slang, dan komen de reptielen dichter bij de rest van het dierenrijk te staan. Dat geeft een aanknopingspunt voor een zonnigere kijk op slangen. Negatieve opmerkingen over de dieren zorgen juist voor een donkerder beeld.
Bronnen: Oregon State University, Anthrozoös
Beeld: Alfonso Castro/Unsplash