“Vier driehoekjes en een touwtje”, “schaamteloos”, “onfatsoenlijk”: als er één kledingstuk is dat al decennialang voor opschudding zorgt, dan is het wel de bikini. Zelfs nu het icoon van de badmode tachtig jaar is geworden, blijft het de gemoederen bezighouden: “Een bikini is als een hek met prikkeldraad: hij beschermt je bezittingen zonder dat het uitzicht wordt verpest.”
“Kleiner dan het kleinste badpak ter wereld”, dat is de slimme marketingkreet waarmee de Franse modeontwerper Louis Réard tientallen fotografen en journalisten naar het iconische Piscine Molitor lokt, een artdecozwembadcomplex in het hart van Parijs. Het is 5 juli 1946. Nog geen jaar na het officiële einde van de Tweede Wereldoorlog is de hele wereld in de ban van een serie kernproeven die Amerika bij het onbewoonde atol Bikini in de Stille Oceaan uitvoert. Alle kranten staan er vol mee, maar, zo belooft Réard, morgen zal het niet alleen daar over gaan. Dan zal het aanwezige journaille ook reppen over zijn creatie die zometeen bij het zwembad wordt onthuld. Bluf? Een beetje. Maar hij kan niet anders.
Een paar weken eerder heeft zijn grote concurrent, couturier Jacques Heim, namelijk het gras al voor zijn voeten weggemaaid door de zogenoemde Atome op de markt te brengen, een tweedelig badpak dat volgens Heim het kleinste ter wereld is en dat uiteraard naar de Amerikaanse kernproeven is vernoemd. De Atome bestaat uit niet meer dan een topje en een kort broekje die, zeker in vergelijking met de veel meer bedekkende badkleding die de norm is in die tijd, nogal voor een schok zorgen in het conservatieve naoorlogse Frankrijk. Toch meent Réard, die niet vies is van een controverse meer of minder, dat het allemaal nog wel wat minder mag: hij weet dan ook niet hoe snel hij weer achter zijn tekentafel moet kruipen om de laatste overbodige stof uit zijn eigen ontwerp te halen. Maar ja, nu nog iemand zien te vinden die het daadwerkelijk wil dragen.
Lees ook:
Doosje sigaretten
Vrijwel elk model in het modebewuste Parijs haalt haar neus ervoor op. Twee lapjes stof voor je borsten en een hoog opgesneden minibroekje, wie draagt nou zoiets? Een prostituée misschien? Na een lange zoektocht vindt Réard in het Casino de Paris, waar naast muziekoptredens ook erotische dansvoorstellingen worden opgevoerd, een geschikt model: de pas achttienjarige Micheline Bernardini, een stripper die gewend is om niet al te veel kleding aan te hebben. Aan het zwembad zijn alle ogen van de toegestroomde pers op haar gericht. Of beter gezegd: op het minuscule ontwerp dat Réard le bikini noemt, naar het gelijknamige atol waar vier dagen eerder nog een Amerikaanse kernbom is ontploft.
Op een van de meest iconische foto’s die de wereld over gaan, houdt Bernardini een sigarettendoosje vast, wat verwijst naar Réards woorden dat “een bikini pas een bikini is als hij in een doosje sigaretten past of als je hem door een trouwring kunt halen.” Beide tests doorstaat de bikini met gemak. En over de kranten heeft hij ook al gelijk: een dag later hebben ze het over niks anders dan le bikini, maar of Réard daar nu zo blij mee moet zijn, is maar de vraag. “Schande,” “onfatsoenlijk” en “schaamteloos” zijn nog wel de beleefdste bewoordingen waarmee de geboorte van het minuscule mode-icoon worden omlijst.
Dit is het begin van het artikel over de geschiedenis van de bikini. Lees het hele verhaal in KIJK Geschiedenis editie 5/6 van 2026.

Bestel KIJK Geschiedenis editie 5/6 van 2026 in onze webshop, met gratis verzending binnen Nederland.
Tekst: Micha Jacobs