Eigen grondstoffen eerst: kan Europa haar eigen kritieke grondstoffen delven?

KIJK-redactie

04 februari 2026 10:42

mijnbouw grondstoffen Europa

© Frederic Alm/LAKB

De Europese honger naar kritieke grondstoffen is nog lang niet gestild. Van tientallen stoffen hebben we te weinig. Die importeren we, maar dat kan in de nabije toekomst problemen opleveren. Onze drang naar onafhankelijkheid wakkert de discussie aan: moeten er mijnen bij?

Om in 2050 klimaatneutraal te zijn, heeft Europa enorme hoeveelheden metalen en mineralen nodig voor zonnepanelen, windturbines en elektrische auto’s. En waar kopen we al deze apparatuur nu vooral? Juist, in China. Dit land haalt 60 procent van de zeldzame aardmetalen voor de wereldmarkt uit eigen grond.

China levert voor een betaalbare prijs wat we nodig hebben, maar dat heeft een keerzijde: een grote afhankelijkheid. En die kan tegen ons werken. Dat gebeurde bijvoorbeeld al toen de onderlinge handel tijdens de coronacrisis haperde. Bij geopolitieke spanningen zou die kwetsbaarheid ons opnieuw parten kunnen spelen. China heeft in 2010 de export van zeldzame aardmetalen naar Japan al eens geblokkeerd bij een ruzie over bij welk land enkele onbewoonde eilanden horen.

Een breed gehoorde oproep in Europa luidt dan ook dat ‘we’ zelfstandiger moeten worden bij het verkrijgen van kritieke grondstoffen. Maar hoe gaan we dat doen?

Aardmannetjes

De EU heeft vorig jaar de Verordening kritieke grondstoffen in het leven geroepen. Die moet voor 2030 vier dingen voor elkaar krijgen: van alle kritieke grondstoffen moet Europa minimaal 10 procent zelf mijnen. Daarnaast wil Brussel dat de lidstaten 40 procent van de grondstoffen zelf zuiveren (raffineren) tot bruikbare materialen, moet 15 procent van de zeldzame elementen uit recycling worden gewonnen, en mag niet meer dan 65 procent van de jaarlijkse vraag naar een stof uit één land buiten de EU komen.

De verordening bevat een lijst van voornamelijk metalen, zoals lithium, kobalt, neodymium en wolfraam – stuk voor stuk elementen die essentieel zijn voor de energietransitie. Echt zeldzaam zijn ze niet; je vindt ze overal ter wereld, ook in Europa. Maar daar vind je ze veel minder vaak in concentraties die het mogelijk maken om ze voor een betaalbare prijs te kunnen winnen.

Toch heeft Europa zeker ook plekken waar kritieke grondstoffen in bruikbare concentraties in de grond zitten. Er zijn al verschillende mijnen voor. Zo wint Spanje relatief veel strontium; ongeveer een derde van de aanvoer wereldwijd. Magneetbouwers gebruiken dit metaal voor magneten in elektromotoren. Verder liggen er binnen de EU mijnen voor cruciale elementen als koper, nikkel en wolfraam. Maar het grootste deel ervan importeren we uit landen buiten de EU.

Het aantal mijnen binnen de EU mag wat de Europese Commissie betreft dus groeien. Bijvoorbeeld voor kobalt, dat in oplaadbare batterijen zit. Op dit moment komt het overgrote deel van dit metaal uit Congo, waar niet alleen veel conflicten rond de mijnbouw zijn, maar waar ook kinderarbeid wordt ingezet. In Scandinavië en Griekenland is kobalt ook in mijnbare hoeveelheden te vinden. In lage concentraties zit het bovendien in mijnafval van oude Duitse zilvergroeven. Mensen dachten vroeger dat dit metaal door zogenoemde kobolden tussen het zilvererts werd gestopt. Deze nare aardmannetjes waar het metaal naar vernoemd is, zouden de zilverwinning bemoeilijken.

Spanje haalt strontium uit dit soort open mijnen
Spanje haalt strontium uit dit soort open mijnen. Dit kritieke metaal zit ‘verpakt’ in het mineraal celestien. Het wordt gebruikt in magneten en om vuurwerk een rode kleur te geven. Beeld: Jose Lucas/Imageselect/Alamy.

Niet in mijn achtertuin

Ook lithium, het centrale element in lithium-ion-batterijen, is in heel Europa te vinden. In verschillende landen zijn al vergaande plannen voor het openen van een mijn om deze grondstof te winnen. Maar dat gaat niet zo makkelijk. “Van al die potentiële mijnen zullen alleen een Finse en Franse binnenkort gaan produceren”, zegt Peter Tom Jones, metalen- en mineralenonderzoeker aan de KU Leuven. “De rest kampt met protesten.” Zo protesteerden bewoners van het Noord-Portugese dorp Covas do Barroso tegen de komst van een lithiummijn in hun regio. Ook in het Tsjechische Cinovec is er weerstand tegen de opening van een lithiumgroeve. De inwoners maken zich zorgen over mogelijke vervuiling van het drinkwater en toenemende verkeersstromen.

Kaart van Europa met plekken waar lithium in de bodem zit
Lithium is in de Europese bodem te vinden. Door dit element in de EU te winnen, zullen we minder afhankelijk worden van Chili en Australië, waar nu veel van dit metaal vandaan komt. Beeld: RGM, 2015.

Die kritiek is niet vreemd, zegt Arjan Dijkstra, universitair docent in aardse metalen aan de TU Twente. “Niemand wil een mijn in de achtertuin.” Toch vindt hij dat Europa meer mijnen moet openen. Dat heeft volgens hem te maken met verantwoordelijkheid: de energietransitie zal namelijk niet slagen zonder deze kritieke grondstoffen, redeneert hij. De windturbines en zonnepanelen zijn nodig in de strijd tegen klimaatverandering, een wereldwijd probleem waarvan de oorzaak historisch gezien volgens Dijkstra voor een belangrijk deel in Europa ligt. Van alle CO2 die is uitgestoten sinds de industriële revolutie komt ruim een vijfde uit Europa. Het continent moet volgens hem daarom zijn verantwoordelijkheid nemen en zelf die kritieke elementen delven, ondanks de overlast.

Jones denkt er ongeveer hetzelfde over. Mijnbouw vindt nu vooral plaats in het globale zuiden, waar er een stuk minder regels zijn rond mijnafval, arbeidsomstandigheden en vernieling van het milieu. “Wij in Europa blijven de producten consumeren met de grondstoffen die daar op een schadelijke manier zijn geproduceerd.” Hij pleit ervoor dat de inwoners van de EU, milieubewegingen en mijnbouwbedrijven met elkaar om tafel gaan en een plan maken om de aanvoer van kritieke grondstoffen voor Europa veilig te stellen. Dat betekent volgens hem dat mijnbouwbedrijven de strenge EU-wetgeving voor het milieu en sociale zaken moeten accepteren. Daartegenover verwacht hij van de tegenstanders dat ze niet alles blokkeren.

Kaart met locaties van kritieke grondstoffen in Europa
Kritieke elementen zijn door heel Europa te vinden. Maar alles bij elkaar is er niet genoeg voor de EU. We zullen voor een deel altijd afhankelijk blijven van import. Beeld: RGM, 2015.

Lees ook:

Een fabriek voor elke stap

Mijnbouwbedrijven hoeven in Europa niet lang te zoeken omdat de voorkomende kritieke grondstoffen hier al redelijk goed in kaart zijn gebracht, legt Dijkstra uit. Nederland heeft geen kritieke bodemschatten die in economische zin de moeite van het winnen waard zijn. Dat betekent volgens Dijkstra niet dat we in dit hele verhaal geen steentje kunnen bijdragen. Want met delving alleen ben je er nog niet. Zodra een element is gemijnd, kun je er vaak nog niets mee.

Daarmee komt probleem nummer twee van de Europese kritiekegrondstofwinning om de hoek kijken. Als een erts uit de grond wordt gehaald, zullen chemici het moeten zuiveren tot een bruikbaar materiaal voor batterijen- of magnetenbouwers. Deze raffinage vindt op dit moment voor het overgrote deel van de kritieke grondstoffen plaats in, opnieuw, China.

Volgens Dijkstra en Jones zouden ook in Europa grotere raffinaderijen kunnen staan. Het gaat hierbij alleen wel om zware industrie die veel risicovolle chemicaliën zoals zwavelzuur en kaliumcyanide en een flinke bak energie kost. Maar net als bij mijnbouw geldt hierbij volgens hen: dat kunnen we in Europa mogelijk schoner en veiliger voor het milieu doen dan elders.

Dan zijn we er nog steeds niet. Tussen het delven van bijvoorbeeld lithium en de batterij die je ermee maakt zitten veel stappen. De grondstof doorloopt de raffinage, er moet een pluspool (kathode) worden gebouwd, uit alle losse onderdelen moet een batterij worden geassembleerd enzovoort. En voor elke stap is een volwaardige fabriek nodig, legt Jones uit. Als er één schakeltje uit deze keten ontbreekt, ben je al afhankelijk van het buitenland. Er moet dus een hele lijn van industrieën worden opgebouwd om werkelijk onafhankelijk te zijn, concludeert hij.

Kobaltmijn in Congo
Kobalt wordt in Congo gewonnen onder erbarmelijke omstandigheden. Onder andere kinderarbeid is aan de orde van de dag. Maar dit metaal, dat wordt gebruikt in batterijen, is ook in de Europese grond te vinden. Beeld: Unior Kannah/AFP/Getty Images.

Platina uit Finland

En dat is geen eenvoudige opgave. Europa had bijvoorbeeld tot voor kort een eigen fabriek voor lithium-ion-batterijen, Northvolt. Het doek viel maart 2025 voor deze Zweedse batterijenproducent door – zo liet Northvolt weten – de goedkopere concurrentie uit China.

Een ander voorbeeld dat Jones aanhaalt, is een nieuwe fabriek van de Duitse chemiereus BASF in het Finse Harjavalta, die chemicaliën produceert voor de polen van lithium-accu’s. Die ondervindt hinder van de lokale overheid. Bij het maakproces komt natriumsulfaat vrij, een relatief ongevaarlijk mineraal waar ze in Finland wel bekend mee zijn; het komt ook vrij bij de grote Finse papierindustrie. BASF wil het natriumsulfaat in de toekomst terugwinnen uit hun afvalstroom, maar zolang het daarvoor benodigde proces niet loopt, lozen ze het in de Oostzee. Dat was tegen het zere been van de lokale milieubeweging. Die spande een rechtszaak aan en de rechter besloot dat BASF de fabriek moet stilleggen zolang het natriumsuflaat nog niet wordt verwerkt. Jones: “Deze rechtsonzekerheid helpt niet om investeerders naar Europa te trekken.”

De EU is zich hiervan bewust en wil de belangrijkste plannen daarom helpen met bijvoorbeeld vergunningen of financiële ondersteuning. Ze heeft een lijst opgesteld van 47 strategische projecten binnen en buiten de Unie. Daar staan onder andere een ondergrondse mijn voor diverse kritieke metalen als koper en platina in het Finse Sodankylä op, plus de recycling van het kritieke element germanium uit afval van de metaalindustrie in het Belgische Olen.

Maar kunnen Europese grondstoffen wel concurreren met die van buiten de EU? De relatief strenge wetgeving, en hoge loon en energiekosten leiden onvermijdelijk tot duurdere materialen. Dit hoeft volgens Jones alleen geen probleem te zijn: “Kijk maar naar de heffing voor CO2-­uitstoot die de EU toepast op bijvoorbeeld geïmporteerd staal en kunstmest. Dat gebeurt om te voorkomen dat staal­ en kunstmestproducenten in Europa failliet gaan als gevolg van oneerlijke concurrentie.” Een vergelijkbare regeling zou er volgens Jones kunnen komen voor grondstoffen en verwerking, waarbij Europese grondstoffen mogelijk goedkoper of gelijkwaardiger in prijs uitvallen omdat ze hier schoner zijn gemaakt.

Verlanglijstje

Europa zet vooral in op het winnen van deze vijf strategische metalen.

  1. Dysprosium. Dit metaal is essentieel voor de permanente magneten in windturbines en elektromotoren. Het zorgt ervoor dat zulke magneten ook bij hoge temperaturen werken. Ideaal in elektromotoren, waarvan we er steeds meer nodig hebben.
  2. Kobalt. De vraag naar dit harde metaal stijgt, want het zit in oplaadbare batterijen. We gebruiken het ook in legeringen die sterk blijven bij hoge temperaturen, bijvoorbeeld in de schoepen van een straalmotor.
  3. Lithium. Dit in zuivere vorm zeer reactieve metaal vind je het meest in glas en keramiek. Maar het bekendst is het element vanwege zijn hoofdrol in batterijen, waarin vaak ook kobalt zit.
  4. Neodymium. Van het rijtje zeldzame aardmetalen is dit het meest voorkomende. Het wordt net als dysprosium gebruikt in krachtige permanente magneten; belangrijk dus voor elke stekkerauto en windturbine.
  5. Nikkel. Roestvast staal kan niet worden gemaakt zonder dit metaal. Ook in zonnepanelen en oplaadbare batterijen wordt het toegepast.

Super-erts

Bovendien betwijfelt Dijkstra of een duurdere Europese grondstof direct tot problemen leidt voor de verkoop van de spullen waarin ze worden verwerkt. Een paar jaar geleden heeft hij uit interesse onderzocht welke elementen er in een mobiele telefoon zitten. Het leverde hem, naast een veel bekeken filmpje, het inzicht op dat de waarde van al die ruwe grondstoffen bij elkaar maar een paar euro is. “Het grootste deel van de kosten zit voor dat soort producten niet in de elementen”, legt hij uit; vooral marketing­ en ontwikkelkosten maken ze duur. Zelfs als de prijs van de grondstoffen flink omhooggaat omdat ze Europees zijn, zal dat daarom volgens hem niet veel uitmaken op de totaalprijs van een telefoon.

Smartphone in blender om uit te zoeken welke kritieke grondstoffen erin zitten
Arjan Dijkstra, nu universitair docent in aardse metalen aan de TU Twente, stopte een smartphone in de blender om vervolgens uit te zoeken uit welke elementen hij bestaat. De waarde van de grondstoffen bleek verrassend laag. Beeld: Arjan Dijkstra.

Stel dat de EU alle eigen mijnen opent, hebben we dan genoeg grondstoffen om zelfvoorzienend te zijn? Jones en Dijkstra weten beiden zeker van niet. Daarvoor wil Europa te veel. De vraag naar metalen voor Europese batterijen zal van 2020 tot 2050 bijna veertig keer zo groot worden, voorspelde metaalbranchekoepel Eurometaux in 2024. Hun prognose laat ook zien dat de vraag naar metalen voor zonnepanelen, windturbines, elektrische auto’s enzovoort zal verveelvoudigen. Eurometaux becijferde in januari 2025 dat er in elk geval tien nieuwe Europese mijnen nodig zijn om de doelen van de EU voor haar kritieke grondstoffenwet in 2030 te halen. En dan nog zal een aanzienlijk deel van de grondstoffen moeten worden geïmporteerd.

Om de onafhankelijkheid te vergroten, kijkt Europa ook naar recycling van wat we al hebben. In de buurt van Grenoble werken de Fransen aan een fabriek die zeldzame aardmetalen uit magneten moet halen. Ook in Nederland wordt gekeken naar varianten van deze zogenoemde urban mining, zegt Dijkstra. “Een mobiele telefoon is eigenlijk een soort supererts”, vervolgt hij. Ten opzichte van veel delfstoffen bevat een smartphone een hoge concentratie van metalen als goud en kobalt.

Voetbal-rugby-karate

Voor de onafhankelijkheid die we in de EU nastreven, lijkt mijnbouw en industrie in ‘de achtertuin’ een onvermijdelijke prijs. De 27 lidstaten van de Unie trekken zich daarmee langzaam terug uit de wereldeconomie die minder vreedzaam is geworden, denkt Jones. “Vroeger hielden landen zich relatief goed aan handels afspraken”, schetst hij. “Nu is het meer alsof Europa voetbalt en zich aan de regels houdt, terwijl onze tegenstanders met voetbalregels, rugbyregels en karateregels tegelijkertijd spelen. Zij kunnen doen wat ze willen. Uiteraard verliezen we dat.” Dijkstra sluit zich daarbij aan. “Europa heeft de mijnbouw en het maakwerk lang aan China uitbesteed en de defensie aan de Verenigde Staten. Als beide landen onbetrouwbare partners blijken te zijn, zitten we vast.” Kortom: tijd voor de EU om zijn eigen boontjes te doppen.

Deze artikelen vind je misschien ook interessant:

Dit verhaal verscheen eerder al in KIJK editie 9 van 2025.

Tekst: Bas Buise

Reageren? Plaats een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

PODCAST

De inhoud op deze pagina wordt momenteel geblokkeerd om jouw cookie-keuzes te respecteren. Klik hier om jouw cookie-voorkeuren aan te passen en de inhoud te bekijken.
Je kan jouw keuzes op elk moment wijzigen door onderaan de site op "Cookie-instellingen" te klikken."