Brandnetels, muggen en wollen truien hebben een ding gemeen: ze veroorzaken acute jeuk. Maar sommige mensen ervaren dat gevoel voortdurend, zonder dat er een mug of kriebeltrui aan te pas komt. Hoe werkt chronische jeuk in het brein, en wat weten we over de oplossing?
“Jeuk is erger dan pijn”, hoor je weleens. Mensen met ernstige brandwonden bijvoorbeeld geven regelmatig aan dat ze de jeuk tijdens het genezingsproces storender vinden dan de pijn van de wonden zelf. De patiënten met jeuk slapen vaak slecht en ervaren regelmatig klachten als somberheid en concentratieproblemen die daaruit voortkomen.
Maar jeuk gaat snel weer over, toch? Hoeft niet. Maar liefst 15 tot 20 procent van de algemene bevolking krijgt ooit te maken met chronische jeuk, oftewel jeuk die minimaal zes weken aanhoudt. Soms is de boosdoener overduidelijk, zoals bij eczeem, netelroos of medicatie met jeuk als bijwerking. Bij ongeveer 15 procent van de patiënten wordt echter geen lichamelijke verklaring gevonden.
Ondanks de grote groep patiënten en de ernst van hun klachten is er lange tijd opvallend weinig onderzoek naar jeuk gedaan. Maar daar lijkt verandering in te komen. Steeds meer onderzoek richt zich op oorzaken van jeuk – om zo tot gerichte behandelingen te komen.
Totdat daar meer over bekend is, tasten ook dermatologen nog vaak in het duister bij mensen die zonder lichamelijke oorzaak toch zoveel jeuk ervaren. Wat wel duidelijk is: jeuk zit niet tussen de oren, maar kan toch sterk samenhangen met onze psyche.
Dit is het begin van het artikel over chronische jeuk. In de volledige versie in de extra dikke zomereditie van KIJK lees je over de oorzaken en mogelijke oplossingen.

Bestel KIJK editie 7/8 van 2026 in onze webshop, met gratis verzending binnen Nederland.
Tekst: Romy Veul
Beeld: Cristina Pedrazzini/SPL/Getty Images