Roeren in de oersoep

Marysa van den Berg

2011-11-14 13:00:46

Het blijft moeilijk te bevatten. Het ene moment was de aarde nog woest en ledig, en het volgende moment was het daar ineens: leven! Hoe de Bijbel daarover denkt is glashelder, maar wat is de wetenschappelijke verklaring? KIJK duikt in de oersoep en zoekt het uit.

Het heeft de mensheid altijd geïntrigeerd: het prilste begin van het leven op aarde. Niet alleen vormt dit de basis van vele godsdiensten ter wereld, ook voor de wetenschap is dit een onderwerp waar al lang over wordt gespeculeerd. De vader van de evolutieleer, Charles Darwin, schreef in 1871 in een brief: “Als (en o, wat een grote ALS) we ons zouden kunnen voorstellen dat er in een of andere kleine warme poel, met daarin allerlei soorten ammoniakgassen en fosforzouten, licht, warmte, elektriciteit etc., langs chemische weg een eiwitverbinding tot stand zou zijn gekomen die vervolgens nog complexere veranderingen zou kunnen ondergaan …” Zo gaf hij de eerste voorzichtige aanzet tot gedachten over een chemische oorsprong van het leven op aarde.

Kort daarvoor was het toen heersende idee binnen de wetenschap, spontane generatie, definitief van zijn sokkel gevallen. Volgens dit idee – in de Griekse oudheid al omarmd door filosoof Aristoteles – ontstaat leven spontaan en voortdurend uit dood of levenloos materiaal. Als je je vlees maar lang genoeg laat liggen in de openlucht, wemelt het tenslotte binnen de kortste keren van de maden.

Enkele wetenschappers wezen in de zeventiende en achttiende eeuw al op de onnozelheid van dit idee, maar pas in 1861 werd er definitief mee afgerekend. Louis Pasteur liet zien dat in een gesteriliseerde, maar rijk van voedsel voorziene glazen bol maar geen bacteriën wilden ontstaan. Conclusie? De microben waarvan in eerdere proefnemingen werd verondersteld dat ze spontaan tot leven waren gekomen, bestonden al en hadden zich simpelweg via de lucht verplaatst naar het ‘testmateriaal’. Met zijn eenvoudige maar doeltreffende experiment had Pasteur “de doctrine die spontane generatie heet zo’n doodssteek bezorgd, dat die zich nooit meer zou herstellen”.

Darwin koos zijn woorden eind negentiende eeuw met zorg, want geen wetenschapper kon het zich na het experiment van Pasteur veroorloven zich positief uit te laten over spontane generatie. En de gedachte dat leven ooit moet zijn ontstaan in een eerst levenloze wereld ging toch aardig die kant op. Pas een halve eeuw later waagde een andere onderzoeker zich aan dit wetenschapsgebied, ook wel abiogenese genoemd (oftewel alles wat plaatsvond vóór het biologische).

Dit is het begin van een artikel uit KIJK 13/2011, in de winkel van 18 november tot en met 15 december.

Meer informatie:

Beeld: EPA/ANP







Podcast KIJK en luister via JUKE



Meer Artikelen