De zon stelt astronomen al langere tijd voor een raadsel. De buitenste laag van zijn atmosfeer, de corona, is grofweg tweehonderd keer heter dan het zichtbare oppervlak. En dat terwijl de corona veel verder van de kern ligt, waar de zon zijn hitte produceert. Hoe dat kan, is een van de grootste geheimen van de zon.
Stel je voor, je zit op een zomerse avond bij een kampvuur en je vindt de vlammen net iets te heet. Je schuift een stukje naar achteren, want iedereen weet dat je minder hitte voelt als je afstand neemt van de bron. Maar zodra je weer zit, merk je dat het op je nieuwe plek juist vele malen heter is. Dit fenomeen is op aarde ondenkbaar, maar gek genoeg lijkt zoiets bij de zon wel degelijk te gebeuren.
De hittebron van de zon bevindt zich in de kern. Kernfusiereacties produceren daar enorm veel energie, waardoor het er naar schatting zo’n 15 miljoen graden Celsius is. Verder van de kern neemt de temperatuur geleidelijk af. Op het zichtbare oppervlak van de zon, de fotosfeer, is het bijvoorbeeld nog maar zo’n 6000 graden.
Maar nog verder van de kern, hoog in de atmosfeer, gebeurt er iets raars: de temperatuur neemt plotseling razendsnel toe. Boven de chromosfeer, de laag na de fotosfeer, bevindt zich een transitiezone van een paar duizend kilometer – nog geen half procent van de radius van de zon – waarin de temperatuur naar meer dan een miljoen graden stijgt. Deze zone leidt naar de corona, de buitenste laag van de zonne-atmosfeer. Waarom het in die zone en de corona zoveel heter is dan in de fotosfeer, terwijl die laatste veel dichter bij de kern ligt, is een raadsel.
Lees ook:
- Video: je zag onze zon nog nooit van zo dichtbij
- Dit zijn de eerste beelden van de zuidpool van onze zon
Hitte wordt aangevuld
Wat deze paradox nog opmerkelijker maakt, is het feit dat de corona zo ijl is. De atmosfeerlaag bestaat net als de rest van de zon uit plasma (heet en elektrisch geladen gas), maar bevat heel weinig plasmadeeltjes. De kans dat energierijke straling wordt weerkaatst of geabsorbeerd door zo’n deeltje is dan ook klein. Dat houdt in dat de straling gemakkelijk ontsnapt, de ruimte in, met als gevolg dat veel energie en daarmee ook hitte verdwijnt uit de corona. Toch is het er enorm heet. Dat betekent dus dat die hitte continu moet worden aangevuld.
Hoewel wetenschappers hier al tientallen jaren onderzoek naar doen, hebben ze nog altijd geen sluitende verklaring voor dit zogenoemde coronale verhittingsprobleem. Wat maakt het onderzoek zo moeilijk? Welke mogelijke verklaringen zijn er al geopperd? En waarom is het belangrijk om het mysterie te ontrafelen? Je leest het in het extra dikke zomernummer van KIJK.

Bestel KIJK editie 7/8 van 2026 in onze webshop, met gratis verzending binnen Nederland.