De Nachtwacht vlak nadat een verwarde man het doek bewerkte met een mes. De directeur van het Rijksmuseum en de hoofd van het restauratieteam bekijken de beschadigingen. Beeld: Rob Bogaerts/Anefo/Nationaal Archrief.
In 1911 werd De Nachtwacht aangevallen met een mes. Het zou niet de laatste aanslag op Rembrandts meesterwerk zijn.
Op 13 april 1911, vandaag precies 115 jaar geleden, raakte De Nachtwacht van Rembrandt van Rijn flink beschadigd. Een scheepskok genaamd Roelof Antoon Sigrist slaagde erin om met een schoenmakersmes drie krassen op het schilderij te zetten voordat de beveiliging hem kon tegenhouden.
Tijdens een verhoor verklaarde Sigrist dat zijn daad een wraakactie was op het Rijk. De scheepskok was boos dat de marine hem had afgekeurd, waardoor hij werkloos was geworden.
De schade aan De Nachtwacht viel uiteindelijk mee. Alleen het vernis (een laag die de verf onder andere beschermt tegen licht, vocht en schimmels) raakte beschadigd. Het schilderij kon binnen enkele dagen worden hersteld.
Na dit incident werd de beveiliging in het Rijksmuseum opgeschroefd. Dat kon alleen niet voorkomen dat De Nachtwacht nog twee keer slachtoffer van vandalisme werd.
Op 15 september 1975 werd De Nachtwacht nogmaals toegetakeld met een mes. De dader was een 38-jarige verwarde man. Het dagblad Het Vrije Volk schreef de volgende dag dat de man onsamenhangende dingen riep, zoals “Ik doe dit op bevel van hogerhand” en “Bovennatuurlijke krachten dwingen mij hiertoe”. De man werd na de aanslag opgenomen in een psychiatrische inrichting.
De schade was in vergelijking met 1911 een stuk ernstiger. Het lukte de man om twaalf sneden in het schilderij te maken (zie foto bovenaan dit artikel). Daarbij viel er zelfs een reep van 6 bij 28 centimeter uit het doek. De restauratie duurde acht maanden.
Derde aanslag
Op 6 april 1990 was De Nachtwacht opnieuw doelwit van een aanslag. Een 31-jarige man toverde een spuitbus met zwavelzuur uit zijn jaszak. De zaalwachter greep de man al snel in de kraag, maar kon niet voorkomen dat er toch wat zwavelzuur op het doek terecht kwam. Het Limburgs Dagblad schreef de dag erna dat er hierdoor een vlek van 20 bij 30 centimeter ontstond.
Het Rijksmuseum was sinds de vorige aanslagen beter voorbereid op beschadigingen. Een beveiliger spoot direct gedestilleerd water op Rembrandts meesterwerk. Hierdoor heeft het zuur alleen de vernislaag aangetast. Het schilderij was binnen een maand gerestaureerd.
Het zwavelzuur veroorzaakte alleen schade aan de vernislaag.
De Nachtwacht was ooit groter
Nadat Rembrandt van Rijn in 1642 de laatste hand legde aan De Nachtwacht, werd het schilderij opgehangen in de feestzaal van de Kloveniersdoelen in Amsterdam. In 1715 verhuisde het werk naar de Kleine Krijgsraadkamer van het stadhuis op de Dam, het huidige Paleis op de Dam. Daar was alleen te weinig ruimte voor het grote schilderij. Daarop werd besloten om aan de zijkanten en bovenkant een strook af te snijden. Sindsdien meet het schilderij 3,63 meter bij 4,38 meter – 20 procent kleiner dan de originele versie.
Een kleine kopie van De Nachtwacht (55,5 centimeter bij 85,5 centimeter), gemaakt door Gerrit Lundens, nog voordat er repen van het originele schilderij werden afgesneden. Hierdoor weten we toch hoe het volledige werk eruitzag.
In elk nummer van KIJK Geschiedenis duik je in intrigerende verhalen over de rijke geschiedenis van de mensheid. Van eeuwenoude beschavingen tot beslissende momenten die onze wereld hebben gevormd.
Wil jij niets missen én profiteren van een scherpe aanbieding? Word nu lid van KIJK Geschiedenis en beleef het verleden voor minder!