Drie keer: zo reageerde men vroeger op pandemieën

Laurien Onderwater

2020-05-04 15:44:11

pandemie

Een ziekte-uitbraak op wereldschaal gaat vaak gepaard met angst. Drie voorbeelden van hoe mensen vroeger omgingen met verwoestende ziektes.

Toen de ernst van het nieuwe coronavirus duidelijk werd, sloegen mensen massaal toiletpapier, desinfecterende handgel en paracetamol in. Het is een absurde en tegelijkertijd logische reactie, want stel je voor dat je buren wel deze producten in huis halen en hun buren vervolgens ook? Dan kun jij natuurlijk niet achterblijven. En dus waren de schappen van supermarkten in de eerste paar weken van de coronacrisis angstvallig leeg.

Het is slechts een voorbeeld van hoe mensen reageren op een (moderne) pandemie. De aarde is al een paar keer getroffen door een epidemie op wereldwijde schaal: bijvoorbeeld door de Pest van Justinianus, de Zwarte Dood en cholera. En zó reageerde de bevolking destijds op de verwoestende ziektes.

Lees ook: De vijf dodelijkste virussen

1) Pest van Justinianus

Een van de beruchtste ziekmakers is Yersinia pestis. In de jaren 541-543 na Christus trof deze pestbacterie het Oost-Romeinse Rijk, ook wel Byzantijnse Rijk genoemd, van keizer Justinianus I. De keizer, naar wie de ziekte is vernoemd, kreeg zelf ook de pest, maar overleefde het.

Vanwege beperkt bewijs is het moeilijk te achterhalen hoeveel slachtoffers de ziekte precies opeiste, maar geschat wordt dat 30 tot 50 miljoen mensen omkwamen. Zo’n 15 procent van het Oost-Romeinse Rijk stierf aan de pest.

Lees ook: Lijst met de 12 dodelijkste bacteriën vrijgegeven

De pestbacterie wordt door vlooien op dieren overgebracht en vervolgens op de mens. Om dat voor elkaar te krijgen, heeft Y. pestis een vernuftig trucje bedacht. Als de bacterie via besmet bloed in een vlo terechtkomt, blokkeren de snel delende bacteriën de maagingang van het beestje. De vlo krijgt hierdoor enorme trek en zoekt rap naar dieren om te bijten. Op deze manier kan de pestbacterie zich verder via de lichamen van zijn slachtoffers verspreiden.

Straf van God

Die kennis was er in de zesde eeuw natuurlijk nog niet. De bevolking dacht toen dat de pest een straf van God was, zegt emeritus hoogleraar Jo N. Hays van de Loyola University Chicago en schrijver van het boek Epidemics and Pandemics: Their Impact on Human History.

Hays verwijst naar gedrag dat mensen vertoonden tijdens de uitbraak van de pandemie: het stukgooien van aardewerk in Syrië. “Er was een opzettelijke vernieling van potten; mensen maakten lawaai”, zegt Hays tegen The Guardian. “Dit kan een illustratie zijn van een populatie die een traumatische shock ervaart. Het is misschien in paniek gedaan, maar het kan ook zijn dat ze dat deden om de lucht op de een of andere manier te zuiveren.”

De Pest van Justinianus kwam na deze eerste uitbraak nog twee eeuwen terug, maar leek in de achtste eeuw verdwenen. In de veertiende eeuw stak de bacterie weer de kop op. Een gelijksoortige, maar veel heftigere vorm van de pest hield huis in Europa: enter de Zwarte Dood.

2) De Zwarte Dood

Ook in de veertiende eeuw maakte Yersinia pestis miljoenen slachtoffers. Naar schatting een derde van alle Europeanen – ons werelddeel telde toen nog maar enkele tientallen miljoenen inwoners – liet tussen 1347 en 1351 het leven door de ziekte. Dit was ook meteen het hoogtepunt van de pandemie.

De ziekte zou zijn begonnen in Sicilië, waar zeelieden het aan wal ‘brachten’, en klom toen via het vasteland van Italië naar het noorden en de rest van Europa. De bemanning had de pest waarschijnlijk gekregen van ratten in Centraal-Azië, die het op hun beurt van marmotten te pakken hadden gekregen.

Lees ook: Kun je nog steeds de pest krijgen?

Europeanen reageerden allemaal verschillend op de pandemie. Sommige mensen ontvluchten hun huis, moeders en vaders lieten hun kinderen in de steek. Of de kinderen gingen er juist vandoor en lieten de ouders aan hun lot over. Er was sprake van broedermoord, losbandigheid, waanzin, bijgeloof, en zelfs kannibalisme.

Ook werd er gezocht naar een verklaring van de allesverwoestende ziekte en al snel kregen minderheden de schuld. Bedelaars, mensen die leden aan lepra en Joden waren de dupe. Vooral de laatste groep kreeg het zwaar te verduren, omdat minder Joden stierven aan de pest. Dat kwam doordat de Joodse arts Balavignus opdracht gaf om wijken schoon te maken en al het afval te verbranden. Hierdoor verdwenen ratten met vlooien die de pestbacterie met zich meedroegen.

Flagellanten

Tijdens de pestpandemie ontstond er ook een reizende groep religieuzen, de flagellanten geheten, die ervan overtuigd was dat de Zwarte Dood een straf van God was. De ‘oplossing’ van deze groep: zelfkastijding om Hem om genade te smeken. De honderden, soms wel duizenden, mannen en vrouwen trokken rond en voerden openbare rituelen uit waarbij ze zichzelf een paar keer per etmaal tot bloedens toe geselden (flagellare is Latijn voor geselen).

Flagellanten die door boetedoening de stad Doornik van de pest probeerden te bevrijden.

Dat dit de kans op besmetting met de pestbacterie alleen maar vergrootte, waren de flagellanten zich niet van bewust. Ook mochten ze zichzelf en hun kleren niet wassen, wat hun overlevingskansen nog kleiner maakte. Al snel werd duidelijk dat dit reizende, dweepzieke gezelschap de pest juist verder verspreidde. In 1349 gaf Paus Clemens VI een bul af en belandden veel flagellanten op de brandstapel.

3) De tweede cholerapandemie

De negentiende eeuw heeft zes cholera-pandemieën gekend. De ziekte, afkomstig uit India, bereikte Europa voor het eerst in 1831 tijdens de tweede pandemie, via militaire en handelsroutes.

Cholera eiste veel levens en mensen stierven al snel na besmetting, vermoedelijk door uitdroging. Omdat de ziekte onbekend was, wisten artsen zich er geen raad mee en konden ze de betalende patiënten niet helpen. Hierdoor verloor de bevolking het vertrouwen in dokters.

Er ontstond een verdeeldheid tussen artsen en patiënten, waardoor er nog meer doden vielen. Bovendien zochten veel mensen heil bij kwakzalvers, met als gevolg dat de cholera-uitbraak nog meer slachtoffers eiste. Ook ontstonden er rellen en werden artsen aangevallen.

Besmet water

Pas jaren later legde wetenschapper John Snow voor het eerst het verband tussen besmet drinkwater en cholera. Dit beschreef hij in 1849 in een artikel getiteld On the Mode of Communication of Cholera. In 1855 werd een tweede versie hiervan uitgegeven waarin Snow dieper ingaat op de Londense wijk Soho die in 1854 werd getroffen door een cholera-epidemie.

Toen veel mensen het loodje legden in die wijk pakte Snow er een kaart bij en markeerde hij de huizen van de choleraslachtoffers. Zo kwam hij erachter dat een waterpomp in Broad Street verantwoordelijk was voor de uitbraak van de ziekte. Hij wist toen niet dat de bacterie Vibrio cholerae verantwoordelijk was voor de ziekte, maar vond wel de infectiehaard. Snow liet de pomp afsluiten en maakte zo een eind aan de epidemie.

De kaart waarop John Snow bijhield waar de choleraslachtoffers woonden. Op deze manier ontdekte hij de infectiehaard van de ziekte.

Om die reden wordt de Britse wetenschappers gezien als de grondlegger van de epidemiologie, de studie die zich bezighoudt met de preventie en de verspreiding van ziekten.

Bronnen: The Guardian, Historisch Nieuwsblad, Historiek

Openingsbeeld: iStock/Getty Images

Ben je geïnteresseerd in de wereld van wetenschap & technologie en wil je hier graag meer over lezen? Word dan lid van KIJK! 







Podcast KIJK en luister via JUKE



Meer Mens