Uilachtige dinosauriër jaagde waarschijnlijk in het donker

Karlijn Klei

2021-05-08 15:00:50

Shuvuuia

Nieuwe analyse van het binnenoor van kleine, vogelachtige dino, suggereert dat Shuvuuia deserti, een uitzonderlijk goed gehoor had.

In de jaren negentig ontdekten paleontologen de fossiele restanten van een kleine vogelachtige dinosauriër, niet veel groter dan een flinke kip: Shuvuuia deserti. Een nieuwe studie, waarvoor de onderzoekers 3D-scans van de onder meer het binnenoor van de kleine, vleesetende dino onder de loep namen, suggereert dat het beestje een nachtelijke jager was. Niet alleen kon S. deserti in het donker namelijk bijzonder goed zien, zo schrijft het team in vakblad Science, hij had waarschijnlijk ook een fantastisch gehoor.

Lees ook:

Vreemde vogel

Shuvuuia deserti leefde pakweg 75 tot 81 miljoen jaar geleden in de woestijn van het huidige Mongolië. Het fossiel, dat halverwege de jaren 1990 werd ontdekt, duidde op een bijzonder beestje. S. deserti had een fragiele, vogelachtige schedel, korte maar sterke voorpoten met een enkele klauw aan elke hand en lange achterpoten.

Een internationaal team onderzoekers nam het fossiel onlangs nogmaals onder de loep. Met onder meer CT-scans maakten ze 3D-modellen van de schedel van S. deserti.

Uilachtig

Wat bleek: de kleine dinosauriër had een zeer grote lagena. Dit orgaan in het binnenoor – het equivalent van het slakkenhuis bij zoogdieren – speelt een rol bij de verwerking van binnenkomende geluiden. Hoe groter (lees: hoe langer) de lagena in verhouding tot de schedel, hoe beter het gehoor van een dier. Volgens de onderzoekers is de lagena van Shuvuuia relatief de grootste die tot nu toe in een dinosauriër is gevonden.

Het team vergeleek het binnenoor niet alleen met dat van andere dinosauriërs, maar ook met meer dan honderd soorten moderne vogels. De enige vogel wiens lagena vergelijkbaar was met die van S. deserti, blijkt Tyto alba te zijn – de kerkuil. Mede dankzij de omvang van zijn lagena – in verhouding de langste van alle moderne vogelsoorten – weet deze roofvogel zelfs in totale duister een maaltje te vangen.

Uw cookieinstellingen laten het tonen van deze content niet toe. De volgende cookies zijn nodig: Marketing. Wijzig uw instellingen om deze content te zien.
3D-model de schedel van Shuvuuia deserti met daarin de lagena. © Jonah Choiniere/Wits University

Grote kijkers

Het extreem goede gehoor dat de uilachtige dino waarschijnlijk had, suggereert dat hij er in het holst van de nacht op uit ging om in het pikkedonker een maaltje te vangen. Ook de analyse van de ogen impliceert dat S. deserti een nachtelijke jager was.

Daarvoor keken de onderzoekers naar de zogenaamde skleraalringen: ringvormige botstructuurtjes rond de pupillen. Vergelijkbaar met hoe de diameter van een cameralens bepaalt hoeveel licht er binnenvalt, kan er ook meer licht de ogen binnenvallen als de skleraalringen groter zijn. Je raadt het: S. deserti had echte ‘nachtkijkers’.

Uw cookieinstellingen laten het tonen van deze content niet toe. De volgende cookies zijn nodig: Marketing. Wijzig uw instellingen om deze content te zien.
3D-model de schedel van een kerkuil (Tyto alba) met daarin de skleraalringen en de lagena. © Jonah Choiniere/Wits University

Nachtlevendheid

Paleontoloog Dennis Voeten (Uppsala-universiteit) is positief over het onderzoek. “De grote skleraalringen en een relatief grote lagena zien we ook in nachtjagende vogels. Op basis daarvan concluderen de onderzoekers dat in ieder geval enkele soorten binnen de vaak bizarre Alvarezsauroidea (zoals S. deserti, red.), ook nachtdieren geweest moeten zijn”, vertelt hij KIJK.

Bijzonder, want de meeste rovende dinosauriërs vingen hun maal overdag. “Het onderzoek onderstreept dat de ecologische diversiteit van uitgestorven dino’s groter moet zijn geweest dan werd aangenomen”, vertelt Voeten. “Nachtlevendheid lijkt een heel reële optie.” Dit zou ook iets kunnen zeggen over mogelijke warmtehuishouding bij uitgestorven dino’s. “Omdat het ’s nachts koeler is, zouden relatief kleine dino’s gebaat zijn met warmbloedigheid – iets waar steeds vaker aan wordt gedacht, maar wat nog niet definitief is vastgesteld.”

Men vermoedt dat veel aanpassingen van zoogdieren, zoals een goed gehoor en warmbloedigheid, zijn ontwikkeld in zoogdiervoorlopers ten tijde van de ‘niet-vogel’ dinosauriërs. “In dit scenario werden de zoogdiervoorlopers, in concurrentie met daglevende dino’s, nachtlevend. Als nu blijkt dat ook enkele dino’s nachtlevend waren, dan geeft dit een interessant nieuw inzicht in Mesozoïsche ecosystemen”, besluit Voeten.

Artist impression van Shuvuuia deserti. © Viktor Radermaker

Update 10/5/2021: Het artikel is aangevuld met input van paleontoloog Dennis Voeten (Uppsala-universiteit, Zweden).

Bronnen: Science, Wits University, phys.org, New Scientist

Beeld: Mick Ellison/AMNH, Viktor Radermaker, Jonah Choiniere/Wits University

Ben je geïnteresseerd in de wereld van wetenschap & technologie en wil je hier graag meer over lezen? Word dan lid van KIJK! 



Podcast KIJK en luister via JUKE







Meer Nieuws

KIJK Zomernummer

Haal deze extra dikke editie nu in huis!