In het noordoosten van Brazilië deden onderzoekers een bijzondere ontdekking: een gefossiliseerd vleugelkootje van een pterosauriër. Hij was zo goed bewaard gebleven, dat er zelfs sporen van zijn dieet in terug te vinden waren.
Pterosauriërs waren vliegende reptielen die uitstierven aan het einde van het krijt, zo’n 66 miljoen jaar geleden. Ooit waren ze de eerste en grootste dieren in de lucht. Hun botten waren hol, licht en extreem sterk, waardoor dit gigantische reptiel met een spanwijdte van ongeveer twaalf meter in de lucht kon blijven. Fossielen van de pterosauriër zijn zeldzaam, wat dit zeer goedbewaarde vleugelkootje van 113 miljoen jaar oud des te bijzonderder maakt. “Het fossiel is een ware tijdscapsule”, vertelt hoofdauteur Kliti Grice, geochemicus aan de Australische Curtin University.
Lees ook:
- Nieuw vliegend reptiel ontdekt in gefossiliseerde dinokots
- Baby-pterodactylussen gingen ten onder in gewelddadige storm
Pterosauriër at vis en inktvis
“Het fossiel is niet alleen prachtig bewaard gebleven, het is ook voor het eerst dat we sporen van steroïden in een pterosauriër hebben gevonden”, vervolgt Grice. “Dat is verder bewijs dat deze dieren zich waarschijnlijk voedden met vis of octopus.”
Deze chemische sporen zijn bewaard gebleven dankzij een combinatie van zwaveloxiderende bacteriën – die waterstofsulfide omzetten in sulfaat – en de unieke mariene omgeving waarin het fossiel lag begraven. Het is voor het eerst dat er moleculen zijn teruggevonden op een pterosauriërfossiel.
Buitengewoon zeldzaam fossiel
“Dat steroïden bewaard blijven in fossielen is buitengewoon zeldzaam, maar wat nog fascinerender is, is dat onze bevindingen vraagtekens zetten bij lang bestaande ideeën over het fossilisatieproces”, aldus Grice.
Het idee is dat zuurstof fossielen verwoest, maar sommige fossielen blijken er juist onder te gedijen. Dit gebeurt onder invloed van oeroude microben die oxidatieve processen in gang zetten. In het geval van de pterosauriër begonnen de eerdergenoemde zwaveloxiderende bacteriën het zachte weefsel en de vetten af te breken.
Dit zorgde ervoor dat zijn lichaam mineraliseerde – een proces dat er in de loop der tijd voor zorgde dat de structuur ervan meer dan 100 miljoen jaar lang ongelooflijk gedetailleerd bewaard is gebleven.
“Nadat deze pterosauriër stierf en naar de zeebodem zonk, ontstond een bijzondere cocktail waarin chemie, biologie en de omgeving op elkaar inwerkten en zijn verhaal in steen vastlegden”, aldus Grice.
Kleine microben, grote gevolgen
Volgens hoogleraar Grice levert het onderzoek nieuwe inzichten op als het gaat om oeroud leven en de unieke omgevingsfactoren die nodig zijn om zo’n bijzondere fossilisatie mogelijk te maken. “Het onderzoek levert ook een bijdrage aan het groeiende bewijs dat kleine microben een grote rol speelden in dit proces – iets wat we nu ook op andere fossielenlocaties vaststellen”, aldus Grice.
Bronnen: EurekAlert!, iScience