We stampen wat uit de grond: steden, wegen, havens, wolkenkrabbers, vliegvelden. Maar soms maken mensenhanden iets dat je als een soort modern wereldwonder kunt beschouwen. In deze aflevering van de serie Wereldprojecten: kubuswoningen als verzet tegen eentonige nieuwbouwwijken.
De Tweede Wereldoorlog was voorbij, maar Nederland zat economisch diep in de put. Veel huizen waren verwoest. De ene na de andere regering sluisde miljoenen naar de bouw van nieuwe woonwijken die zo snel en efficiënt mogelijk uit de grond werden gestampt. De bouwstijl waarin deze huizen verschenen, werd het functionalisme genoemd. Duizenden identieke eengezinswoningen en flatgebouwen. Wonen werd gescheiden van andere activiteiten zoals werken en winkelen. Een van de bekendste voorbeelden van zo’n functionalistische nieuwbouwwijk is de Amsterdamse Bijlmermeer.
Maar ook in 010 doemden saaie woonwijken op, zoals Zuidwijk, Pendrecht en Lombardije. Het Duitse bombardement van 1940 had in de binnenstad van Rotterdam tienduizenden woningen vernietigd. Huizen die na de oorlog broodnodig waren voor de mensen die naar de stad kwamen om in de snelgroeiende haven te werken. Het platgebombardeerde centrum werd dan ook snel volgebouwd – volgens de principes van de moderne architectuur. Oftewel: enorme winkels en kantoorgebouwen van beton, staal en glas.
Gezelligere binnenstad
In de jaren zestig en zeventig, toen een hele generatie rebelleerde tegen de gevestigde orde en heersende normen, sloeg het om. Die rebellie drukte zijn stempel namelijk ook op de architectuur: er kwam verzet tegen de uniforme nieuwbouwwijken. Volgens verschillende wetenschappers zorgde de eentonigheid van die wijken voor een gebrek aan sensorische prikkels – en dat was slecht voor de gezondheid. Prominente architecten als Aldo van Eyck en Herman Hertzberger pleitten voor een benadering van bouwen waarin weer ruimte was voor variatie, meerdere functies en nadruk op intermenselijk contact.
In 1968 publiceerde socioloog Rob Wentholt De binnenstadsbeleving en Rotterdam. Dit boek was een verslag van gesprekken die de auteur voerde met Rotterdammers over de manier waarop zij hun stad beleefden. Vooral de nieuwe binnenstad beschreven de burgers als ongezellig, zakelijk en kil. Het boek opende de ogen van een aantal Rotterdamse bestuurders waaronder de wethouder van volkshuisvesting Hans Mentink. Hij ging op zoek naar een architect die de binnenstad gezelliger en mensvriendelijker kon maken. En deze vond hij in Piet Blom, die de architectuur in Rotterdam vervolgens letterlijk deed kantelen.
Dit is het begin van het artikel over de geschiedenis en bouw van de kubuswoningen in Rotterdam. Het volledige verhaal lees je in het extra dikke zomernummer van KIJK.

Bestel KIJK editie 7/8 van 2026 in onze webshop, met gratis verzending binnen Nederland.
Tekst: Teake Zuidema
Beeld: Nadzeya_Kizilava/Getty Images