Gentherapie geneest tien ‘bubbelkinderen’

Laurien Onderwater

24-12-2022 15:00:00

SCID gentherapie

Een zeldzame genetische ziekte waardoor kinderen vanaf hun geboorte geen functionerend immuunsysteem hebben, is genezen met een experimentele gentherapie.

De medische wereld kent zo’n zeven- tot achtduizend (vaak zeldzame) genetische aandoeningen en op papier kan gentherapie vele daarvan genezen. Voor sommige ziektes is dat ook in de praktijk gebleken, waaronder bèta-thalassemie en hemofilie B. Kinderen met de aangeboren afwijking SCID zouden nu ook gebaat kunnen zijn bij gentherapie. Een nieuwe studie, gepubliceerd in The New England Journal of Medicine, meldt de eerste tien kinderen die gentherapie hebben ondergaan en nu allemaal gezond zijn en een normaal leven leiden.

Lees ook:

Waarom gentherapie?

Ons lijf is opgebouwd uit grofweg 100.000 miljard cellen die er gezamenlijk voor zorgen dat alles naar behoren werkt. Om dat te doen, hebben ze wel eiwitten nodig. Als je je een cel als een fabriek voorstelt, zijn eiwitten de werkers die deze fabriek draaiende houden. Ze weten wat ze moeten doen omdat ze een handleiding tot hun beschikking hebben die te vinden is in de celkern: ons DNA.

De genen waaruit ons DNA is opgebouwd, zetten precies uiteen wat er van de eiwitten wordt verwacht. En dan is er ook nog zoiets als RNA. Zie dat als een tussenpersoon: RNA is een kopie van een stukje DNA dat als eiwitbouwplan gebuikt wordt. Maar soms zit er een foutje in een of meerdere genen. En als de handleiding niet klopt, gaat het in de uitvoering ook mis. In dat geval praat je over een genetische aandoening. Gentherapie kan deze foutjes corrigeren.

The bubble boy

SCID staat voor Severe Combined Immunodeficiency en ontstaat door een DNA-fout in de bloedstamcellen. Patiënten met de aandoening maken bepaalde typen afweercellen niet aan, waardoor het lichaam zich niet kan verdedigen tegen ziekteverwekkers. Een verkoudheidsvirus dat voor ons redelijk onschuldig is, kan kinderen met SCID fataal worden.

Jarenlang was de enige behandeling die kinderen met SCID langer dan enkele maanden in leven kon houden de patiënten in een soort couveuse met steriele lucht plaatsen. Vandaar ook de bijnaam ‘bubbelkinderen’. Het bekendste voorbeeld hiervan is David ‘the bubble boy’ Vetter die 12 jaar oud is geworden. Hij kon ook naar buiten, dankzij een door de NASA ontwikkeld pak (zie foto bovenaan dit artikel).

Foutje corrigeren

Enkele jaren later zorgde beenmergtransplantatie voor een groot aantal genezen patiënten, maar het nadeel hiervan is dat een geschikte donor niet altijd beschikbaar is. Bovendien brengt de transplantatie de nodige risico’s, waarop een verhoogde kans op leukemie, met zich mee. De pijlen waren daarom al snel gericht op gentherapie. Die kan namelijk de DNA-fout in de bloedstamcellen corrigeren en zo de ziekte verhelpen.

Het Leids Universitair Medisch Centrum (LUMC) behaalde eerder dit jaar op dat gebied een succes. Een artsenteam behandelde een baby met SCID – zogeheten RAG1-SCID – van slechts een paar maanden oud. “De baby heeft de behandeling zonder problemen doorstaan en het afweersysteem reageert goed op de gebruikelijke vaccinaties voor pasgeborenen”, zei Arjan Lankester, hoogleraar Kindergeneeskunde en Stamceltransplantatie, er destijds over.

Gevaccineerd

In de nieuwe studie ondergingen tien kinderen met Artemis-SCID – een zeldzamere vorm van SCID – gentherapie. De onderzoekers hadden stamcellen uit het beenmerg van de patiënten gehaald. In het DNA van deze cellen werd vervolgens met behulp van een kreupel virus een goede versie van het kapotte gen ingebouwd. Die gerepareerde stamcellen werden teruggegeven aan de patiënten.

Meer dan twee jaar na de eerste behandeling zijn alle tien kinderen gezond en leven ze een normaal leven. Artsen konden alle lopende behandelingen stopzetten en veilig kindervaccinaties toedienen.

Lage dosis chemotherapie

Frank Staal, hoogleraar moleculaire stamcelbiologie aan het LUMC, is onder de indruk van dit resultaat. “Voor dit zeer zeldzame ziektebeeld is dit echt een doorbraak. Maar wat het onderzoek vooral indrukwekkend maakt, is dat de onderzoekers een lage chemodosis hebben gebruikt, een kwart van wat ze normaalgesproken hanteren.”

Voordat de nieuwe, gecorrigeerde stamcellen terug werden gegeven aan de kinderen moesten ze namelijk eerst chemotherapie ondergaan. Staal: “Zo wordt als het ware ruimte gemaakt in het beenmerg voor de nieuwe cellen en worden de oude (die het genfoutje bevatten, red.) opgeruimd.”

Die chemotherapie veroorzaakt echter DNA-schade, en het Artemis-gen is nodig om DNA-schade te herstellen. “Dat was het lastige aan deze studie: precies de juiste dosis chemotherapie per kind vaststellen, waarbij er in het beenmerg genoeg ruimte wordt gemaakt voor de gecorrigeerde stamcellen zonder te veel nevenschade te krijgen. Dat is de onderzoekers bij deze tien patiënten gelukt. Dat stemt hoopvol en ook op de lange termijn zien de resultaten er veelbelovend uit.”

Bronnen: The New England Journal of Medicine, LUMC, New Atlas

Beeld: Universal History Archive/Getty Images

Ben je geïnteresseerd in de wereld van wetenschap & technologie en wil je hier graag meer over lezen? Word dan lid van KIJK! 



Podcast KIJK en luister via JUKE






Meer Nieuws