Gigantische kangoeroes uit de ijstijd konden toch wel springen
Tim Tomassen
22 januari 2026 17:00
Deel dit artikel:
Een van de onderzoekers maakten een tekening van een gigantische kangoeroe die springt. Beeld: Megan Jones.
Wetenschappers dachten dat de gigantische kangoeroes uit de ijstijd te zwaar waren om te kunnen springen. Maar die aanname blijkt niet te kloppen.
Bij een kangoeroe denk je aan een buideldier dat zich springend vooruit beweegt. Maar tijdens de laatste ijstijd waren sommige kangoeroes dusdanig groot en zwaar dat ze niet konden springen. Tenminste, dat was de gedachte. Australische en Britse onderzoekers schrijven nu in het vakblad Scientific Reports dat de giganten wel degelijk konden springen.
De grootste nog levende kangoeroe is de rode reuzenkangoeroe. Mannetjes worden zo’n 1,5 meter lang en kunnen tot 90 kilogram wegen. Tijdens de laatste ijstijd leefden er soorten die groter en vooral zwaarder waren. Sommige waren 2 meter lang en wogen tot wel 250 kilogram. Deze giganten stierven zo’n 40.000 of 50.000 jaar geleden uit.
Wetenschappers gingen er jarenlang vanuit dat deze reusachtige kangoeroes hun springvermogen hadden verloren. Studies suggereerden namelijk dat het bij een gewicht van meer dan 150 kilogram mechanisch gezien onmogelijk wordt om te springen. De enkels zouden bezwijken.
“Deze schattingen waren gebaseerd op het simpelweg opschalen van moderne kangoeroes, waardoor we mogelijk cruciale anatomische verschillen over het hoofd hebben gezien”, zegt hoofdonderzoeker Megan Jones in een persbericht. “Onze bevindingen tonen aan dat deze dieren niet alleen grotere versies van de huidige kangoeroes waren, maar ook anders waren gebouwd, waardoor ze hun enorme formaat beter konden dragen.”
Geen enkel wetenschaps- en tech-nieuwtje meer missen?
Schrijf je in voor onze gratis nieuwsbrief en ontvang elke donderdag het interessantste nieuws uit de wereld van wetenschap en technologie in jouw inbox.
De onderzoekers bestudeerden twee eigenschappen in de achterpoten die cruciaal zijn voor het springen. Ten eerste keken ze naar een groot bot in de voet dat kangoeroes gebruiken om zich af te zetten. Uit hun analyse blijkt dat deze botten bij gigantische kangoeroes korter en dikker waren, waardoor ze veel grotere krachten konden weerstaan.
Ten tweede keken de onderzoekers naar de enkel. Ze lieten zien dat de hielbeenderen van gigantische kangoeroes erg breed waren, waardoor er dikkere pezen om de enkels konden lopen dan bij moderne kangoeroes. Dit betekent dat de enkels de krachten die komen kijken bij het springen gewoon konden opvangen.
Een hielbeen van Procoptodon goliah, voor zover bekend de grootste kangoeroe. Beeld: Pat Holroyd, UCMP.
Geen goede springers
Toch vermoeden de onderzoekers dat de gigantische kangoeroes minder goed en vaak sprongen dan de moderne soorten. “Dikkere pezen zijn veiliger, maar ze slaan minder elastische energie op”, legt onderzoeker Katrina Jones uit. “Dit maakte de gigantische kangoeroes waarschijnlijk langzamere en minder efficiënte springers, die beter in staat waren om korte sprongen te maken dan om lange afstanden af te leggen. Maar springen hoeft niet extreem energiezuinig te zijn om nuttig te zijn. Deze dieren gebruikten hun springvermogen waarschijnlijk om snel ruig terrein te doorkruisen of om aan gevaar te ontsnappen.” De dieren stonden waarschijnlijk op het menu van inmiddels uitgestorven buidelleeuwen.
Duik in de wereld van wetenschap, technologie en ruimtevaart met KIJK! Ontdek de meest fascinerende achtergronden, baanbrekende ontwikkelingen en de spannendste verhalen uit de ruimte.
Wil jij niets missen én profiteren van een scherpe aanbieding? Word nu lid van KIJK en lees meer voor minder!