Vrienden vinden? Dolfijnachtigen moeten er in de drukste zeeweg ter wereld hard voor roepen. Maar hun stembanden hebben al de max bereikt.
We hebben het allemaal over de Straat van Hormuz. Maar er is in ieder geval één zeestraat waar momenteel wel veel schepen door varen: de Straat van Gibraltar. Al dat vaarverkeer in deze zee-engte tussen Spanje en Marokko – zo’n zeven schepen per uur – zorgt zelfs voor zoveel herrie dat langvinnige grienden genoodzaakt zijn het volume van hun roepen aan te passen. Maar daar zitten limieten aan, blijkt uit onderzoek van de Universiteit van Aarhus (Denemarken), gepubliceerd in Journal of Experimental Biology.
Lees ook:
- Walvissen ademen dodelijk virus uit
- Groenlandse walvissen worden ouder dan elk ander zoogdier – wat is hun geheim?
- Urine van walvissen blijkt enorm belangrijk voor de oceaan
Inktvis vangen
De langvinnige griend (Globicephala melas) is na de orka de grootste dolfijnensoort, met een lengte van 5,5 tot 6,5 meter en opvallend lange borstvinnen. De dieren zijn donkergrijs tot zwart, leven in sociale groepen in diepe, koude tot gematigde wateren en voeden zich voornamelijk met inktvis.
Die inktvissen vindt de griend vaak nabij de bodem. Na een diepe duik en een hopelijk succesvolle vangst keert hij terug naar zijn groepsgenoten. Tenminste, als hij ze weer kan vinden. En daar dient een specifiek soort roep voor.
Versnellingmeter
Maar kunnen de grienden elkaar wel verstaan in de drukke Straat van Gibraltar? Dat wilden wetenschappers onder leiding van Frants Jensen, onderzoeken. Met 6 meter lange stokken bevestigden ze sensoren op 23 dieren.
Die sensoren maten niet alleen de beweging en diepte van de grienden, maar registreerden ook het geluid. Dat laatste gebeurde via een versnellingsmeter die de kleinste trillingen op de huid meet. Die trillingen ontstaan bij het maken van typische walvisroepen.
Vier soorten roepen
Na het analyseren van in totaal 1432 walvisroepen, konden de onderzoekers ze verdelen in vier categorieën: de lage frequentie-geluiden, het korte ‘getik’, de hoge frequentie-geluiden en de roepen die uit twee componenten bestaan (twee geluiden tegelijkertijd).
Maar de onderzoekers identificeerden niet alleen de walvisroepen. Ook merkten ze het scheepslawaai als achtergrondgeluid op. Het volume hiervan zat constant tussen de 79 en 144 decibel. Vergelijkbaar met een luidruchtig restaurant tot een stofzuiger op vol vermogen waar je naast staat.
Al op de max
De onderzoekers merkten dat de grienden het volume van hun roepen omhoog gooiden naarmate het scheepslawaai toenam. Dat werkt voor de hoge en korte roepen die worden gebruikt wanneer de groep bij elkaar is, maar niet wanneer een griend zijn groep op grotere afstand weer wil terugvinden. Dan gebruikt hij de lage en twee-componenten-roepen. En laat dat nou net de roepen zijn die al op maximum volume worden geproduceerd.
Komt er net een olietanker langs gedenderd, dan is het alsof je op een feestje staat waar iedereen al staat te schreeuwen om gehoord te worden (het zogenoemde Lombard-effect) en iemand de muziek nóg harder zet. Dan valt het gesprek simpelweg stil.
Stillere schepen
De oplossing voor deze onderwaterherrie in de Straat van Gibraltar is technisch gezien simpel: de vaarsnelheid verlagen. Zogenoemde low speed zones zorgen niet alleen voor minder uitstoot en minder aanvaringen, maar maken schepen ook aanzienlijk stiller.
Voor de 250 grienden, én andere zeedieren, in dit gebied, zal dit ongetwijfeld een enorme verademing zijn. Maar of het plan economisch en politiek gezien te verantwoorden is? Dat is uiteraard weer andere koek.
Bronnen: Journal of Experimental Biology, The company of Biologists via EurekAlert!
Beeld: Adam Li, NOAA,NMFS,SWFSC