Van een simpel stuk speelgoed groeide de rubbereend uit tot popcultuuricoon. In toeristensteden vind je tegenwoordig zelfs winkels waar ze niets anders verkopen dan badeenden. Hoe kwam het zover?
Gehuld in lederhose in Duitsland, vermomd als Toetanchamon in Egypte, met baguette en wijn in Frankrijk: het badeendje lijkt tegenwoordig populairder dan ooit, wereldwijd. En dat terwijl het kinderspeeltje al meer dan honderd jaar oud is.
Vaak wordt de Russisch-Amerikaanse kunstenaar Peter Ganine genoemd als bedenker. Hij maakte regelmatig dierenbeelden die hij ook als speelgoedversie uitgaf, zo ontwierp hij naast bijvoorbeeld een hobbelgiraf en een spuitwalvis ook een eend. En inderdaad, zijn patent op een speelgoedeendje uit 1949 heeft alle kenmerken van de moderne badvogel: een minimalistisch, compact ontwerp met gestroomlijnde vleugels, een parmantig staartje en de kop vernuftig gecentreerd voor de juiste drijfbalans. In zijn overlijdensadvertentie uit 1974 in de Los Angeles Times staat hij ook beschreven als uitvinder van een uncapsizable duck, een onzinkbare eend. Maar is hij daarmee ook uitvinder van dé badeend, die wij nu allemaal kennen?
Lees ook:
- Podotherapeuten: Barbies dragen steeds minder hakken
- Robot zet nieuw snelheidsrecord Rubiks kubus oplossen: 0,103 seconden
Nederlands tintje
Zo eenduidig is de ontstaansgeschiedenis niet. Zo verwijst Ganine in zijn eigen patent naar een eerder ontwerp uit 1946. Die tekening was het werk van Constance White, echtgenote van de directeur van de Knickerbocker Toy Company.
Knickerbocker had indertijd al een kleine eeuw ervaring met kinderspeelgoed. Het bedrijf was halverwege de negentiende eeuw opgericht door Nederlandse immigranten. Die familie Van Whye (de verwijzing naar het dorp in Overijssel werd verengelst tot White) koos met Knickerbocker een toepasselijke naam: die sloot als verbastering van ‘knikkerbakker’ uitstekend aan op hun nering. Het bedrijf groeide in een eeuw van bouwblokken en houten puzzels via poppen en teddyberen uit tot een plasticgigant.
Cruciaal in die ontwikkeling was een licentieovereenkomst met Walt Disney in de jaren dertig. Knickerbocker bracht poppen op de markt van Mickey Mouse, Sneeuwwitje en Donald Duck. Vooral die laatste bleek populair, maar het bedrag dat Knickerbocker aan Disney moest afdragen was zo hoog dat het niet uit kon voor de speelgoedfabrikant. Dus besloot het bedrijf een eigen versie te maken. Het nieuwe eendje, ontworpen door Constance White, kwam na de oorlog als Skipper op de markt. Het was “vrolijk gezelschap voor in de wieg of het bad”, volgens een advertentie, in meisjesroze, jongensblauw of neutraal geel.
Dit is het begin van het verhaal over de ontstaansgeschiedenis van de badeend. Het hele artikel lees je in KIJK Geschiedenis editie 4 van 2026.

Bestel KIJK Geschiedenis editie 4 van 2026 in onze webshop, met gratis verzending binnen Nederland.
Tekst: Lambert Teuwissen
Beeld: Manfred Richter/Pixabay