De hoeveelheid plankton in het noordoostelijke deel van de Atlantische Oceaan is de afgelopen zestig jaar drastisch gedaald. Dat kan grote gevolgen hebben voor de hele voedselketen.
Van Noorwegen tot Portugal, het plankton in de zeeën rond Europa heeft het zwaar. Onderzoekers van de University of Plymouth (VK) leidden een grootschalig onderzoek naar deze microscopisch kleine organismen en kwamen tot de conclusie dat geen van hun leefgebieden er goed aan toe is. De bevindingen zijn gebaseerd op 23 datasets, afkomstig van 13 verschillende onderzoeksinstituten en satellietdata.
Lees ook:
- Hoe planktonpoep kan helpen het CO2-probleem op te lossen
- Oceaantemperatuur bereikte in 2025 wederom recordhoogte
Plankton is ondergewaardeerd
Plankton is een verzamelnaam voor microben die in het water leven. Samen vormen ze een onmisbare voedsel- en zuurstofbron voor zowel het leven in de oceaan als op land. “Ik onderzoek plankton al meer dan twintig jaar en de organismen zijn echt ondergewaardeerd”, vertelt onderzoeksleider Abigail McQuatters-Gollop van de University of Plymouth.
“De meerderheid van de mensen heeft geen idee wat ze zijn”, aldus de onderzoeker. “Dat is bizar, zeker als je bedenkt dat ze verantwoordelijk zijn voor de helft van onze ademhalingen, het dieet vormen van de blauwe vinvis en de reuzenhaai en een sleutelrol spelen in het verwijderen van koolstof uit onze atmosfeer.”
Plankton leeft in de zogeheten pelagische zones, het deel van de oceanen en zeeën dat uit open water bestaat. En juist die zones staan onder druk, concludeert het nieuwe onderzoek. De onderzoekers legden hun kwaliteitsbeoordelingen langs het framework van de Marine Strategy Framework Directive (MSFD), een organisatie binnen de Europese Unie die over de bescherming van de zeekwaliteit gaat.
Resultaten
Uit de resultaten bleek dat geen van de zones in het noordoostelijke deel van de Atlantische Oceaan aan de kwaliteitseisen van de MSFD voldeed. “Wij hebben met onze studie voor het eerst de toestand van het plankton in belangrijke regio’s kwantitatief kunnen beoordelen”, aldus McQuatters-Gollop.

Zes zones kregen het stempel ‘niet goed’, waaronder de Keltische Zee, de Golf van Biskaje en de Iberische zee (zie kaart hierboven). Drie zones waren ‘onzeker’, waaronder de Noordzee, en voor een zone was zo weinig data beschikbaar, dat er geen inschatting kon worden gemaakt.
Het onderzoek wees ook uit dat de grootste bedreigingen voor het plankton en hun leefomgeving de stijgende temperaturen van het zeewateroppervlak zijn, evenals de verzuring van het water en de veranderde oceaanstromingen. Plankton is namelijk afhankelijk van oceaanstromingen voor zijn verplaatsing.
McQuatters-Gollop: “Ons onderzoek laat zien dat er een dringende behoefte is aan het verbeteren van de waterkwaliteit en dat we de schade die we toebrengen aan de oceaan een halt moeten toeroepen, zowel op lokaal als globaal niveau.”
Klimaatverandering tegengaan
Volgens de onderzoekers is de belangrijkste stap de uitstoot van broeikasgassen te verminderen en klimaatverandering tegen te gaan. Ze roepen daarnaast op om te voorkomen dat stikstof in zee belandt, want dit kan leiden tot overmatige algengroei, wat ook negatieve gevolgen heeft voor het plankton. Daarnaast moet er geïnvesteerd worden in planktonmonitoring.
“De waarschuwing is duidelijk”, aldus McQuatters-Gollop. “Plankton verandert in enkele van Europa’s belangrijkste zeeën en die veranderingen hebben gevolgen die veel verder reiken dan het plankton zelf. De uitdaging is nu om concrete actie te ondernemen op basis van deze gegevens.”
Bronnen: EurekAlert!, Ecological Indicators
Openingsbeeld: Connect Images/Albert Lleal Moya/Getty Images