Maak kennis met de Vlissingenklasse: Nederlands nieuwe mijnenbestrijdingsvaartuigen

KIJK-redactie

23 maart 2026 15:27

Vlissingenklasse, mijnenbestrijdingsvaartuig

Zo zien de mijnenjagers van de Vlissingenklasse er uit. . Eigenlijk zijn het mijnenbestrijdingsmoederschepen, propvol varende en vliegende drones die het echte werk moeten uitvoeren. Beeld: Belgium Naval & Robotics.

De oorlogen in Oekraïne en het Midden-Oosten maken duidelijk waarom het belangrijk is om zeemijnen op te kunnen sporen en uit te schakelen. Nederland heeft zes nieuwe mijnenbestrijdingsvaartuigen besteld, waarvan de eerste dit jaar is geleverd en binnenkort in dienst treedt. Maak kennis met de Vlissingenklasse.

Je kent ze wel van televisie, die grote zwarte bollen met uitsteeksels: de klassieke zeemijnen. Met een ketting zijn ze aan een blok beton op de zeebodem verankerd en ze dobberen een paar meter onder het wateroppervlak. Vaart er een schip tegenaan, dan worden de ‘stekels’ verbogen, waardoor er een buis binnenin de mijn breekt, een chemische reactie ontstaat en de mijn ontploft. Alleen al in de Tweede Wereldoorlog zijn er naar schatting tussen de 600.000 en een miljoen van dat soort zeemijnen gelegd.

De zeemijnensector heeft echter niet stilgezeten sinds er halverwege de negentiende eeuw voor het eerst mee werd geëxperimenteerd. Contactmijnen, die werken zoals hierboven staat beschreven, worden eigenlijk niet meer gebruikt, maar invloedsmijnen des te meer. Die reageren bijvoorbeeld op het geluid van scheepsmotoren onder water, of de verandering in waterdruk of het magnetisch veld als er een stalen schip voorbijvaart.

De meest moderne invloedsmijnen, zoals de Manta van SMW Italia en de Rockan van SAAB Bofors Dynamics, zijn zo ontworpen dat ze door hun stealth-vorm en kunststof behuizing heel moeilijk te ontdekken zijn door mijnenbestrijdingsvaartuigen (MBV’s). En er zijn tegenwoordig zelfs mijnen die torpedo’s of raketten afvuren.

Een zeemijn die tot ontploffing wordt gebracht
Een zeemijn die tot ontploffing wordt gebracht. Beeld: Ministerie van Defensie.

Wat alle zeemijnen gemeen hebben, is dat het poor man’s weapons zijn: goedkoop, vanuit een vliegtuig of vanaf een schip gemakkelijk op hun plaats te leggen, en behoorlijk effectief. Zo werd het Amerikaanse fregat USS Samuel B. Roberts tijdens de Eerste Golfoorlog in 1988 door een Iraanse mijn ter waarde van zo’n 1500 euro uitgeschakeld. Het schip brak bijna in tweeën, maar kon door de bemanning worden gered. Schade: 96 miljoen dollar, en het schip was maanden uit de roulatie.

En ook nu, tijdens de oorlogen in Oekraïne en het Midden-Oosten, is het weer raak. De Iraanse Revolutionaire Garde zou bijvoorbeeld zeemijnen in de Straat van Hormuz hebben gelegd. De VS claimt al meerdere Iraanse boten te hebben vernietigd die mijnen kunnen legen. Maar de Amerikaanse marine beschikt niet over genoeg mijnenvegers in de regio om de al geplaatste mijnen te ruimen en vroeg daarom hulp aan de NAVO. Dat laat dus zien dat het nog altijd belangrijk is om als land te investeren in schepen die zeemijnen kunnen opsporen en uitschakelen.

Lees ook:

Kaboem

Nederland heeft altijd al een relatief grote vloot aan mijnenbestrijdingsvaartuigen gehad. In de jaren zestig van de vorige eeuw was het arsenaal MBV’s op zijn hoogtepunt met zo’n zeventig schepen in dienst. Dat waren allemaal mijnenvegers: aan de achterkant van dit type schepen zijn lange stalen kabels met ‘scharen’ bevestigd. De kettingen waarmee de mijnen aan het blok beton op de bodem zitten, worden door die scharen kapotgetrokken en de mijn komt boven water. Een paar welgemikte schoten met de boordmitrailleur en… Kaboem! Einde mijn.

Op dit moment beschikt de Koninklijke Marine over drie mijnenjagers en die zijn dringend aan vervanging toe. Het mijnenjagen is overigens wezenlijk iets anders dan mijnenvegen. Mijnenjagers zoeken met een sonar – door middel van de weerkaatsing van geluidsgolven – de zeebodem af naar zeemijnen. Wordt er een gevonden, dan gaat er een duiker of een soort radiografisch bestuurde torpedo (de Sea Fox C) op af. Die bevestigt een explosief aan de mijn, dat hem daarna vernietigt.

De generatie schepen die nu in aanbouw is, voegt een geheel nieuwe dimensie toe aan het werk van de huidige schepen van de Alkmaarklasse. Die hebben nu een sonar onder de boeg zitten en speuren daarmee de zeebodem af. Werkt de boegsonar niet goed, bijvoorbeeld door grote verschillen in temperatuur of zoutgehalte van waterlagen, dan wordt de Self Propelled Variable Depth Sonar te water gelaten. Dit mini-onderzeebootje is uitgerust met een eigen sonar en verricht – op afstand bestuurd – het nodige speurwerk. Tot op een kilometer van het schip kan het door verschillende waterlagen heen duiken.

De zes nieuwe mijnenbestrijders werken alleen maar op afstand; alles gebeurt met behulp van drones. Het zijn dan ook niet echt mijnenjagers, maar meer mijnenbestrijdingsmoederschepen. Zo krijgen ze de Inspector-125 aan boord, een 12 meter lang onbemand vaartuig (Unmanned Surface Vehicle of USV), dat het mijnenzoekwerk met behulp van kleinere, met sonar uitgeruste drones gaat overnemen.

Het 12 meter lange Unmanned Surface Vehicle Inspector 125
Het 12 meter lange Unmanned Surface Vehicle Inspector 125 is een drone, maar ook een dronemagazijn. Aan boord heeft het diverse drones met sonar, camera’s of explosieven om mijnen op te sporen, te bekijken en te vernietigen. Beeld: Belgium Naval & Robotics.

Kamikaze-drone

De Inspector-125 is eigenlijk een varend dronemagazijn. Het kan er maximaal acht aan boord kwijt, afhankelijk van het type. Zo krijgt de Koninklijke Marine de beschikking over twee varianten sonardrones. Beide zijn torpedovormig en zo’n 4 meter lang. De T18-M wordt door de Inspector achter zich aangesleept met een kabel. De A18-M gaat volledig autonoom op zoek naar explosieven, door een vooraf ingesteld zoekgebied systematisch af te zoeken.

Drie drones, T18-M, A18-M en Seascan, uit de toolbox van de Vlissingenklasse
Nieuwe mijnenjagers hebben drones in hun toolbox die met een sonar speuren naar zeemijnen, zoals de T18-M en de A18-M. De Seascan is een onderwaterdrone met een camera. Beeld: Belgium Naval & Robotics.

Wordt er iets verdachts gevonden, dan is het de beurt aan de Seascan. Deze onderwaterdrone is uitgerust met een camera en kan de beelden die hij van de mijn maakt, delen met de commandocentrale aan boord van het moederschip. Is het een zeemijn of ander explosief dat moet worden geruimd, dan staat de K-STER C paraat. Deze drone gaat met een eigen explosief naar de zeemijn en brengt de boel daar tot ontploffing, wat ook de K-STER C niet overleeft. Eigenlijk is het dus een soort kamikazedrone.

kamikazedrone K-STER C
Als een zeemijn is opgespoord, dan wordt de kamikazedrone K-STER C er met een explosief naartoe gestuurd om zowel de mijn als zichzelf op te blazen. Beeld: Belgium Naval & Robotics.

De Inspector kan bovendien op grote afstand van het moederschip zijn werk doen. Twee Saab Skeldar V-200’s, onbemande minihelikopters (Unmanned Aerial Vehicles of UAV’s) handhaven de communicatie. De UAV’s kunnen natuurlijk ook worden uitgerust met radar en fotocamera’s.

De Vlissingenklasse heeft geen gigantische toestellen aan boord. Wel twee onbemande miniheli’s, die op grote afstand contact kunnen onderhouden met Inspector 125’s. Beeld: UMS Skeldar.

Opvallend aan de nieuwe mijnenbestrijders is dat ze weer de beschikking krijgen over mijnenveegcapaciteit. Maar dan wel versie 2026: de mijnenbestrijdingsmoederschepen varen zelf niet door het mijnenveld, maar sturen er een sterkere versie van de Inspector-125 USV naartoe. Deze S-versie (van sweep) trekt een mijnenveegmodule voort die een vrachtschip nabootst en daardoor invloedsmijnen doet afgaan.

Naast al deze hypermoderne drones is er ook nog een ouderwets soort ‘drones’ aan boord van de nieuwe marineschepen: human drones, oftewel duikers. Niet alles kan namelijk door robots worden gedaan. Soms zijn er nog mensen nodig, bijvoorbeeld als een ontdekte zeemijn eerst moet worden verplaatst voordat hij tot ontploffing wordt gebracht. Dat is onder andere het geval als de mijn in de buurt ligt van olieleidingen of datakabels op de zeebodem. Al deze mijnenbestrijdingsmiddelen bij elkaar worden overigens de toolbox genoemd.

Tupperwareklasse

Over het uiterlijk van de nieuwe schepen verschillen de meningen. De moederschepen zijn een soort drijvende garages; ze zijn zo’n 30 meter langer dan de huidige Alkmaarklasse, die 52 meter lang is. Echt opvallend is de breedte: met zo’n 17 meter zijn ze bijna twee keer zo breed als de Alkmaars (8,90 meter). De stalen nieuwelingen zijn zelfs 2 meter breder dan de M-fregatten van de Koninklijke Marine. Dat is goed voor de ruimte en stabiliteit, maar of het er heel sierlijke schepen van worden, valt te betwijfelen. Nu waren we al niet verwend op dat gebied: omdat ze van polyester zijn gemaakt, werden de Alkmaars ook wel smalend de ‘Tupperwareklasse’ genoemd.

De mijnenbestrijders zijn natuurlijk vooral defensieve schepen. De hoeveelheid wapentuig aan boord is dan ook niet al te indrukwekkend. Op het voorschip zit een 40 millimeter kanon; goed voor 300 schoten per minuut, die zo’n 12 kilometer ver kunnen komen. Verder is er nog plek voor een 12,7 millimeter machinegeweer en meerdere 7,62 millimeter mitrailleurs. Voor wie de categorie non-lethal weapons meerekent, beschikken de nieuwe schepen ook over een waterkanon.

Al met al wordt het dus een bijzonder nieuw scheepstype waar de Koninklijke Marine mee gaat varen. Dat is overigens niet het enige unieke aan het project. Het is een samenwerkingsverband met de Belgische marine, waarmee Nederland al langer intensief optrekt. Ook onze zuiderburen schaffen er zes aan. Alle twaalf schepen worden gestationeerd in Zeebrugge, het epicentrum der mijnenbestrijders in de Lage Landen. De Belgen waren ook verantwoordelijk voor de bouwopdracht, die – niet geheel verbazingwekkend – bij een Frans-Belgisch consortium is beland. Grofweg komt de toolbox uit België (op de Zweedse UAV na) en worden de schepen in Frankrijk gebouwd.

Eind februari voer de eerste Nederlandse mijnenbestrijder, ‘Vlissingen’, thuishaven Den Helder binnen. Naar verwachting is de officiële indienststelling in mei en krijgt het schip de letters Zr.Ms. voor de naam. Het laatste van de zes schepen wordt uiterlijk in 2030 opgeleverd.

Traditiegetrouw worden de mijnenbestrijdingsvaartuigen altijd vernoemd naar Nederlandse gemeentes. Deze keer is de eer gegaan naar zes havensteden. Naast Vlissingen zijn dat Scheveningen, IJmuiden, Harlingen, Delfzijl en Schiedam. Binnenkort zijn deze plaatsen dus niet alleen met een stedentrip te bezoeken, maar zijn hun 82 meter lange evenknieën wereldwijd in te zetten.

Mijnenbestrijdingsvaartuig Vlissingen arriveert voor het eerst in Den Helder
De Vlissingen arriveert voor het eerst in Den Helder. Beeld: Ministerie van Defensie.

Duizend bommen en granaten

Zr.Ms. Zierikzee (M862), een van de drie mijnenjagers uit de Alkmaarklasse die nog in dienst is. Beeld: Ministerie van Defensie.

Schepen die mijnen ontmantelen, worden niet alleen tijdens oorlogen ingezet, maar vooral om daarna puin te ruimen.

Mijnenbestrijdingsvaartuigen zijn natuurlijk bedoeld om in tijden van oorlog of crisis zeemijnen te ruimen. De schepen van de Alkmaarklasse, de Nederlandse vaartuigen die deze klus nu nog klaren, hebben dat ook gedaan. In 1984 zijn de Haarlem en de Harlingen in de Golf van Suez en de Rode Zee aan de slag gegaan nadat terroristen mijnen hadden gelegd en een aantal vrachtschepen daarmee in aanraking waren gekomen.

In de Eerste en Tweede Golfoorlog (respectievelijk 1987-1989 en 1990-1991) waren het de Hellevoetsluis, de Maassluis, de Urk, de Harlingen, Haarlem en de Zierikzee die in de Golf van Oman, de Perzische Golf en voor de kust van Koeweit mijnen hebben geruimd.

Gevaar voor vissers

Doorgaans zijn de mijnenjagers vooral actief bij het opruimen van de erfenis uit de Eerste en Tweede Wereldoorlog. De schatting is dat er uit die oorlogen nog tienduizenden onontplofte explosieven in de Noordzee liggen. Voor de Baltische Zee is de schatting 80.000 stuks. Het gaat dan om mijnen, maar ook – en vooral – om bommen en granaten. Die vormen een gevaar voor de scheepvaart, en met name voor vissers. In 2005 kwamen drie opvarenden van een vissersschip uit het Zeeuwse Ouddorp om nadat een opgeviste vliegtuigbom aan dek ontplofte.

Jaarlijks ruimt de Koninklijke Marine dan ook nog tientallen zeemijnen en ander explosief spul. Zo werden tijdens het speuren naar over boord geslagen containers van het containerschip MS Zoë in 2019 tien zeemijnen ontdekt nabij de Waddeneilanden. Tijdens een oefening werden ze alle tien geruimd.

Dit artikel verscheen eerder in KIJK 8-2022 en is geüpdatet voor online publicatie.

Beeld: Rick van de Weg

Reageren? Plaats een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

PODCAST

De inhoud op deze pagina wordt momenteel geblokkeerd om jouw cookie-keuzes te respecteren. Klik hier om jouw cookie-voorkeuren aan te passen en de inhoud te bekijken.
Je kan jouw keuzes op elk moment wijzigen door onderaan de site op "Cookie-instellingen" te klikken."