‘Het risico om te sterven was destijds één op zes’

kijkmagazine

2013-11-13 09:00:32

Hij werd wereldwijd bekend door de Discovery-serie Ultimate survival en komt nu met de opvolger, Escape from hell. Bovendien is zijn autobiografie net uit. Redenen genoeg om overlevingskunstenaar Bear Grylls eens te vragen wat hem eigenlijk bezielt.

In Ultimate survival wordt Bear Grylls op een voor hem onbekende locatie gedropt en moet hij de weg naar de beschaafde wereld zien te vinden. Hij worstelt zich door het ruige landschap, doet regelmatig een setje push-ups om warm te blijven en stopt met gezonde tegenzin het ene na het andere insect in zijn mond – want “die zitten vol met eiwitten!”

Het is dan ook een vreemde gewaarwording om diezelfde Bear Grylls voor een interview te ontmoeten in een chic hotel in een zo mogelijk nog chiquere wijk in het centrum van Londen. De aanleiding voor het gesprek is tweeledig. Niet alleen verscheen onlangs zijn autobiografie Modder, zweet en tranen; op 28 november begint op Discovery Channel zijn nieuwe serie Escape from hell. De man die op televisie geen moment stil lijkt te staan, zit nu relaxed te vertellen over zijn leven, over de beklimming van de Mount Everest, en over datgene wat hij als zijn ultieme avontuur ziet.

Op televisie kom je over als een enorm energieke man. Hoe vind je de rust om aan een boek te werken?

“Ik heb drie zoontjes en wilde niet steeds zitten schrijven als ik thuis was. Dus heb ik het hele boek in het vliegtuig geschreven. Tijdens lange vluchten, waarvan ik er heel veel maak. Het is ongelooflijk hoe snel de tijd gaat als je aan het schrijven bent! Uiteindelijk heeft het hele proces ongeveer een jaar gekost – zo’n honderd vluchten in totaal.”

Het boek heet Modder, zweet en tranen. Kun je vertellen over de modderigste, zweterigste en ‘tranerigste’ momenten in je leven?

“Heel veel van mijn avonturen zijn modderig. Als kleine jongen wilde ik de haven bij mijn huis oversteken en kwam ik vast te zitten in drijfzand. In het leger was ik talloze malen gecamoufleerd met modder. En tijdens de opnames van Ultimate survival zit ik eigenlijk constant onder de modder. Zweet is belangrijk omdat het onlosmakelijk verbonden is met avontuur. Of het nou de selectieprocedure voor een militaire elite-eenheid of het beklimmen van de Mount Everest betrof, het ging altijd met veel zweet gepaard. En dan de tranen. Voor elk hoogtepunt in het leven is er ook een dieptepunt. Ik probeer eerlijk te zijn over die worstelingen en moeilijke tijden. Toen ik mijn rug brak bijvoorbeeld, of bij het overlijden van mijn vader. Maar ook op de Everest, vanwege de mensen die daar zijn omgekomen. Tranen horen nou eenmaal bij het leven.”

In 1998 stond je op 23-jarige leeftijd als een van de jongste klimmers ooit bovenop de Mount Everest. Welk woord zou je gebruiken om die expeditie te beschrijven?

“Ontnuchterend. Het is een hele grote, hele oude berg en ik denk dat je geluk hebt als je er levend vandaan komt. Je gaat er inzien dat je niet zo sterk bent als je soms denkt.”

Zou je de Everest nu nog gaan beklimmen?

“Dat hangt denk ik af van de levensfase waarin je je bevindt. Het risico om er het loodje te leggen was destijds één op zes. Ik had nog geen kinderen en was bereid dat risico te nemen. Maar nu zou ik het niet zomaar weer doen.”

Dit is het begin van een artikel, te vinden in KIJK 13/2013. Dit nummer ligt in de winkel van 15 november tot en met 12 december.







De nieuwste editie

ook online te bestellen

Nummer 12




Meer Artikelen