Oude spelcomputers en oude videogames: in veel huishoudens zijn die ergens op zolder nog wel te vinden. Wetenschappers en verzamelaars proberen ze echter ook zorgvuldiger te bewaren. Daar komt meer bij kijken dan je misschien denkt.
En dan werd je uitgelachen door de hond. Wie in de jaren tachtig of negentig van de vorige eeuw graag videogames speelde op de Nintendo Entertainment System (of NES) heeft het vast weleens meegemaakt. Bij het spel Duck Hunt werd je uitgedaagd om op rondfladderende eenden te schieten – of op losgelaten kleiduiven, als je niet goed tegen digitaal dierenleed kon. Als je raak schoot, haalde een jachthond het neergeknalde beest op uit het grasveld. Maar wanneer je miste, dan begon die 8-bit-viervoeter je dus keihard uit te lachen.
De game gebruikte toffe tech. Je speelde het spel namelijk niet met een standaard controller vol knopjes, maar met een speciaal lichtpistool. Die zogeheten NES Zapper richtte je daadwerkelijk op de televisie. Zodra je de trekker overhaalde, sprong het hele scherm één frame lang op zwart. Daarna werd het gebied waarin de eend flapperde juist één frame lang wit. Enkel wanneer je goed had gemikt, registreerde een optische sensor in de NES Zapper deze snelle overgang van donker naar licht. En dan wist de game: die eend is dood, puntje erbij.
Lees ook:
- Dit moet wel de kleinste gameboy ooit zijn
- ‘De game-industrie stoot evenveel uit als heel Nederland’
Cultureel erfgoed
In 1987 vloog Duck Hunt de Europese markt binnen, drie jaar na de oorspronkelijke release in Japan. Op zich kun je het spel anno 2025 nog altijd spelen, maar dan heb je wel flink wat apparatuur nodig. Sowieso een werkende NES en een werkende game en een werkende NES Zapper. Maar ook een werkende beeldbuistelevisie – want moderne schermen zijn net iets trager in hun weergave, waardoor het lichtpistool de kleurveranderingen niet meer correct kan opvangen. Het enige probleem: bijna veertig jaar na dato wordt niets van dat spul nog gemaakt.
Videogames zijn cultureel erfgoed. Het zijn leuke dingen om vrije tijd (en digitale vogels) mee te killen, maar het zijn ook belangrijke objecten. Spellen kunnen namelijk iets zeggen over de tijd waarin ze ontstonden, over de mensen die ze speelden, over de technologie die ze gebruikten. Net als schilderijen en boeken, inderdaad. Maar waar die kunstvormen vaak al netjes worden beschermd in musea en bibliotheken, loopt dat bij videogames nog achter. Toch zijn er steeds meer initiatieven om spellen te conserveren.
In KIJK editie 2-2026 lees je daar meer over. Bestel dit nummer in onze webshop, of eenvoudig via de knop hieronder.
Tekst: Rik Peters
Beeld: Shutterstock