Hoe komen kinderen ertoe een moord te begaan?

KIJK-redactie

2020-02-12 10:59:00

moord killers tieners

Het is vandaag 27 jaar geleden dat twee tieners de peuter James Bulger ontvoerden en later vermoordden. Elke moord is schokkend, maar als de dader minderjarig is, trilt de samenleving op zijn grondvesten. Dat een kind tot zoiets in staat is, valt bijna niet te bevatten. Wat bezielt deze jeugdige moordenaars?

Het is schokkend en bijna niet te bevatten dat tieners – kinderen nog – blijkbaar tot doden in staat zijn. In Nederland gebeurt dit zo’n tien keer per jaar. In andere West-Europese landen vind je vergelijkbare cijfers. Er zijn kinderen die een ouder om het leven brengen, een klasgenoot of een (veel) jonger kind. In de VS komen bovendien nogal eens schietpartijen op scholen voor. Sommige daden lijken gepland, zodat we van moord spreken; in andere gevallen is er sprake van doodslag. Hoe komen tieners tot zulke gruweldaden?

Goed en kwaad

Laten we om die vraag te beantwoorden eerst kijken naar de ontwikkeling van kinderen. “Er zijn kleuters die al snappen dat de dood onomkeerbaar is,” vertelt rouwexpert Daan Westerink, “maar ze hebben geen idee wat dat verder betekent. Het besef dat ze zelf ook dood kunnen gaan bijvoorbeeld, of dat andere mensen kunnen sterven, is er nog helemaal niet.” Bij kinderen tot een jaar of zes overheerst ook magisch denken. “Vergelijk het met het geloof in Sinterklaas. In de zomer kun je best bespreken dat de sint niet bestaat. Maar tegen de tijd dat het december wordt, wil zo’n kind toch wel weer heel graag in Sinterklaas geloven. Al is het alleen maar omdat hij bang is geen cadeautjes te krijgen.”

Als ze een jaar of zeven zijn, beginnen kinderen meer van de dood te begrijpen, zeggen ontwikkelingspsychologen. Ze snappen niet alleen dat de dood onomkeerbaar is (irreversibility), maar ook dat je sterft doordat je lichaam ermee ophoudt (causality), dat niets in je lichaam het nog doet als je dood bent (non-functionality) en dat iedereen uiteindelijk overlijdt (universality). Toch kan het nog jaren duren voordat kinderen ten volle beseffen wat doodgaan inhoudt, vertelt Westerink.

Leeftijd is trouwens niet het enige wat telt; ook ervaringen doen ertoe. Kinderen die in hun eigen omgeving een sterfgeval hebben meegemaakt, hebben namelijk een realistischer beeld van de dood dan andere leeftijdgenootjes.

Daarnaast toont recent onderzoek aan dat pubers een terugval laten zien in hun begrip van irreversibility en non-functionality. Zo komen ze vaker dan jongere kinderen aanzetten met spirituele alternatieven, zoals reïncarnatie. Verder vragen ze zich steeds meer af waar precies het leven ophoudt en de dood begint. Westerink: “Pubers beginnen zich te realiseren dat ze zelf ook ooit doodgaan. Ze zijn erg met zichzelf bezig. De vraag is daarom of ze beseffen wat ze doen als ze een ander doden.”

Ook de ontwikkeling van het geweten is van belang. Hierover bestaan allerlei theorieën. Een klassieker is bijvoorbeeld de theorie van Kohlberg. Bij morele dilemma’s over goed en kwaad zou voor tieners vooral het oordeel van anderen de doorslag geven, dan wel de regels van de groep waartoe ze behoren.

Een fundamenteel besef van goed en kwaad, los van de groep waartoe ze behoren of het oordeel van de mensen om hen heen, hebben jongeren nog niet. Een interessante theorie waar later echter veel kritiek op is gekomen. Moreel besef is namelijk niet louter een kwestie van redeneren waarbij je plussen en minnen tegen elkaar afzet; emoties spelen ook een rol. Iemand die snapt dat hij een ander kwaad berokkent maar daar geen enkele wroeging over heeft, die noemen we pas gewetenloos. Het ontbreekt hem of haar aan invoelend vermogen (empathie) voor het slachtoffer.

Volgens de Amerikaanse ontwikkelingspsycholoog Martin Hoffman is empathie dan ook de kern van gewetensontwikkeling. Hij stelt dat kinderen vanaf ongeveer zeven jaar in staat zijn om empathie te voelen. Dan kunnen ze verstandelijk onderscheid maken tussen zichzelf en anderen.

Gierende hormonen

Nu komt het zelden voor dat kinderen onder de twaalf jaar iemand doden, enkele uitzonderingen daargelaten. Zo lokten twee Britse jongens van tien in 1993 de tweejarige James Bulger mee, takelden hem verschrikkelijk toe en lieten hem ernstig gewond achter op een spoorbaan. De peuter overleefde het niet. Van een andere orde maar ook schokkend was het bericht, eveneens in juni van dit jaar, dat in Heerlen een tienjarig meisje vijf dieren doodde op een kinderdagverblijf. Ze klom na sluitingstijd over het hek, ging het dierenhok binnen en wurgde daar een cavia, een konijn, twee eenden en een kip. Hoe deze extreem jonge kinderen tot hun daad kwamen, is onduidelijk.

moord
Robert Thompson (boven) en Jon Venables (onder) zien er op deze foto’s onschuldig uit. Toch ontvoerden ze de tweejarige peuter James Bulger en martelden hem dood, waarna ze zijn lichaam bij een spoorbaan achterlieten. © UK Police

Wreed gedrag op jonge leeftijd kán wijzen op een antisociale persoonlijkheidsstoornis (hierover later meer), maar dat hoeft niet voor deze kinderen te gelden. Bij tieners die iets ouder zijn, speelt mogelijk mee dat de hersenen nog niet volledig zijn ontwikkeld.

Lang werd gedacht dat de hersenen van tieners volgroeid waren, maar dat is niet waar. Juist in de puberteit ondergaat het brein enorme veranderingen. Zo moet de frontaalkwab nog helemaal tot wasdom komen. En laat dit hersengebied nou verantwoordelijk zijn voor je vermogen om risico’s in te schatten, vooruit te denken, je impulsen te beheersen en je in anderen in te leven.

Eigenschappen die tieners goed van pas zouden komen aangezien de amygdala – een hersengebied dat verantwoordelijk is voor het ervaren van emoties – wél al in staat van paraatheid verkeert. Die emoties, daar weten pubers zich dus geen raad mee. Tel daar de gierende hormonen bij op en het beeld van het puber-stereotype is compleet: emoties die alle kanten opschieten, impulsief handelen, riskante dingen doen en bar weinig rekening houden met anderen.

Die elementen vormen soms een levensgevaarlijke combinatie. Zo schoot de zestienjarige Murat D. in 2004 conrector Hans van Wieren dood in een volle kantine op een school in Den Haag. Murat dreigde door deze conrector van school te worden gestuurd. Ook steekpartijen tussen jongeren onderling komen nogal eens voor, ogenschijnlijk om triviale redenen. Het slachtoffer zou bijvoorbeeld een geheim hebben verklapt of iets kwetsends op Facebook hebben gezet (zie ‘Tienermoordenaars in Nederland’ onderaan de pagina). In zulke situaties zien sommige jongeren blijkbaar geen andere uitweg dan elkaar overhoop te steken.

Slechte voorbeelden

Maar iedere puber gaat door een verwarrende fase en slechts een klein percentage slaat aan het moorden. De manier waarop het puberbrein zich ontwikkelt, vormt op zichzelf dus geen afdoende verklaring voor de gruwelijke daden van tienerkillers. Er is meer aan de hand. Zo krijgen sommige kinderen van huis uit een slecht voorbeeld mee.

Dat gold ook voor Murat D. Diens vader had drie maanden voor de schietpartij van zijn zoon geprobeerd om iemand te vermoorden, waarvoor hij later werd veroordeeld tot acht jaar cel. Eerder al had pa acht jaar in de gevangenis gezeten wegens drugshandel.

Dat slechte voorbeeld kan ook de Britse Mary Bell parten hebben gespeeld in 1968. Op elfjarige leeftijd wurgde ze tot twee keer toe een peuter. Mary was de dochter van een prostituee die aan sm deed. Mogelijk had Mary gezien hoe haar moeder wurgspelletjes speelde met klanten.

Maar Mary was waarschijnlijk ook ernstig getraumatiseerd. Haar moeder zou haar vanaf haar vierde jaar aan pedoseksuelen hebben uitgeleverd. Een vader was niet in beeld.

Mary zelf vermoedde dat haar opa in feite ook haar vader was, en dat haar moeder daarom niets van haar moest hebben. Zo zou haar moeder vier keer hebben geprobeerd haar te vermoorden.

Er is een grote kans dat Mary aan haar gruwelijke jeugd een posttraumatische stressstoornis (PTSS) had overgehouden. Kenmerkend voor deze psychische aandoening zijn symptomen als gevoelens van onthechting of vervreemding, prikkelbaar gedrag en woede-uitbarstingen en een hardnekkige negatieve gemoedstoestand. Allemaal zaken die van iemand een tikkende tijdbom kunnen maken.

moord
De Britse Mary Bell was pas elf jaar oud toen ze de peuters Martin Brown en Brian Howe kort na elkaar wurgde. Een traumatische jeugd zou een van de verklaringen voor haar gewelddadige gedrag zijn geweest.

Door vrienden vermoord

Nu zijn er ook voorbeelden van tieners die opgroeien in een hecht gezin, bij liefhebbende ouders, die opeens een leeftijdgenoot doodsteken. Of een bloedbad aanrichten op een Amerikaanse school. Voor de buitenwereld lijkt hun daad uit de lucht te komen vallen.

Toch zijn er bij nader inzien vrijwel altijd aanwijzingen voor te vinden. Neem de moord op de zestienjarige Nijmeegse vwo-scholiere Maja Bradaric in 2003. Drie vrienden van zeventien, achttien en negentien jaar wurgden haar en staken vervolgens haar lichaam in brand. In de media werd deze moord, waarvoor de vrienden ruim een week plannen hadden beraamd, het toppunt van zinloos geweld genoemd omdat een duidelijk motief zou ontbreken.

Maar volgens Simon Vuyk, die een boek schreef over de moord, was hoofddader Goran M. ernstig getraumatiseerd door het geweld dat hij in de jaren negentig had meegemaakt tijdens de oorlog in Bosnië, waar zowel hij als Maja vandaan kwam. Er hadden naar eigen zeggen beelden van die oorlog door zijn hoofd geflitst terwijl hij Maja’s keel dichtkneep. In de documentaire die aan de moord is gewijd, komt Goran M. bovendien naar voren als iemand met twee gezichten. Soms lief en attent, dan weer uiterst agressief en ruziezoekend. En dat kan weer wijzen op een ándere ernstige psychiatrische stoornis.

Zo’n 3 procent van de bevolking heeft namelijk een antisociale persoonlijkheidsstoornis, die wordt gekenmerkt door ernstige gedragsproblemen. Deze zijn vaak al op jonge leeftijd zichtbaar. Zo analyseert de Amerikaanse psycholoog Peter Langman de psyche van een jongen die op elfjarige leeftijd samen met een twee jaar ouder vriendje vier meisjes en een lerares doodschoot. Deze Andrew Golden zou een egocentrisch en sadistisch joch zijn geweest. Hij sloeg meisjes, schold andere kinderen uit en kon zijn woede moeilijk beheersen. Ook zou hij katten hebben mishandeld en gewurgd. Schuldgevoelens of berouw kende hij niet.

moord
Andrew Golden, hier met een geweer in zijn hand naast zijn vader, was elf jaar toen hij op 24 maart 1998 samen met de 13-jarige Mitchell Johnson vijf mensen doodschoot op een Amerikaanse school.

Veel volwassenen met een antisociale persoonlijkheidsstoornis waren in hun jeugd net zo onhandelbaar. Als kind zetten ze alles op alles om te krijgen wat ze wilden hebben, zonder zich om anderen te bekommeren. Zulke kinderen kunnen ontsporen als ze het gevoel hebben dat hen ook maar een strobreed in de weg wordt gelegd of het leven niet helemaal aan hun verwachtingen voldoet. Zo verklaarde de zestienjarige Brenda Spencer in 1979, nadat ze het vuur had geopend op de basisschool tegenover haar huis, waarbij twee mensen de dood vonden: “Ik houd niet van maandagen.”

Dodelijke cocktail

Natuurlijk kunnen ook drank, drugs en medicijnen een rol spelen als een tiener iemand van het leven berooft. Hij is dan onder invloed en weet mogelijk maar deels wat hij doet. Of een jongere begaat een misdrijf terwijl hij psychotisch is en alle contact met de realiteit heeft verloren. Hij hoort bijvoorbeeld stemmen die hem de opdracht geven iemand te doden, en gehoorzaamt daaraan.

Er zijn dus allerlei dingen die ertoe kunnen bijdragen dat een kind ontspoort. Een jeugd vol misbruik en mishandeling, ouders die het slechte voorbeeld geven, ernstige psychiatrische stoornissen bij het kind zelf – het kán uiteindelijk een dodelijke cocktail worden. Maar dat hoeft niet. Er zijn genoeg kinderen met vergelijkbare problemen die niet tot doden overgaan. Minderjarigen die een ander om het leven brengen, blijven gelukkig een uitzondering.

Dit artikel staat ook in KIJK 9/2017.

Meer informatie:

Tekst: Iris Dijkstra

Openingsbeeld: iStock/Getty Images

Ben je geïnteresseerd in de wereld van wetenschap & technologie en wil je hier graag meer over lezen? Word dan lid van KIJK







De nieuwste editie!

Editie 3-2020




Meer Mens