Zelfs in wateren die als ongerept worden beschouwd, zijn sporen te vinden van menselijke activiteit. Dat is de conclusie van een nieuwe grootschalige en internationale studie.
“Wat we gebruiken op het land verdwijnt niet. Het eindigt vaak in de oceaan, de laatste gootsteen”, zegt biochemicus Jarmo Kalinski van de University of California, Riverside (VS). Samen met zijn collega Daniel Petras leidde hij een studie naar de hoeveelheid door mensen gemaakte chemicaliën in de oceaan. Daarvoor analyseerden ze meer dan 2300 zeewatermonsters. Ook de Universiteit van Amsterdam werkte mee aan het onderzoek, dat gepubliceerd is in Nature Geoscience.
Lees ook:
- Een schokkende hoeveelheid plastic drijft als nanodeeltjes in de oceaan
- In Groenland is verrassend veel kwikvervuiling – hoe kan dat?
Menselijke chemicaliën in oceaan
“Wetenschappers houden al decennialang bij hoeveel plastic er aan het oceaanoppervlak drijft en meten stijgende temperaturen die wijzen op klimaatverandering”, zegt biochemicus Daniel Petras. “Maar een andere, vrijwel onzichtbare menselijke voetafdruk is zich aan het opstapelen in de zee: duizenden synthetische chemicaliën.”
Zelfs op plekken die als relatief ongerept en zuiver werden beschouwd, zoals afgelegen koraalriffen, was de chemische vingerafdruk van menselijke activiteit zichtbaar, bijvoorbeeld van de landbouw en kusttoerisme. “De omvang van de menselijke invloed was opvallend”, aldus Petras.
248 verschillende stofjes
De monsters waar het team gebruik van maakte, waren afkomstig van meer dan twintig eerdere veldstudies. Ze waren bijvoorbeeld verzameld om koraalgezondheid en de koolstofkringloop te meten. De bulk van de data kwam uit Noord-Amerika en Europa. Een klein deel kwam uit het zuidelijk halfrond, maar er was vrijwel geen data beschikbaar van Zuidoost-Azië, India en Australië.
De onderzoekers wilden weten welk deel van de organische moleculen een menselijke oorsprong had, bijvoorbeeld van de landbouw of het kusttoerisme. Alles bij elkaar genomen vonden de onderzoekers 248 verschillende door mensen gemaakte stoffen. Kijkend naar alle monsters, maakten deze stoffen ongeveer twee procent (mediaan) uit van het totale organische materiaal in het zeewater.

Dat aantal liep flink op in zeemonsters die langs de kust waren genomen. Daar was tot zo’n twintig procent van het gemeten organische materiaal afkomstig van menselijke activiteit. In riviermondingen waar onbehandeld of amper behandeld afvalwater terechtkwam, liep dit op tot vijftig procent. In de open oceaan had een half procent van de moleculen een antropogene oorsprong.
Enorme hoeveelheden
Pesticiden en medicijnresten werden zoals verwacht het vaakst gevonden langs de kust, maar in de oceaan domineerden industriële verbindingen, waaronder stoffen die gebruikt worden in plastic, smeermiddelen en consumentenproducten.
Petras legt uit dat sommige door de mens gemaakte verbindingen zich op de grens bevinden van organische moleculen en nanoplastics, waardoor de scheidslijn tussen chemische vervuiling en plasticvervuiling vervaagt.
“Deze chemicaliën leveren een substantiële bijdrage aan de hoeveelheid organisch materiaal in de oceaan. Dat betekent dat ze mogelijk een onbekende rol spelen in de koolstofkringloop en het functioneren van het ecosysteem”, zegt hij.
Zelfs meer dan twintig kilometer buiten de kust is zo’n één procent van het organisch materiaal in zee afkomstig van mensen. “Op een wereldwijde schaal is dat een enorme hoeveelheid”, zegt Petras.
Openbare datasets
De onderzoekers hebben hun datasets openbaar gemaakt, zodat ook andere wetenschappers ermee kunnen werken. Daarmee hopen ze het onderzoek naar de gevolgen van menselijke activiteit in de oceaan te versnellen.
Ze erkennen dat hun analyse een eerste overzicht is, en dat er een gedetailleerdere analyse nodig is om de gevolgen van deze menselijke chemicaliën beter te begrijpen. De langetermijngevolgen van deze stoffen op het ecosysteem zijn grotendeels onbekend.
“We weten dat mensen de mariene chemie veranderen, maar we weten nog niet wat dat betekent voor het zeeleven, voedselwebben of de veerkracht van het ecosysteem”, zegt Kalinski. “Onze studie biedt een basis om die vragen wel te gaan stellen.”
Bronnen: Nature Geoscience, EurekAlert!
Beeld: Nadejda Bostanova/Pexels